Design in de zorg op Dutch Design Week Eindhoven
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
Innovatie in de zorg valt of staat met design. Design kan bijvoorbeeld invloed hebben op de beleving van een patiënt in een ziekenhuisomgeving, of op het wel of niet gebruiken van diverse technologische toepassingen door patiënten of zorgverleners. Dit kwam ook naar voren tijdens Dutch Design Week afgelopen oktober, waar verschillende designs voor gezondheid werden gepresenteerd. Een Health Embassy was het decor van de expositie ‘Chronic Health: Designing a Health Future’. Innovatieve concepten als robots voor operatie- of bevallingsdoeleinden, Virtual Reality om angst voor de dood te verminderen en reanimatiebegeleiding werden hier aan het publiek gepresenteerd.
Ieder jaar in oktober staat Eindhoven vol met ontwerpen tijdens de Dutch Design Week (DDW). Design staat centraal tijdens deze week en DDW richt zich op ontwerpen voor de toekomst. De nadruk ligt op experimenteren, vernieuwen en cross-overs. Eindhoven is dé designstad van Nederland, met een aantal voorname spelers zoals Philips, VanBerlo, Design Academy en de Technische Universiteit Eindhoven.
Van 21 tot en met 29 oktober 2017 toonden 2500 ontwerpers hun werk aan meer dan 300.000 bezoekers uit binnen- en buitenland. Eindhoven stond weer eens op zijn kop en overal in de stad vonden activiteiten plaats. Een ‘hop-on hop-off’-bus reed non-stop tussen de locaties. Het was de 16e keer dat DDW plaatsvond en ook dit jaar was er weer een grote variëteit aan activiteiten zoals exposities, presentaties en experimenten, wat het voor een groot publiek aantrekkelijk maakte.
Jaarlijks wordt een thema toegekend aan de DDW, dit jaar was dat ‘Stretch’.
“Stretch is de essentie van design. Door de geest te stretchen, ontstaat ruimte om te innoveren. Om te veranderen van richting, van werkwijze, van omgeving en van visie op de wereld. Om over grenzen heen te gaan en de nieuwe standaard te definiëren.” (www.ddw.nl)
Met de keuze voor ‘Stretch’ wil de organisatie deelnemers én publiek stimuleren om zich in te spannen en uit de comfortzone te wagen. Dit laatste is precies wat we in de zorg vaker moeten doen en wat tot nieuwe innovaties kan leiden.
Het thema gezondheid komt in verschillende evenementen tijdens de DDW aan bod. Het Innovation Powerhouse, een voormalige Eindhovense energiecentrale en tegenwoordig decor voor een Living Lab voor innovatie, design en technologie, was gedurende de gehele DDW omgetoverd tot Health Embassy. Deze Health Embassy was het decor voor de expositie ‘Chronic Health: Designing a Healthy Future’.
De expositie liet zien welke rol design kan spelen in de toekomst van de gezondheidszorg. Onze levensverwachting neemt toe en door technologische ontwikkelingen zijn we steeds meer in staat regie te voeren over onze gezondheid. De Health Embassy liet zien wat er mogelijk is wanneer design en zorg samenkomen.
Één van de bijzondere designs die tijdens de expositie ‘Chronic Health: Designing a Health Future’ getoond werd, is Open Surgery: een zelfgemaakte operatierobot gebouwd door Frank Kolkman. Hij werd getriggerd door YouTube-filmpjes waarin onverzekerde Amerikanen zonder toegang tot professionele hulp, ingrepen bij zichzelf verrichten.
Kolkman wil onderzoeken of doe-het-zelfgezondheidszorg wellicht een alternatief kan zijn in de toekomst. Open Surgery is een operatierobot die kijkoperaties uit kan voeren. Waar bekende concepten als de Da Vinci-operatierobot wel twee miljoen euro kosten, wist Kolkman de Open Surgery te bouwen voor 4.000 euro in slechts vier maanden tijd. Hij kiest er bewust voor om het intellectueel eigendom niet te beschermen en wil hiermee een statement maken naar de gezondheidszorg.
Hij vindt dat de ontwikkeling van technologische innovaties wordt belemmerd door strikte regelgeving en het aanvragen van octrooien. Hierdoor kunnen de kosten enorm oplopen, zoals in het geval van de Da Vinci-robot. ICT&health besteedde hier in het verleden ook al aandacht aan. Kolkman pleit voor meer toegankelijke producten en wil technologiebedrijven aan het denken zetten over het gebruik van octrooien.
Een ander getoond design is Victoria, de bevallingsrobot. Deze levensechte robot, met een zachte huid en een hartslag, kan bevallingen simuleren. Ze wordt gebruikt om gynaecologen, verloskundigen en verpleegkundigen te trainen in complicaties die tijdens bevallingen kunnen ontstaan. Samen met Medsim werkt Máxima Medisch Centrum (MMC) te Veldhoven aan de ontwikkeling van deze bevalsimulaties. Nemo is betrokken bij de ontwikkeling van technologie voor het monitoren van weeën. Bij dit product blijkt maar weer eens hoe belangrijk design is.
“Bij een echte bevalling kan je niet oefenen, zeker niet als het gaat om complicaties. Het moet dus met een pop. Deze pop is zo echt dat mensen na een paar minuten vergeten dat ze niet echt is. Deze pop is dus heel wat anders dan de poppen van vroeger.” (Bezoeker DDW en verloskundige van beroep)
Design draagt in dit geval echt bij aan educatie en uiteindelijk aan kwaliteit van zorg: artsen en verloskundigen zijn immers beter voorbereid als het er écht om gaat.
Het besef dat het leven eindig is en we niet precies weten wat er na de dood volgt, maakt mensen bang. Mensen in een terminale fase kunnen dan ook te maken krijgen met grote onrust en angst. Ontwerper Frank Kolkman merkt dat hier in de zorg nauwelijks aandacht voor is. Het gaat immers over het in leven houden van mensen.
Een bijna-doodervaring zou deze angst kunnen wegnemen en mensen kunnen geruststellen. Dit triggerde Kolkman tot het ontwikkelen van de Outrospectre. Deze Virtual Reality-toepassing kan mensen een bijna-doodervaring geven door het gevoel te geven buiten het lichaam te treden. Met dit concept onderzoekt Frank Kolkman of het meemaken van een bijna-doodervaring terminale patiënten in een ziekenhuisomgeving kan helpen de aankomende dood te omarmen en de angst hiervoor weg te nemen.
ICT&health-redactielid Tom van de Belt mocht de Outrospectre zelf proberen. Hij beschrijft: “In eerste instantie leek het me niet zo spannend, gewoon een VR-toepassing, maar als je daar staat, klopt je hart echt wel even sneller. Je ziet jezelf van achteren terwijl je als het ware uitzoomt, en ook al kun je met de VR-bril om je heen kijken, ik bleef gefocust op mezelf. Langzaam zag ik mezelf kleiner worden en het leek ook stiller te worden. Het voelde alsof ik buiten mijn lijf geplaatst werd. Ook leek het door het bewegen van de camera alsof ik achteroverviel, terwijl ik natuurlijk gewoon stil stond. Ik denk niet dat het door kan als bijna-doodervaring, maar het was zeker een bijzondere gewaarwording.”