Programma

E-health: huisartsen moeten informeren en motiveren

Meer dan de helft (55 procent) van de Nederlanders heeft geen idee wat de online mogelijkheden bij zijn of haar huisarts zijn. In de noordelijke provincies is dat zelfs 63 procent. Het aantal Nederlanders dat gebruik maakt van de online diensten van de zorgverlener is dan ook laag. 7 procent heeft wel eens online een afspraak ingepland; 3 procent heeft wel eens gebruikgemaakt van een e-consult. Dat blijkt uit onderzoek van PharmaPartners onder ruim 1.000 Nederlanders.

De uikomsten van het onderzoek zijn niet verrassend, maar wel opvallend. Nederland behoort wereldwijd tot de topspelers op het gebied van ICT-infrastructuur en de adoptie van nieuwe technologieën en digitale diensten onder de Nederlandse bevolking ligt hoog. De aanwezigheid van een robuuste infrastructuur en een bevolking die niet afwijzend staat tegenover innovaties, blijkt in praktijk echter geen garantie voor het gebruik van online toepassingen in de zorg.

Dat betekent geenszins dat patiënten geen behoefte hebben aan ehealth-oplossingen. 43 procent van de respondenten in het onderzoek van PharmaPartners staat positief tegenover het online inplannen van een afspraak, maar geeft aan dat dit niet mogelijk is bij hun praktijk of dat onduidelijk is of dit kan. Vooral 25- tot 34-jarigen zien het maken van een online afspraak zitten: 52 procent staat hiervoor open, zo komt naar voren in het onderzoek.

Aan de vraagzijde ligt het dus niet en lijken vooral huisartsen tekort te schieten met het promoten van online mogelijkheden. Van de patiënten die bekend zijn met de online mogelijkheden bij hun praktijk is één op de vijf hierop gewezen door de huisarts of assistent, 19 procent heeft erover gelezen op de website en slechts 7 procent is geïnformeerd via een e-mail.

NHG voorstander mogelijkheden e-health

Het Nederlands Huisartsen Genootschap is naar eigen zeggen voorstander van de nieuwe mogelijkheden die e-health toepassingen kunnen bieden aan burger, patiënt of zorgverlener en heeft dit ook zo verwoord in de Toekomstvisie Huisartsenzorg 2022. In dat document, opgesteld in 2012, pleit de organisatie voor de inzet van meer ICT-middelen.

“De huisarts – nu, maar ook in 2022 – levert zorg in fysieke consulten en visites, aangevuld met ICT-hulpmiddelen. In de spreekkamer vormen deskundigheid, overzicht en betrokkenheid van de huisarts nog altijd de basis van een door de patiënt gerespecteerd advies. Maar de huisarts merkt dagelijks dat diezelfde patiënt ook buiten de spreekkamer behoefte heeft aan gezaghebbende en persoonsgerichte afwegingen”, schrijft het NHG.

Kortom, de zorg beweegt zich naar de huiskamer, waarbij de huisarts een coördinerende rol vervult. De tijd en vorm van de consulten worden afgestemd op de behoeften en mogelijkheden van de patiënt: kort – indien gewenst via ICT (e-mail, video, chat) – bij patiënten met eenduidige vragen en problemen, en langer en ‘face to face’ bij kwetsbare (oudere) patiënten met multiproblematiek en risicopatiënten. 

Heldere informatie werkt

Om te beginnen: heldere informatie werkt. Dat blijkt uit een onderzoek van het  Leids Universitair Medisch Centrum en het NHG dat eind vorig jaar werd gepubliceerd, op basis van bevindingen op basis van de website thuisarts.nl, die door het NHG werd ontwikkeld en in 2012 werd gelanceerd. Uit de studie kwam onder meer naar voren dat het zorggebruik bij de huisarts na de lancering van de website met 12 procent was afgenomen, goed voor een maandelijkse vermindering van 675.000 huisartsbezoeken.

Uit de resultaten blijkt dat vooral het aantal telefoontjes naar de huisarts afnam. Het aantal lange huisartsconsulten (20 minuten) nam juist toe. Waarschijnlijk betekent dit dat de, vaak laag-complexe, telefonische contacten na de lancering van Thuisarts.nl zijn afgenomen. Belangrijk is dat ook het zorggebruik van ouderen afnam, evenals dat van mensen met een lage sociaal-economische status. De website telt zo’n 1,6 miljoen unieke bezoekers en 2,9 miljoen pageviews per maand. 

E-health beperkt werkdruk huisartsen

Dorinda van Oosten, managing director bij PharmaPartners, zegt daarover: “De werkdruk van huisartsen is enorm hoog. Door gebruik te maken van ehealth-toepassingen kunnen huisartsen en andere zorgprofessionals in de huisartsenpraktijk hun tijd efficiënter indelen. Als een patiënt onlangs op consult is geweest met een bepaalde klacht en hij heeft daar opnieuw een vraag over, dan kan hij zijn vraag ook online indienen door middel van een e-consult. Dit kan de patiënt een hoop tijd schelen.”

PharmaPartners, een zusterorganisatie van Pinkroccade, biedt zelf een suite aan oplossingen die zelfmanagement van patiënten moet ondersteunen. Het bedrij werkt via het eHealth Information Concept, waarbij wordt patiëntgebonden informatie intramuraal, extramuraal en transmuraal wordt gedeeld om zorg beter te kunnen afstemmen op de behoefte van de patiënt.

Binnen het eHealth Information Concept werken zorgverleners samen in eHealth-samenwerkingsverbanden. Zij maken via een gezamenlijke eHealthServer gebruik van de informatiesystemen Medicon (huisartsengroepen), Hapicom (huisartsenposten) en Pharmacom (openbare apotheken). Er zijn ruim 250 eHealth-samenwerkingsverbanden en circa 1.050 apotheken, ruim 2000 huisartsen en 40 gezondheidscentra werken met de informatiesystemen van PharmaPartners. Samen verlenen zij zorg aan ongeveer 8,5 miljoen Nederlanders.

Breken met gewoontes

Volgens de eHealth Monitor 2016, die sinds 2013 jaarlijks wordt opgesteld door Nictiz en Nivel, bieden huisartsen wel online mogelijkheden, maar zijn het juist de patiënten die achterlopen met het gebruik ervan, al is dat niet altijd bewust.

Een ruime meerderheid van de huisartsen (85%) geeft namelijk aan ten minste één manier aan te bieden voor online contact met patiënten. Sinds 2013 is een stijgende lijn te zien in de mogelijkheid om via internet afspraken te maken met de huisarts. In 2013 was dit nog bij 14 procent van de huisartsen mogelijk, in 2016 bedraagt dit percentage 37 procent. De meest voorkomende mogelijke toepassingen zijn het online aanvragen van herhaalrecepten en het online stellen van vragen.

Het aanbod voor andere manieren voor online contact met patiënten is niet veranderd sinds 2013. Het is bijvoorbeeld het minst vaak mogelijk (bij 2% van de huisartsen) om online een gesprek te voeren, waarbij de patiënt en de huisarts elkaar kunnen zien. “Er zijn ook toepassingen, zoals videoconsulten met de huisarts, waar nog niet van te voorspellen is of ze op grote schaal gebruikt gaan worden,” zo valt dan ook te lezen in het rapport. 

Substantieel e-health aanbod huisartsen

Volgens de auteurs van de eHealth Monitor is er vooral bij huisartsen al sprake van een substantieel aanbod van online diensten voor patiënten, zoals e-consulten of het online aanvragen van herhaalrecepten. Toch is digitaal contact met de zorgverlener voor de Nederlandse zorggebruiker nog niet vanzelfsprekend. Huisartsen geven aan mensen wel te attenderen op de mogelijheden, maar zij doen dat vooral via website of nieuwsbrief.

“Positief is dat de groep van zorggebruikers die weet wat bij hun huisarts aan online diensten beschikbaar is, langzaam maar zeker toeneemt. Het gebruik van deze diensten neemt echter nog niet toe”, aldus de onderzoekers. Zo maakte vorig jaar slechts 3 procent van de Nederlanders gebruik van de mogelijkheid om online een vraag te stellen en vroeg niet meer dan 16 procent online een herhaalrecept aan.

Voor huisartsen ligt er vooral een rol bij het informeren én motiveren van de patiënt om aan de slag te gaan met de online mogelijkheden. Deze zijn er zeer zeker, alleen is het vaak een kwestie van het breken met gewoontes bij zowel de huisarts als bij de patiënt. 

Mis niks en ontvang de spannendste ontwikkelingen