Programma

Nieuws
27 september 2017
Artikel delen

E-health zorgt voor omwenteling in relatie patiënt en zorgverlener

De groeiende regiefunctie van patiënten als het gaat om hun eigen gezondheid en met behulp van e-health toepassingen zoals apps en zorg-op-afstand is ook de Belgische krant De Tijd opgevallen. Het dagblad wijdt er een flink artikel aan met de stand van zaken. Voorspeld wordt dat de huisarts veel meer een rol als levenscoach krijgt dan als eerstelijnsverzorger.

Er wordt steeds meer thuis mogelijk. Zorg-op-afstand waar men eerst naar het ziekenhuis moest. In Nederland komt dit steeds vaker voor, zij het nog gefragmenteerd. In België valt de trend ook op. Voorbeelden te over: thuis zelf een echografie nemen, selfies checken op huidaandoeningen of de hartconditie meten door een vinger op de smartphone te plaatsen. ‘Zelfs de 200 jaar oude stethoscoop heeft nu een aan de smartphone gelinkte thuis-versie’, vertelt moleculair oncoloog en gezondheidsfuturoloog Koen Kas.

Er komen steeds meer met sensors uitgeruste wearables die lichaamsfuncties zoals hartslag en bloeddruk kunnen meten. Smartphones zijn, mede dankzij al hun sensors en functionaliteiten zoals camera’s, in feite minicomputers die allerlei lichaamsfuncties kunnen meten en doorsturen. Een groeiend aantal mobiele apps vertaalt deze mogelijkheden naar de praktijk. Huisartsen of specialisten kunnen doorgestuurde gegevens, zoals een thuis-ECG of een foto van de huid, bestuderen en zo nodig actie er op ondernemen.

M-health initiatieven België

Vooral in de Verenigde Staten schieten dergelijk m-health toepassingen als paddenstoelen uit de grond, die volgens De Tijd ook in Europa hun opgang zullen maken. In België heeft minister van Volksgezondheid Maggie De Block het voorbije jaar 24 m-health-toepassingen 6 maanden lang laten uittesten. Tegelijk formuleerde de federale overheid een aantal eisen rond gegevensuitwisseling. De overdracht van data van het toestel van de patiënt naar de arts en het ziekenhuis moet met respect voor privacy gebeuren en adequaat beveiligd worden.

‘Diabetes on the run’ is zo’n project. 100 diabetespatiënten kregen ‘slimme toestellen’ om regelmatig hun glucosewaarden, gewicht, bloeddruk en beweging te meten. Het doel is dat al na enkele weken de patiënten minder insuline spuiten, omdat ze beter in het oog kunnen houden hoe hun voeding en beweging hun suikerspiegel beïnvloeden. Onderzoek heeft al aangetoond dat continue monitoring positief uitpakt voor alle vormen van diabetes.

Er is volgens futuroloog Kas nog altijd veel rommel op de markt voor m- en e-health doeleinden, maar die beginnen nu snel te verdwijnen. Om dokters en patiënten een overzicht te bieden, werkt hij aan een lijst van toegestane apps en toestellen. ‘De tijd van enkel meten zonder te weten is voorbij. Ontwikkelaars moeten in ruil voor de data ook wetenschappelijk onderbouwde inzichten bieden.’ Zowel artsen als computers die in de data patronen herkennen, kunnen die inzichten geven.

Rol Google in regie patiënten

Ook Google heeft bijgedragen aan de groeiende actieve rol van patiënten in hun eigen gezondheidszorg. Het internetconcern biedt volgens De Tijd steeds meer geanonimiseerde gezondheidsinformatie online aan. Mobiele toestellen en gezondheidsapps kunnen op basis van dergelijke informatie  mensen helpen aandoeningen zoals hart- en vaatziektes (Fibricheck) en diabetes beter onder controle te houden.

De verzamelde data geven artsen ook een langduriger totaalbeeld van de patiënt in plaats van een momentopname tijdens een doktersbezoek. Verder helpen ze om de prijs van dure en soms onnodige consultaties te drukken door een doe-het-zelfversie voor thuis aan te bieden. Een test via de smartphone voor het kankerverwekkende Papillomavirus kost zo’n anderhalve euro, tegenover een prijzig routinebezoek aan de vaak druk bezette gynaecoloog.

De Vlaamse overheid bekijkt momenteel ook of het mogelijk zou zijn om zelfzorg via mobiele toestellen en apps terug te laten betalen door de ziekenkas. Zo kan de technologie echt deel uitmaken van de toekomstige gezondheidszorg. In Nederland werkt de NZa hier ook aan, bijvoorbeeld door ook e-consults declarabel te maken voor specialistische zorg.

Die data zijn goud waard, meent futuroloog Kas, omdat ze geanonimiseerd wetenschappelijk onderzoek vooruit kunnen helpen. Veel bedrijven met gezondheidsapps zien dan ook kansen om met patiëntengegevens geld te verdienen. Het Amerikaanse bedrijf 23andme biedt zo goedkope DNA-analyse aan, maar verkoopt de data wel geanonimiseerd door aan onderzoekers en de farmaceutische industrie. ‘De apps verzamelen gevoelige data en het is aan de ontwikkelaars om hier verantwoord mee om te springen’, zegt Kas.

Privacy geslachtofferd voor e-health

Er zijn dan ook minder positieve geluiden over e-health. Onderzoek van de medische nieuwssite MediQuality toont dat 63 procent van de artsen vreest dat e-health ten koste van de privacy van patiënten zal gaan. Ze eisen dan ook transparantie en verantwoord gebruik van de data.

‘Artsen remmen de evolutie niet af, maar staan wel mee aan het roer’, zegt dokter Herwig Van Pottelbergh. Lid van de raad van bestuur van Domus Medica, de grootste huisartsenvereniging in Vlaanderen en Brussel. ‘We moeten ook vermijden dat de gezondheidsapps entertainment worden.’

Volgens Pottelbergh hebben de apps een belangrijke rol te vervullen om gezondheidszorg democratischer te maken. Een uitstrijkje, dat vrouwen bij de gynaecoloog laten nemen om zich op het kankerverwekkende papillomavirus te testen, kan via de smartphone voor anderhalve euro in 45 minuten geklaard zijn. ‘Heel wat mensen vallen uit de boot door de hoge kosten van goede verzorging. Als we goedkopere apps inschakelen, moeten we er voor zorgen dat zij er toegang toe krijgen.’

Blijft er dan nog een rol over voor de huisarts, als de smartphone alles al meet? Veel huisartsen staan vanwege deze vraag argwanend tegenover e-health. Zij vrezen baanverlies of meer administratief werk. Het eerder genoemde MediQuality-onderzoek stelt dat drie van de vijf artsen vrezen dat de relatie tussen patiënt en dokter zal verslechteren door de technologie.

Van Pottelbergh noemt dat achterhoedegevechten. ‘Enkele artsen houden vast aan oude rolpatronen, maar ze zijn een minderheid.’ De trend van meer controle bij de patiënt is ook niet nieuw. Sinds ‘dokter Google’ toegang geeft tot een immense hoeveelheid gezondheidsinformatie online, spelen patiënten een steeds actievere rol in hun eigen gezondheidszorg. Dokters zullen dan eerder bij alarmerende resultaten de patiënt sturen en advies geven. ‘De huisarts wordt dan een echte levenscoach.’

Mis niks en ontvang de spannendste ontwikkelingen