Samenwerken essentieel voor ontwikkeling warme technologie
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
Digitale innovatie in de langdurige zorg kan uitdagend zijn. Hoe zorg je ervoor dat innovaties daadwerkelijk ingezet worden en echt waarde toevoegen? Vilans zet sterk in op samenwerking voor bijvoorbeeld toepassingen voor mensen met dementie. Sandra Suijkerbuijk, strategisch coördinator van Vilans-samenwerkingspartner ECDT: “Op papier kun je het allemaal mooi uitgedacht hebben. Maar daarna krijg je te maken met het complexe samenspel van mensen, locaties en techniek.”
Alarmknoppen voor ouderen die je om je hals moet dragen. Opvallende gps-polsbandjes voor mensen met dementie. Het zijn goedbedoelde technologische toepassingen met doorgaans een lage adoptie en acceptatie. Maar ook als je vraaggestuurd innoveert en jaren bezig bent geweest met een toepassing, kan het misgaan, weet Prof. Dr. Henk Herman Nap, expert digitale zorg bij Vilans.
“Dan kan het bijvoorbeeld zijn dat gemeenten of zorgverzekeraars aangeven dat de meerwaarde onvoldoende aansluit binnen hun domein en daarom niet bekostigd wordt. Dus als ontwerper wil je eigenlijk aan de voorkant al goed nadenken over: als we dit traject ingaan, waar zit de meerwaarde en wie is bereid om daarvoor te betalen? En wat vindt de gebruiker, de sector en diegene die betaalt eigenlijk belangrijk?”
Het aantal mensen met dementie stijgt en zal de komende jaren verder toenemen. Daarbij zullen steeds meer mensen met de ziekte langer thuis wonen. Technologie kan de doelgroep zelf, maar ook naasten en zorgverleners, ondersteuning bieden op dit gebied. Vilans omarmt de ontwikkeling van ‘warme technologie’ in de zorg. Dat wil zeggen: toepassingen die ethisch verantwoord en afgestemd zijn op de doelgroep en de mensen en instanties om hen heen.
Vilans heeft daar zelf niet alle expertise voor in huis en zoekt daarom de samenwerking met andere kennisinstituten, hogescholen en universiteiten. Zo is er een samenwerking opgestart met het Expertise Centrum Dementie en Technologie (ECDT) bij de TU Eindhoven. Aan deze laatste instelling heeft de samenwerking ook vorm gekregen in het hoogleraarschap van Nap sinds 2025. “De lijn waar mijn leerstoel zich met name op richt is de waardebepaling van technologie. Een voorbeeld is onderzoeken of een thuiskompas voor iemand met dementie degene daadwerkelijk meer autonomie geeft.”
Waardebepaling is nog ingewikkelder dan dat het misschien op het eerste gezicht lijkt. Zo kan de waarde van een toepassing verschillend zijn voor diverse doelgroepen die ermee te maken hebben. De focus op wat belangrijk wordt gevonden, verandert verder met de tijd, de politiek en uitdagingen zoals een crisis. Denk aan de coronapandemie, een financiële crisis of een natuurramp.
Een aantal jaar geleden lag die focus bijvoorbeeld vooral op kwaliteit van zorg, licht Nap toe. “Toen verscheen er een zwarte lijst van verpleeghuizen. Waarden om te laten zien dat de kwaliteit verbeterde, stonden toen op nummer één. De laatste jaren gaat het meer om passende zorg en toegankelijkheid tot zorg.”
Daarnaast kan de waarde van een toepassing verschillen binnen- en zeker ook tussen organisaties, benadrukt Nap: “Zo kan het zijn dat er uit onderzoek blijkt dat een bepaalde technologie van meerwaarde is voor een zorgaanbieder in Brabant; maar dat een zorgaanbieder in Friesland die meerwaarde niet ervaart. Dat kan te maken hebben met bijvoorbeeld het innovatiebeleid, de ICT-infrastructuur en/of de visie op zorg.”
Onderzoeken waar dat precies aan ligt, is een van de focusgebieden van de samenwerkingspartners. “Aan de ene kant zoeken we naar standaardisatie en generieke elementen” vervolgt Nap. “Want daarmee kun je opschalen. Maar aan de andere kant moet de technologie ook binnen een bepaalde context aan te passen zijn.”
'Standaard technologie moet ook binnen een bepaalde context aan te passen zijn'
Veel van de huidige digitale- en hybride zorg bevat AI-elementen en juist die bieden mogelijkheden voor diversiteit en personalisatie. “Neem een dagstructuurrobot die helpt met onder meer opstaan en naar bed gaan. Met AI kun je de taal aanpassen aan de gebruiker, zowel als het gaat om een dialect of echt een andere taal. Je kunt zelfs de persoonlijke ruimte waarin de robot nadert, aanpassen omdat die voor iedereen anders is.”
Verder draagt Vilans bij aan een stukje onderwijs op de TU Eindhoven. Nap hierover: “Vanuit Vilans begeleiden wij bijvoorbeeld studenten die bezig zijn met literatuurreviews. Dat kan taaie kost zijn. Dan is het voor studenten leuker om vanuit de praktijk te horen wat zij willen weten en waar behoefte aan is. Maar ook wat voor type robots er in de zorg gebruikt worden en wat de meerwaarde daarvan is. Dat zijn realistische, actuele onderwerpen.”
Veel studenten worden daar enthousiast van, merkt Nap, en willen vervolgens stagelopen bij Vilans en bij zorgorganisaties onderzoek doen. “Er komen zelfs promotietrajecten uit voort, dus die meerwaarde gaat beide kanten op.”
Om echt de samenwerking met de praktijk te realiseren, moet je de persoon met dementie in zijn kracht zetten en kijken naar de mogelijkheden die deze persoon heeft, in plaats van te focussen op diens beperkingen. Dat is een belangrijk kenmerk van de ontwikkeling van warme technologie. Vilans zocht daartoe de samenwerking met het Expertise Centrum Dementie en Technologie (ECDT) dat sterk hierop inzet.
Bijzonder in dit kader is bijvoorbeeld dat onderzoekers van het ECDT wekelijks naar buurthuis De Meerpaal in Eindhoven gaan om iets te ondernemen met mensen met dementie. Sandra Suijkerbuijk, strategisch coördinator bij het ECDT: “Soms is dat technologie uitproberen. Op andere momenten zingen we samen liedjes of maken we carnavalsmaskers. Het doel is om een evenwichtige samenwerking te creëren waarin je de ander als mens ziet en niet als onderzoeksobject. Dat onderzoekers de doelgroep echt leren kennen en gaan begrijpen wat hen beweegt zodat je de technologie daar goed op kunt afstemmen.”
Van oorsprong richt het ECDT zich op het ontwerp van technologie. De meerwaarde van de samenwerking met Vilans ligt onder meer in het verbreden van het perspectief. Zoals het stukje waardebepaling dat Nap meebrengt. Hetzelfde geldt voor de komst van phd’ers die zich niet alleen richten op het ontwerp, maar ook op bijvoorbeeld de implementatie van technologie.
Ook Suijkerbuijk benadrukt dat de context in onderzoek meenemen waarin die technologie een rol gaat spelen, essentieel is voor de kans van slagen. “Je kunt het op papier nog zo mooi uitgedacht hebben. Maar daarna krijg je te maken met het complexe samenspel van mensen, locaties en techniek. Als je niet weet in wat voor praktijk jouw ontwerp terechtkomt, dan kun je soms al in een vroege fase een kant op bewegen waardoor iets niet bruikbaar of toepasbaar is.”
Als voorbeeld noemt ze een toepassing waarvoor je moet inloggen. “Dan kan het zijn dat dat zorgmedewerkers niet lukt omdat het te veel tijd kost. Als je dat tijdig weet, kun je wellicht een ontwerp maken waarbij je niet hoeft in te loggen.”
De samenwerking heeft dus voor alle partijen meerwaarde. Vilans heeft een groot netwerk waarmee de inzichten vanuit onderzoek makkelijk te verspreiden zijn. Maar het ECDT en de TU Eindhoven hebben meer technologische en co-design kennis over het ontwerpen en ontwikkelen van toepassingen.
“Het mooie is dat we door die samenwerking er ook voor kunnen zorgen dat technologie beter kan landen en we bijvoorbeeld de zorg kunnen informeren over wat er allemaal aankomt”, voegt Nap tot slot toe. “Want wij hebben de korte lijnen met de zorg en veel communicatiemiddelen zoals onze kennispleinen. En voor instituten die technologie ontwerpen, is het natuurlijk heel interessant om te weten: waar zitten nou de vragen? Wat wil de praktijk eigenlijk weten?”
Het ECDT en Vilans organiseren op 21 mei het congres Warme Technologie 2026 en de waarde daarvan voor mensen met dementie. Er wordt ook een prijs uitgereikt in een studentenontwerpwedstrijd en er is onder meer een paneldiscussie. Het congres wordt afgesloten met de intreerede van Prof. dr. Henk Herman Nap.
Meer over het congres: link
Meldt je aan: link
Het Expertise Centrum Dementie & Technologie is partner van TU Eindhoven (TU/e), Alzheimer Nederland, Fontys & Vilans.