‘Toekomstbestendige zorg is zonder brede samenwerking onmogelijk’
vr 16 december 2022
Premium
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
Ernst Kuipers, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), heeft de schone taak op zich genomen om de gezondheidszorg in Nederland te ‘upgraden’ naar een toekomstbestendige versie. Kuipers is van mening dat het principe van marktwerking in de zorg inmiddels bewezen achterhaald is. De minister hanteert met overtuiging het uitgangspunt dat juist door samen te werken de kwaliteit van zorg zal toenemen. In deze coverstory van ICT&health legt Kuipers uit dat hij samenwerking in de breedste zin van het woord bedoelt.
“De tijd van samenwerking als uitzondering is echt voorbij, het moet de standaard worden. Daarnaast zal, wat betreft de innovatie van de zorg, ontegenzeggelijk de rol van digitalisering en technologie de komende jaren ongekend groot worden.”
Hoe groot was de overgang van uw rol van ziekenhuisbestuurder naar die van zorgminister?
“Die was aan de ene kant niet groot. Ik loop, net als minister Helder, al heel lang rond in allerlei verschillende functies in de zorg en ik had in sommige van die functies hier in Den Haag, bij OC&W, VWS, soms bij Binnenlandse Zaken, frequent contact. Dat had ik al vóór Covid-19, maar zeker ten tijde van Covid-19 was dat het geval. En tegelijkertijd, als je dan de overstap maakt, ook als je veel van de mensen al kent, zijn de werkzaamheden voor een deel ook wel weer echt anders. De gesprekken met de Kamer, met de Raad van State: dat was echt anders dan het in het verleden was.”
Kunt u dit ‘anders’ nader duiden?
“Ik beleef, conform de verwachting, dat het ook in deze rol mogelijk is om een belangrijke bijdrage te leveren aan de verbetering en de continuïteit van de zorg in Nederland. We hebben een fantastisch zorgstelsel met veel bevlogen professionals. We zijn bereid veel geld aan goede zorg uit te geven, maar tegelijkertijd staat die zorg op veel plaatsen enorm onder druk. Of het nu gaat over toegankelijkheid, of over kwaliteit en betaalbaarheid. En dan helpt het om het veld goed te kennen, de spelers en de onderlinge afhankelijkheid, en om dan van daaruit gezamenlijk naar oplossingen te zoeken.”
Wat zijn zaken waar u als minister tegenaan loopt, waar u als ziekenhuisbestuurder geen last van had?
“Als minister word ik gezien als ongeveer de enige spreekbuis van een heel ministerie, met duizenden, zeer kundige ambtenaren met elk hun eigen expertises. Als bestuurder en zorgprofessional was dat absoluut niet het geval. Natuurlijk moest ik me toen met veel zaken bezighouden, maar ik kon voor veel dingen ook verwijzen naar iemand anders. En in de Covid-periode hebben we, in het Erasmus MC waar ik werkte, allerlei verschillende mensen voorbij zien komen vanuit hun expertise: Marion Koopmans, Diederik Gommers, Robin Peters, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Als minister moet ik ineens al deze personen, in elk geval als spreekbuis, in één persoon verenigen, want de minister is de enige die iets naar buiten mag brengen. Dat is een gegeven, maar dat is dus wel significant anders.”
Ervaart u dat als een uitdaging? Kunt u meer van uzelf kwijt in deze rol?
“Ik ervaar het gewoon als een gegeven en soms moet ik er een beetje om grijnzen. Dan denk ik, oké… Gisteren een vraag over Dua Lipa en daarna over de stormschade bij de GGD en dan is er de minister die moet debatteren over NEN-standaarden in de zorg: het komt allemaal voorbij. Voorheen zou ik dan gezegd hebben: ‘ik vraag even mijn directeur ICT erbij om hierop in te gaan’. Dat is veranderd. Als minister mag ik wel ingefluisterd worden door deze mensen, maar ik ben zelf de enige spreekbuis. Dat is nu eenmaal de deal.”
U komt op mij over als een teamspeler. Is dit dan iets wat u als lastig ervaart?
“Nee niet lastig. Het is een gegeven, maar het is een groot verschil. Daarom grijns ik er af en toe even bij, zo van: oké, zo werkt het. En ik begrijp ook dat het zo werkt, want het is heel belangrijk dat uitspraken vanuit het ministerie, die er in principe altijd toe doen, één duidelijke spreekbuis kennen. Omdat duidelijk moet zijn, dat er één standpunt wordt uitgedragen vanuit het ministerie.”
‘De marktwerking werkt al lang niet meer’
“Ook het afwegingskader, wanneer zeg ik iets wel en wanneer niet, is daarbij natuurlijk belangrijk. Ik was de afgelopen tijd intensief betrokken bij onderhandelingen rondom het Integraal Zorgakkoord (IZA), met een groot aantal partijen, waarbij het ging om complexe materie. Zoals altijd in de zorg zijn de uiteindelijke keuzes die gemaakt worden niet altijd de keuzes waar alle partijen zich voor honderd procent in kunnen vinden. Als je besluiten moet nemen, kan dat vaak niet anders, gezien het belang voor patiënten, de hoeveelheid betrokken personen en instellingen, de complexiteit en de financiën. In een fase waarin je daarover met elkaar in gesprek bent, is het even niet aan mij om hierover naar buiten te communiceren in een talkshow of wat dan ook. Dan moet je een pas op de plaats maken en helemaal niets zeggen, los van wat er in de buitenwereld allemaal over geroepen wordt. Woorden doen ertoe. Dingen kunnen zomaar uit hun verband worden gerukt, verkeerd geïnterpreteerd worden en vervolgens een eigen leven gaan leiden.”
Het Integraal Zorgakkoord (IZA) heeft als doel de zorg voor de toekomst goed, toegankelijk en betaalbaar te houden. Om dit te bereiken zijn afspraken gemaakt tussen het ministerie van VWS en een groot aantal partijen in de zorg. Ondertekenaars van het IZA zijn onder meer overkoepelende organisaties van ziekenhuizen, de geestelijke gezondheidszorg en de ouderenzorg. Gegevensuitwisseling is essentieel om de doelen in het Integraal Zorgakkoord te halen en om goede en veilige zorg te bieden. “Elektronische gegevensuitwisseling moet daartoe de standaard worden in de zorg,” benadrukt Kuipers.
“Daarom is het aan mij om alleen maar het gesprek te voeren in een ruimte met de mensen zelf, in plaats van in de buitenwereld. En dat is soms best een uitdaging. Bij het IZA bijvoorbeeld werd op een gegeven moment naar buiten gebracht dat deze minister alleen maar gericht is op zorg concentreren en hij tegen de vrije artsenkeuze is, en meer van dat soort dingen. Dan moet je echt even op je tong bijten om niet verleid te worden tot een reactie. Maar tot dusver heb ik die verleiding gelukkig nog prima weten te weerstaan.”
Wachtlijsten in de ggz en te hoge werkdruk voor zorgpersoneel zijn al jaren hoofdpijndossiers in cure en care. Wat kan de overheid doen om deze dossiers in ieder geval iets te verlichten en wat gebeurt er al concreet?
“We hebben in Nederland een prachtig zorgstelsel, met publieke financiering, met gelijke toegang voor iedereen, met fantastische professionals, maar de zorgvraag groeit sneller dan het zorgaanbod. Bovendien werken de zorgaanbieders veelal voor zichzelf, er is weinig samenwerking. Dat geldt op alle niveaus, dus van de eenmanspartijen tot de grotere aanbieders. Al die partijen zijn de laatste jaren, ook al vóór Covid, tegen hun grenzen aangelopen en Covid heeft dit nog meer versterkt. Bij de huisartsen bijvoorbeeld staat inmiddels het water tot aan de lippen; met werkdruk, met administratieve last, met vervanging voor diensten, met woonruimte. Hetzelfde geldt voor de thuiszorg en de langdurige zorg en de andere zorgdomeinen.”
Niet alles hoort thuis onder de noemer zorg
“Daar komt bij dat elk probleem bij het ene zorgdomein effect heeft op elk ander domein binnen de zorg. In de praktijk zie je dan bijvoorbeeld dat mensen die op een wachtlijst komen voor een ingreep in het ziekenhuis, vaker bij de huisarts komen omdat hun klachten toenemen, zodat ook daar de druk oploopt. Zo zijn er talloze voorbeelden: het raakt elkaar allemaal. De reden voor het IZA is precies dit. We willen komen tot oplossingen om dit anders, en veel meer gezamenlijk aan te pakken, dus regionaal, domeinoverstijgend en op onderdelen ook verplichtend in de samenwerking.”
“Wat burgers daarvan gaan merken, is hopelijk dat de zorg in de komende jaren beter toegankelijk is en dat uiteindelijk ook de kwaliteit verbetert.”
Wat is de grootste oorzaak van die enorme druk?
“We lopen nu aan tegen de grenzen van groei. We zien dat veel mensen ook met vragen in de zorg terechtkomen die daar eigenlijk niet primair thuishoren. Denk bijvoorbeeld aan de impact van financiële beperkingen op mensen, zoals schulden, of de situatie op de woningmarkt; mensen die heel lang geen huis kunnen vinden. Dat vertaalt zich regelmatig naar een zorgvraag: bij de huisarts, in de ggz, de ziekenhuiszorg of de langdurige zorg. Om die reden is bijvoorbeeld ook de VNG betrokken bij het zorgakkoord. Om mee te denken over de vraag hoe we ons beter kunnen focussen op de zorg die echt zorg is, en hoe we de andere zaken daar kunnen adresseren waar ze eigenlijk thuishoren. We kunnen nu eenmaal niet alles onder de noemer zorg schuiven en verwachten dat het daar wordt opgelost. Daar is simpelweg geen capaciteit voor.”
Welke belangrijke ontwikkelingen kunnen we in dit verband verwachten binnen de zorg?
“De zorg heeft de afgelopen jaren enorme ontwikkelingen doorgemaakt. Als ik zelf al terugkijk naar hoe het was toen ik mijn opleiding deed. Het zou misschien heel interessant zijn voor de studenten van nu om eens wat verhalen uit de oude doos te horen. Veel ontwikkelingen uit die tijd lagen op het snijvlak van geneeskunde, biologie en farmacologie. Voor de huidige ontwikkelingen geldt dat nog steeds, met de toevoeging van een veel breder scala aan vakgebieden zoals ICT, data-analyse, technologie, focus op een gezonde leefomgeving en het klimaat. Enorm breed dus. Ook internationaal zien we deze verschuiving naar een bredere focus en naar samenwerking op diverse vakgebieden, samengevat in de term convergentie. De overheid zal dit soort samenwerkingsverbanden enorm gaan stimuleren.”
Laat de managed competition los!
Hoe gaat convergentie werken binnen de zorg en wat is het belang ervan?
“Convergentie is een hele belangrijke ontwikkeling die ik binnen het ministerie nadrukkelijk heb ingezet en waar ik bijvoorbeeld ook over gesproken heb met vertegenwoordigers van de sector ‘Life Sciences & Health’ (zie kader linksonder, red.), die het prachtige doel hebben gesteld om in 2040 vijf gezonde levensjaren te hebben toegevoegd in Nederland. Een prachtig, ambitieus doel. Dat zeg ik nadrukkelijk, omdat de levensverwachting de afgelopen jaren in Nederland en Europa wel omhoog is gegaan, maar niet specifiek met de focus op gezonde levensjaren. Mensen leven dus wel langer, maar met allerlei chronische aandoeningen, omdat er niet gestuurd werd op een betere kwaliteit van leven. Om die betere kwaliteit van leven te bereiken is convergentie cruciaal.”
Hoe gaat convergentie werken binnen de zorg en wat is het belang ervan?
“Convergentie is een hele belangrijke ontwikkeling die ik binnen het ministerie nadrukkelijk heb ingezet en waar ik bijvoorbeeld ook over gesproken heb met vertegenwoordigers van de sector Life Sciences & Health, die het prachtige doel hebben gesteld om in 2040 vijf gezonde levensjaren te hebben toegevoegd in Nederland. Een prachtig en ambitieus doel. Dat zeg ik nadrukkelijk, omdat de levensverwachting de afgelopen jaren wel is gestegen, maar niet met een specifieke focus op gezonde levensjaren. Mensen leven langer, maar vaak met chronische aandoeningen. Om die betere kwaliteit van leven te bereiken is convergentie cruciaal.”
Life Sciences & Health geeft invulling aan het missiegedreven topsectoren- en innovatiebeleid binnen ZonMw. De programmering beslaat verschillende fasen van onderzoek en draait om publiek-private samenwerking. ZonMw financiert gezondheidsonderzoek en stimuleert het gebruik van kennis om zorg en gezondheid te verbeteren.
“Als we de komende twintig jaar op hetzelfde tempo of sneller willen blijven innoveren dan de afgelopen twintig jaar, hebben we de betrokkenheid nodig van een veel breder veld aan professionals. Technici, ICT’ers, data-specialisten, gedragsdeskundigen, bouwkundigen, watermanagementspecialisten, stedenbouwkundigen en logistieke experts. Ik kan het belang van convergentie niet genoeg benadrukken en roep iedereen op om mee te doen.”
“Deze ontwikkeling betekent dat de rol van digitalisering en technologie de komende jaren ongekend groot zal worden voor innovatie van de zorg. Dat moet ook, met het oog op toekomstbestendigheid. Wat mij vooral aanspreekt, zijn de mogelijkheden voor preventie, vroegdetectie, zelfredzaamheid, langer zelfstandig kunnen zijn en het maken van geïnformeerde keuzes. Zaken die direct raken aan de kwaliteit van leven.”
Wat is het belang van samenwerking in dit verband?
“Ik was kortgeleden met onder andere Koningin Máxima en veel Nederlandse ondernemers op handelsmissie naar de VS. Daar zag ik hoeveel technologische kracht er is. Nederland kan een rol van betekenis spelen door ons opleidingsniveau, onze technische universiteiten en onze zorginstellingen. We moeten nu doorpakken. Dat vraagt om samenwerking, zoals binnen het IZA, en om een actieve rol van de overheid. Het oude model waarin de overheid kaders zet en het veld het verder zelf invult, heeft ons ver gebracht, maar de huidige uitdaging vraagt om meer samenwerking en meer sturing, altijd in het belang van de patiënt.”
Waarbij vindt u dat digitalisering al echt helpt?
“Digitalisering heeft ons al veel gebracht. We doen dit al meer dan twintig jaar. Denk aan datatoegang, analyses en risicobewaking. Covid heeft vooral gezorgd voor versnelling richting hybride zorg. Vijf jaar geleden had ik niet geloofd dat we nu grote groepen patiënten thuis met zuurstof, saturatiemeting, glucosemonitoring en medicatietoediening zouden bedienen. En kijk waar we nu staan.”
“Covid liet ook zien dat real time inzicht in capaciteit en drukte noodzakelijk is en dat managed competition losgelaten kan worden in het belang van de patiënt. De crisis liet zien dat het wél snel kon.”
Wat is de belangrijkste stap op het gebied van digitalisering?
“Ten eerste: elektronische gegevensuitwisseling overal in Nederland. Dat voorkomt onveiligheid, dubbele diagnostiek en onnodige registratielast. Mensen verwachten dat hun gegevens beschikbaar zijn op een SEH of huisartsenpost, maar dat is nu vaak niet zo. Daarom ben ik blij met de brede steun voor de Wegiz. Ten tweede databeschikbaarheid, onder meer voor onderzoek. En ten derde het beschikbaar komen van een PGO voor patiënten.”
Wat drijft u in het leven?
“Zorg en onderwijs. Dat zit diep. Mijn vader was huisarts, mijn moeder runde een apotheek. Zorg gaat over leven en dood en is altijd in beweging. Dat maakt het betekenisvol. Daarnaast werk ik graag met mensen en in teams. Als je mensen faciliteert en vanuit hun kracht laat werken, ontstaat er iets moois.”
Tot slot: wat wilt u absoluut gerealiseerd zien?
“Dat we ons zorgstelsel overeind houden: publieke financiering, gelijke toegang en samenwerking als standaard, niet als uitzondering.”
De Tweede Kamer heeft op 27 september het wetsvoorstel voor de Wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg unaniem aangenomen. Kuipers: “Met deze wet zorgen we ervoor dat systemen met elkaar kunnen communiceren, zodat zorgverleners sneller en beter hun patiënten kunnen helpen. Op naar meer digitale verbondenheid in de zorg.”