Programma

Nieuws
Tip hier de redactie
Bekijk overzicht
Artikel delen

Ouderenzorg innoveert sneller door Anders Werken

Het is een hot topic. De ouderenzorg moet sneller innoveren en veranderen. Wat daarbij kan helpen is dat ze niet allemaal zelf het wiel gaan uitvinden, maar dat ze van elkaar leren. Een voorbeeld daarvan is het West-Brabantse project ‘Anders Werken’. De eerste resultaten daarvan zijn positief en andere regio’s hebben al aangegeven die aanpak ook te willen overnemen.

Tags

Deel dit artikel

Wilt u belangrijke informatie delen met de redactie?

Tip hier de redactie

In Friesland is het Anders Werken project ook al gestart. Daarnaast is men ook in gesprek met de regio’s Noord- en Zuid-Limburg en Zeeland. De exacte procesinnovatie van het programma is in deze whitepaper te lezen. Het succes van innovaties, ook binnen de ouderenzorg, is voor een groot deel afhankelijk van de motivatie en draagvlak bij het personeel. En dat is hard werken, zo beaamt ook programmamanager Henk Herman Nap. Zorgen voor voldoende (interne) training en een goed innovatieklimaat spelen daarbij een belangrijke rol.

“Het is noodzakelijk om anders naar zorgprocessen te kijken. Innovatie overkomt je niet, je moet er hard voor werken”, aldus zorgbestuurder Conny Helder. “Hoe je daar als bestuurder voor zorgt? Het is in ieder geval belangrijk om het top-down volledig te ondersteunen. De gezamenlijke visie moet je keer op keer uitdragen, door je hele organisatie. Je moet samen innoveren en iedereen erbij betrekken: de financier, de zorgprofessional, de leverancier, noem maar op. Door ervaringen te delen en onderzoek te doen, kun je het product steeds verder verbeteren.”, voegt Nap daaraan toe.

Innovatieklimaat en leren van elkaar

Het creëren van een goed innovatieklimaat is een van de zaken die binnen het project Anders Werken centraal staan. Aan het project doen twaalf ouderenzorgorganisaties uit de regio West-Brabant mee, waaronder ook tanteLouise. Zij zijn de voorloper binnen het project en tevens de plek waar als eerste kleinschalige pilots uitgevoerd worden. Bij tanteLouise wordt al geruime tijd gewerkt aan de toekomst van de ouderenzorg.

“Wat ik doe om voor een goed innovatieklimaat te zorgen, is een heel duidelijke koppeling maken tussen de korte en de lange termijn. Op de lange termijn zijn er straks te weinig mensen om de zorg te leveren. Je kunt dan wel een verpleeghuis bouwen, maar daar heb je dan niet voldoende werknemers voor. Dat kun je gewoon uitrekenen. Het is dus noodzakelijk om anders naar de zorgprocessen te kijken”, zo vertelt Conny Helder, bestuurder van tanteLouise.

“Bij ons is die innovatiecultuur er al, sommige andere partijen moeten daar de organisatie nog voor neerzetten”, zo vervolgt Helder. “De ene organisatie heeft er meer mee dan de andere en dat is prima. Laten we vooral niet allemaal de hele dag gaan zitten innoveren. Het is juist belangrijk om van elkaar te leren.”

Andere visie op ouderenzorg

De waarde van het Anders Werken project is intussen uit de resultaten van diverse pilots al gebleken. Een voorbeeld daarvan is de pilot waarbij zeven deelnemende instellingen met zogenoemd slim incontinentiemateriaal ging werken. Daardoor werd minder materiaal gebruikt en veel tijd bespaart. Het feit dat het slimme incontinentiemateriaal per patiënt per dag iets duurder was, werd meer dan goed gemaakt door de tijdsbesparing.

Bij de deelnemende zorginstellingen kwam dat gemiddeld neer op acht uur per dag, al waren er tussen de verschillende zorginstellingen wel grote verschillen. Zo rapporteerde Raffy-Lâle-Leystroom een besparing van twaalf uur per dag terwijl Volckaert Buurstede aangaf dat de andere werkwijze geen tijdswinst opleverde. Volgens programmamanager Nap is dat te verklaren door een verschil in visie op zorg van beide zorgorganisaties. “Zo gaat Volckaert Buurstede uit van belevingsgerichte zorg, waarbij de cliënt aangeeft of hij gaat douchen of dat het incontinentiemateriaal vervangen moet worden. De conclusie is dan ook dat deze innovatie voor hen voorlopig niet van toepassing is.”

Als verklaring voor de andere verschillen in tijdswinst bij de diverse organisaties moet volgens Nap ook gekeken worden naar de verschillen tussen de cliënten zelf. “Hoe mobieler de cliënt, hoe lager de tijdswinst. Bij cliënten die in een rolstoel zitten of bedlegerig zijn, bespaar je de meeste tijd. Dat is ook wel logisch. De les die we geleerd hebben, is dat dit geen constante factor is. De populatie kan over een halfjaar heel anders zijn dan die nu is. En daarmee de tijdsbesparing van het slimme incontinentiemateriaal dus ook.”

Hoewel de nadruk lijkt te liggen op tijdsbesparing – wat gezien het almaar groeiende tekort aan verpleegkundigen in de ouderenzorg van groot belang is – wordt ook op andere vlakken winst geboekt. Zo is de nachtrust op de meeste locaties toegenomen, het aantal natte bedden gedaald en bij een sommige cliënten de huidconditie aanzienlijk verbeterd.

Tags

Deel dit artikel

Wilt u belangrijke informatie delen met de redactie?

Tip hier de redactie

Mis niks en ontvang de spannendste ontwikkelingen