‘We overschatten big data en onderschatten de gebruiker’
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
Wat gebeurt er als je technologie niet bouwt om te verkopen, maar om daadwerkelijk verschil te maken? Voor ondernemer Amber Vodegel begon het met een simpele observatie: betrouwbare gezondheidsinformatie voor vrouwen was vaak óf te klinisch en ontoegankelijk, óf aantrekkelijk maar onbetrouwbaar. Met de wereldwijd succesvolle app Pregnancy+ wist ze die kloof te overbruggen. Maar haar nieuwste initiatief - de gratis app 28X - gaat een stap verder. In een tijdperk waarin data het nieuwe goud lijkt en digital health bol staat van investeringen en beloftes, pleit Vodegel juist voor radicale eenvoud, privacy en toegankelijkheid. Haar visie schuurt met heersende aannames in de sector: meer data staan volgens Vodegel niet per se voor betere zorg; commerciële groei betekent niet automatisch maatschappelijke winst. In deze coverstory vertelt ze waarom technologie pas impact heeft als mensen het écht gebruiken, hoe privacy een ontwerpkeuze moet zijn in plaats van een bijzaak, en waarom de toekomst van digital health volgens haar vraagt om minder complexiteit en meer lef.
“Ik wilde de informatie voor zwangeren met name toegankelijker maken. In Nederland heb je, als je zwanger bent, te maken met je verloskundige, eventueel met je gynaecoloog en huisarts en met je moeder en vriendinnen. En er zijn uiteraard ook officiële websites met informatie over zwangerschap, maar dat zijn meestal zwarte letters op een wit scherm. Voor veel vrouwen zijn die officiële bronnen vaak minder aantrekkelijk en minder toegankelijk. Tegenwoordig zijn daar de social media bijgekomen die het allemaal wat kleurrijker en interactiever maken, maar niet per se altijd met informatie die klinisch gevalideerd is. Wat wij met onze app hebben gedaan, is een soort tussenoplossing. Dus klinisch gevalideerde informatie op een leuke en pakkende manier aanbieden.”
‘Meer data leiden niet automatisch tot betere zorg’
“Veel gezondheidsinformatie wordt te complex geschreven, terwijl een groot deel van de bevolking beter begrijpt wat op een leesniveau van 9 tot 12 jaar is geschreven. Dit omdat mensen tegenwoordig simpelweg minder lezen. Daarom vinden ze die overheidswebsites met informatie veel te complex en te saai. Als deze vrouwen vervolgens kanalen opzoeken zoals social media, dan loert het gevaar van misinformatie. Wat ik probeerde te creëren, was een digitale plek waar mensen elke dag terug zouden komen met heel veel plezier met items zoals: ‘Wat als mijn moeder de babynaam die ik kies niet leuk vindt?’. Of: welke kleur is leuk voor de babykamer? Mag ik wel een tattoo laten zetten als ik zwanger ben? Mag ik mijn nagels wel lakken tijdens de zwangerschap? Allemaal ‘onzinartikelen’ maar die mensen wel leuk vinden om te lezen. De truc daarbij was om elk achtste artikel wel een serieuze gezondheidsvraag te laten beschrijven, bijvoorbeeld over zwangerschapsdiabetes, pre-eclampsie, of depressie bij zwangerschap. Zo konden we op een slimme en toegankelijke manier de gezondheidsvaardigheden van zwangere vrouwen vergroten.”
“Ik wilde een evergreen toevoegen aan de appstore, die iets wezenlijks bijdroeg aan de maatschappij. Ik zag dat er op dit gebied wel wat aanbod was, maar dan heel erg vercommercialiseerd, vol advertenties. Ik zocht naar iets wat impact kon hebben. Met een zus die gynaecoloog en een broer die jeugdpsychiater is, kwam ik al gauw uit bij de medische thema’s. Er komen elke dag miljoenen zwangere vrouwen bij, dus in dat opzicht was de keuze voor mij snel gemaakt. Maar wat ik vond aan app-aanbod, triggerde me om iets beters te ontwikkelen.”

“Het bedrijf dat Pregnancy+ ontwikkelde, werd uiteindelijk verkocht aan Philips en is nog steeds zeer succesvol. Het wordt door twee miljoen vrouwen per dag gebruikt en heeft wereldwijd inmiddels meer dan 150 miljoen gebruikers bereikt. Na een aantal jaren ben ik daar weggegaan om feitelijk te gaan rentenieren, ware het niet dat ik het boek ‘Moral ambition’ van Rutger Bregman onder ogen kreeg. Zijn stelling is: ‘The biggest waste of our generation is a waste of talent.’ Wat hij bedoelde, was dat de grootste wiskundigen bijvoorbeeld hun talent verspillen aan het ontwikkelen van algoritmen voor socials als Tiktok in plaats van hun talent in dienst te stellen van het oplossen van medische of maatschappelijke problemen. En de boodschap was: als je aan het begin of het eind van je leven wat terug kunt doen voor de samenleving, doe dat dan vooral. Bregman verwoordde het treffend in zijn uitspraak dat de wereld mensen nodig heeft met ‘the morals of an activist and the ambition of an entrepeneur’.”
“Die gedachte inspireerde me om nog een app te gaan ontwikkelen zoals Pregnancy+, maar dan vanuit de gedachte dat het voor iedereen beschikbaar moest zijn, en voor elke vrouw, waar ook ter wereld. Dat werd de app ‘28X’, waarbij de 28 staat voor de dagen van de vrouwelijke cyclus en de X voor het vrouwelijke chromosoom. Als je iets wilt teruggeven aan de samenleving, moet je opnieuw gaan kijken naar je uitgangspunten. Voor mij betekende dat drie dingen: het moest gratis zijn, en daardoor dus toegankelijk voor iedere vrouw overal ter wereld. Het tweede was privacy-garantie, omdat ik niet wilde dat de data van deze vrouwen gebruikt kunnen worden voor allerlei commerciële en andere doeleinden dan de gezondheid van de vrouwen zelf. Daarom zette ik in op een ‘cold-app’ zonder cloudservers. Dat houdt in dat de data van de gebruikers alleen lokaal op je eigen mobiele telefoon worden opgeslagen. En de gebruiker bepaalt zelf óf en met wie data gedeeld wordt. Door deze opzet zijn er bovendien vrijwel geen schaalbare kosten. Omdat alle data en verwerking op het toestel van de gebruiker plaatsvinden, zijn er geen dure cloudservers, opslag of beveiligingsinfrastructuur nodig. Dit betekent dat we kunnen opschalen naar miljoenen gebruikers zonder dat de operationele kosten evenredig toenemen. De derde pilaar was inclusiviteit. Dus ook beschikbaar voor de kleinste taalgroepen, groepen met een lagere leesvaardigheid of mensen met een lagere opleiding. Mijn doel was nadrukkelijk niet om alleen financieel winst te maken maar juist gezondheidswinst.”
“Het grootste gevaar is dat vrouwen niet beseffen dat hun meest intieme gezondheidsdata, cyclus, stemming, symptomen, gebruikt kunnen worden in contexten die niets met gezondheid te maken hebben. Denk aan AI-gestuurde sollicitatiescreening of een vechtscheiding. De meeste apps zijn ontworpen om die data te oogsten. Bij 28X is misbruik structureel onmogelijk, omdat de data de mobiele telefoon nooit verlaat. Er valt niets te hacken, niets te verkopen en niets op te vragen. Mijn punt is: we moeten heel voorzichtig zijn met het weggeven van onze gezondheidsdata aan commerciële platformen en de mogelijkheden van derden om die data te gebruiken. We vullen heel makkelijk van alles in via internet maar staan er te weinig bij stil wat er met de data gebeurt en hoe ‘microprofilering’ er gaat uitzien in de toekomst. Denk ook aan de datahacks met kwantumcomputers. Nog weinig bedrijven denken na over kwantumencryptie. Met 28X zijn we wel bezig met veiligheid en bescherming van gebruikersdata en zien we dat belang wel, juist ook omdat veel gebruikers daar absoluut niet mee bezig zijn. Gebruikers willen vaak gewoon een mooie app die leuk, gemakkelijk en informatief is.”
“Dat als je tegen twee miljoen vrouwen per dag zegt: ‘Alsjeblieft, drink geen alcohol als je zwanger bent’, dat dat heel veel meer gezonde moeders en baby’s oplevert. Juist de simpelste interventies hebben vaak de grootste impact, het is geen rocket science. Ik heb ook geleerd dat als je informatie te droog en saai presenteert, je het effect ondermijnt, omdat je geen verbinding maakt met de eindgebruiker. De technologie moet optimaal gericht zijn op de doelgroep. Dus voor artsen moet je de informatie kort en zakelijk aanbieden en voor de patiënten/consumenten moet het juist visueel aantrekkelijk zijn, want pas dan gaan ze het gebruiken en kan er dus pas sprake zijn van een gezondheidseffect.”
“Ik ga ervan uit dat de oplossingen gemakkelijk toepasbaar moeten zijn, veilig en dat ze de productiviteit vergroten. Artsen hebben in principe weinig tijd, dus allerlei vragen rondom zwangerschap die betrekking hebben op algemene, veelvoorkomende, niet medische zaken, zoals je navel die naar buiten plopt als je buik dikker wordt, kunnen wij afvangen via onze app. Wij kunnen via de app de vrouwen wijzen op wat daadwerkelijk belangrijk is om te vragen als ze bij hun arts komen. We kunnen met onze technologie dus zorgen dat vrouwen beter voorbereid naar een arts gaan. Dat kan voor artsen enorme tijdwinst opleveren. Tijd die ze kunnen besteden aan de dingen die voor de gezondheid van de vrouwen wel belangrijk zijn. In Engeland overleggen we veel met de NHS om geen belangrijke uitgangspunten bij de ontwikkeling van de app over het hoofd te zien. Zij geven aan dat op de eerste plaats de veiligheid en op de tweede plaats de toegankelijkheid van de app cruciaal zijn, maar ook dat het belangrijk is dat wij aanvullend zijn en niet in hun vaarwater opereren. Zij zijn dan ook, net als wij, totaal niet blij met commerciële apps die werken met abonnementen en advertenties en met niet-geverifieerde gezondheidsartikelen.”
“Ik zie eigenlijk nog maar weinig vooruitgang… maar dat komt wellicht nog omdat we in een overgangsfase zitten, dus die vooruitgang komt nog. Te vaak is men nog gericht op technologische prestaties in plaats van op wat de eindgebruiker er daadwerkelijk van merkt. De innovatie en de uitkomst lopen uit de pas. Zolang dat het geval is, telt de vooruitgang nog niet echt mee. Binnenkort gaat er vooral gewerkt worden met systemen die consultgesprekken opnemen en patiëntendossiers verwerken. Daardoor kan de arts weer echt kijken naar, en spreken mét de patiënt, zonder de hele tijd voor de computer te moeten zitten typen tijdens het consult. Op dit moment is deze techniek helaas nog niet optimaal ontwikkeld en overal beschikbaar.”
“Een goed voorbeeld van een waanzinnige ontwikkeling is AlphaFold van Google DeepMind die heeft gewerkt aan ‘protein folding’ ofwel ‘eiwitvouwing’1. Het voorspellen van eiwitstructuren was tientallen jaren een van de grootste wetenschappelijke uitdagingen. Met AI kan dit nu snel en nauwkeurig, waardoor medicijnontwikkeling en ziekteonderzoek enorm versnellen. We zien eenzelfde vooruitgang bij de ontwikkeling van een nieuw antibioticum met behulp van AI. Dat zijn de echt baanbrekende AI-ontwikkelingen, niet de bedrijven die slechts een ‘wrapper’ bouwen om een bestaande LLM (large language model, de basis voor veel Gen AI-toepassingen, red.).”
“Door de bank genomen vind ik dat digital health vooral veel ingewikkelder is geworden voor artsen. Er zijn steeds meer doorverwijzingen nodig voor een behandeling en er is sprake van een steeds grotere digitale papierwinkel. Alles is zoveel meer gespecialiseerd geworden en hangt vast in zoveel wet- en regelgeving dat de productiviteit naar mijn idee eerder is af- dan toegenomen. De complexiteit van het invlechten van het bestaande in het nieuwe, onze technical legacy, is ook contraproductief, net zoals de angst of weerzin om samen te werken en bevindingen te delen: iedereen wil zelf het wiel uitvinden. Als we een kans willen maken in onze nieuwe wereld, dan moeten we als één Europa samen gaan werken. Brussel is bezig met de oprichting van een gezamenlijke BV in dit verband en dat zou een grote stap vooruit betekenen. We moeten af van alle kleine, veel te dure mini-bedrijfjes die allemaal hetzelfde doen, en we moeten af van onze afhankelijkheid van andere mogendheden.”
“De grootste misvatting is de idealisering van ‘Big data’. De overtuiging dat meer data meer zorg betekenen. Het zou juist moeten gaan om meer diverse data in plaats van alleen méér. Een andere misvatting is de veronderstelling dat als een bedrijf voor consumentengezondheid een groot investeringsbedrag binnenhaalt, het automatisch een grote winst voor de consument betekent. Men realiseert zich te weinig dat de investeerders daar iets voor terug verwachten en hun geld op enig moment terug willen zien. Bijvoorbeeld door te fuseren met andere partijen met hele andere belangen.”
“Vrouwen hebben een cyclus en werden lange tijd als complex gezien. En bovendien is lange tijd het uitgangspunt geweest dat er geen verschil was tussen man en vrouw wat betreft fysieke processen. Ik denk dus dat het vooral onwetendheid was dat men zo dacht en meer was gefocust op ‘gezondheid’ dan op specifiek mannen- of vrouwengezondheid.”
“Mensen zijn altijd heel erg gericht op data en op artikelen. Ik kan je binnen onze app de groei van de baby laten zien per week, allemaal heel mooi visueel vormgegeven en interactief. Dat maakt dat mensen terug blijven komen naar je app. Het is aantrekkelijk, prikkelend, mooi om te zien. En dat is bijvoorbeeld iets wat we hebben geleerd vanuit de gaming industry. Life 3D animaties maken dat je je emotioneel bindt aan iets. Maak het minder technisch en meer tastbaar.”
“Mijn overtuiging is dat als je echt iets wilt veranderen, je moet koersen op groot en groots. Ik ben behoorlijk competitief en wil altijd graag de grootste worden want als je dat niet bent, is je impact ook minder. En als je de grootste bent gaan er meer deuren open, komt er makkelijker geld binnen via donaties. Net als Wikipedia geloven we dat essentiële informatie niet achter een betaalmuur hoort. Ons model draait op vrijwillige bijdragen van gebruikers die dat kunnen en willen, zodat de app gratis blijft voor iedereen die dat niet kan. Wij werken met een klein team, omdat we sterk geautomatiseerd zijn, waardoor we zeer kostenefficiënt kunnen opereren. Daarom hebben we gezegd: laten we in de toekomst dat geld ook weer terugvoeren naar de samen-
leving, dus laten we een circulair bedrijf zijn dat herinvesteert in andere digitale technologie voor vrouwen. Maar wel weer met dezelfde impactfocus. Wij willen het bedrijf niet verkopen aan een of andere grote Amerikaanse firma. Ons doel is een bedrijf te zijn dat over 100 jaar nog bestaat. Een bedrijf dat toekomstbestendig is voor onze kinderen. En om terug te komen op je vraag, als ik straks 80 ben en terugkijk op mijn leven wil ik me trots kunnen voelen, trots op de maatschappelijke bijdrage die ik geprobeerd heb te leveren.”
“Dat heeft toch te maken met de technical legacy. Ik zou met één vraag als uitgangspunt iets vanuit het niets willen opbouwen, zonder de ballast van het bestaande. En mijn advies aan de overheid zou zijn: geef ondernemers meer de ruimte en maak samenwerking mogelijk.
De afschaffing van de slavernij in Engeland begon met een relatief kleine groep mensen, merendeels ondernemers, die jarenlang tegen de stroom in roeiden. In eerste instantie kreeg hun boodschap weinig gehoor, maar pas toen zij hun verhaal wisten te vertalen naar wat mensen direct raakte - bijvoorbeeld door de focus te verleggen naar schrijnende omstandigheden op de schepen ook voor jonge Engelse matrozen - ontstond er brede maatschappelijke steun.”
“Dat laat zien dat echte verandering niet alleen draait om gelijk hebben, maar om visie, lef en vooral het vermogen om een verhaal te vertellen dat mensen daadwerkelijk in beweging zet.”
“Echte leiders. Mensen die problemen oplossen die niemand wil oplossen. Leiders die geen genoegen nemen met middelmatigheid en die hun ego ondergeschikt maken aan impact.”
“Wat betreft de zorg zou ik willen zeggen: richt je op de echte problemen zoals eenzaamheid en suiker- en koolhydratenverslaving. Maar vooral ook: blijf gericht op het menselijke. En voor de tech-wereld is mijn advies: focus op de eindgebruiker. Zorg dat je weet wat je eindgebruiker beweegt en nodig heeft en in welke vorm.”
De app 28X is een gratis tool voor het bijhouden van de menstruatiecyclus en vrouwengezondheid, ontwikkeld met een duidelijke maatschappelijke missie: toegankelijk zijn voor de ‘overige 80 procent’ van de vrouwen wereldwijd die vaak buiten de boot vallen bij commerciële gezondheidsinnovaties.
Wat 28X onderscheidt, is de radicale keuze voor privacy. De app draait volledig op het toestel zelf, zonder gebruik van cloudservers, abonnementen of dataverzameling. Hierdoor kunnen gebruikersgegevens niet lekken of worden opgevraagd: ze bestaan simpelweg niet buiten het apparaat. Zoals oprichter Amber Vodegel stelt: “De architectuur is het privacy-beleid.”
De app biedt informatie over zo’n 100 gezondheidsonderwerpen, met klinisch gevalideerde content. Om de toegankelijkheid te vergroten, zijn er drie leesniveaus beschikbaar en wordt de app de komende jaren in meer dan 30 talen uitgebracht, inclusief minderheidstalen. Gebruikers kunnen bovendien zelf bepalen welke onderwerpen ze wel of niet willen zien.
Ook het ontwerp is bewust inclusief. De interface gebruikt een vlindersymbool om cyclusinformatie subtiel weer te geven via kleuren en stippen, zodat gebruikers hun gegevens discreet kunnen bekijken, zelfs in situaties waarin menstruatie nog een taboe is.
Het verdienmodel wijkt af van de norm: 28X is namelijk gratis en wordt gefinancierd via donaties, naar het voorbeeld van Wikipedia. Dankzij de keuze voor een volledig on-device architectuur blijven de infrastructuurkosten laag, ongeacht het aantal gebruikers.
De app is beschikbaar voor iOS en Android en wordt de komende maanden uitgebreid met nieuwe functies, waaronder AI die volledig op het apparaat werkt. Op termijn wil Vodegel de technologie achter 28X open source maken, zodat ook andere gezondheidsapps kunnen profiteren van deze privacy-gerichte aanpak.