'Van AI-pilot naar echte zorgimpact'
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
De belofte van AI in de zorg is groot - misschien wel groter dan ooit. Maar tussen experiment en echte impact gaapt nog altijd een kloof. Terwijl zorgorganisaties worstelen met stijgende werkdruk, personeelstekorten en versnipperde innovaties, groeit tegelijkertijd het besef dat technologie niet langer een optie is, maar een noodzaak. Toch ligt de sleutel tot succes niet in méér pilots, maar in fundamenteel anders denken en organiseren. In deze coverstory schetst AI-expert Bart Scheerder (UMCG) een scherp en realistisch perspectief op de rol van AI in de zorgtransformatie. Van spraakgestuurd rapporteren tot nationale AI-faciliteiten en van werkplezier tot datadeling: het draait volgens hem niet om de technologie zelf, maar om de manier waarop we die samen inzetten. Met een duidelijke visie op schaalbaarheid, samenwerking en mensgericht implementeren, wordt één ding helder: de toekomst van AI wordt vandaag al vormgegeven.
“De impact van technologie wordt op de middellange termijn vaak overschat en op de lange termijn vaak onderschat. Zeker bij generatieve AI. Mensen neigen ertoe te veronderstellen dat ze nu al door hebben waar deze technologie toe zal gaan leiden, terwijl deze nog volop in beweging is. Wel duidelijk is dat AI zich steeds meer begint te manifesteren in onze fysieke wereld. Daardoor kunnen we technologie gerichter inzetten waar mogelijk, zodat mensen meer ruimte krijgen voor werk dat echt menselijke aandacht, oordeel en nabijheid vraagt. De fase van de productiviteit moet nog komen. In gesprekken met mensen die intensief met AI bezig zijn, merk ik hoe breed het besef groeit dat de samenleving straks andere normen gaat hanteren. Bijvoorbeeld op het gebied van het aansturen van organisaties, efficiency, en kwaliteit. Maar ook dat organisaties die AI niet leren benutten, steeds moeilijker kunnen meekomen.”
“Er zijn sterk innovatiegedreven individuen in organisaties die echt vooroplopen, en zij zijn belangrijk. Tegelijk komt echte impact nooit uit één persoon. Ik ben onderdeel van een geweldig team binnen het UMCG, met collega’s die ieder vanuit hun eigen expertise bijdragen aan dezelfde ambitie. Juist dat teamwork maakt het mogelijk om pionierswerk te verbinden aan de vertaling naar de praktijk. Want daar ontstaat de impact en schaalbaarheid: niet alleen binnen de muren van het UMCG, maar ook daarbuiten.”
“We zijn nu met verschillende zorgkoepels bezig met de AI-versnellingsagenda voor de zorg in Nederland om dit samen - in verbinding met elkaar - op te pakken. Zo willen we bijvoorbeeld een gemeenschappelijke landingsplaats hebben om succesverhalen te delen en zo een lerend vermogen te creëren. Hoe we dat gaan organiseren, is nog best een puzzel. Ik vind dat ICT&health daarin een belangrijke rol speelt met de januariconferenties als ankerpunt. We kunnen daar de lessen die we met elkaar te leren hebben met een breder publiek delen en elkaar tegen het lijf lopen. Zo kunnen er op basis van serendipiteit kruisbestuivingen plaatsvinden.”
“Volgens mij leent de technologie zich enorm voor een hogere arbeidsproductiviteit, het wegnemen van vervelende werkzaamheden en het verhogen van de overall efficiency. Op dit moment werken we in de zorg allemaal voor 120 procent. De werkdruk is enorm door de scheve verhouding tussen de hoeveelheid werk en het aantal mensen dat het werk moet verrichten. Op de lange termijn is dat echt niet houdbaar, dus we moeten naar een technologische oplossing zoeken. Mijn insteek is dat de mensen die het doen wel hun motivatie moeten behouden, dus we moeten oog blijven houden voor de mens. In dit kader is het essentieel dat we goed ‘batenmanagement’ toepassen. Stel we maken een proces met AI veel efficiënter en we besparen bijvoorbeeld drie minuten per consult, dan moeten we die vooraf gecontroleerd gaan toewijzen: één minuut voor de professional (reductie 'mental load', verlagen overbelasting), één minuut voor de patiënt (hogere ervaren kwaliteit van zorg) en één minuut minder per consult (meer patiënten zien).”
‘We overschatten AI nu, maar onderschatten de echte impact’
“Als we het hebben over deze vorm van change management, is balans cruciaal. Want als je mensen die al hoog in hun werkdruk zitten, vertelt dat ze meer moeten doen, dan komt die boodschap - heel begrijpelijk - niet binnen. Dat zou veel verkeerde weerstand oproepen en dat moeten we niet willen, want dat is totaal niet functioneel. Tegelijkertijd doen we alles ook samen en voor de patiënt. Om het effect te laten landen, is het dus ook van belang dat we de patiënt een andere ervaring bieden. Een collega vertelde me bijvoorbeeld dat zijn tante niet meer naar de huisarts ging omdat deze alleen maar achter zijn computer zat te typen en er gevoelsmatig geen echt contact meer was. AI kan hier een oplossing bieden in de vorm van spraakgestuurd rapporteren. Voor deze technologie zal in 2027, 2028 en 2029 financiering beschikbaar komen voor een veel bredere inzet. We zien spraakgestuurd rapporteren als een poorttechnologie. In veel zorgprocessen begint waardevolle informatie in het gesprek tussen zorgverlener en patiënt, waarna die nu vaak handmatig wordt vertaald naar verslaglegging, registraties en vervolgacties. De huidige technologie kan daarin al verlichting bieden door administratieve lasten te verlagen en ruimte te maken voor beter contact.”
“De komende drie jaar willen we het gebruik van deze technologie stimuleren, en vanuit die verslaglegging een vervolgstap maken naar kwalitatief hoogwaardige data. Dan gaat het niet alleen om een goede samenvatting van het consult, maar om informatie die gestructureerd kan worden vastgelegd in het patiëntendossier en bruikbaar is voor het verdere proces. Op basis daarvan kunnen steeds meer vervolgstappen worden ondersteund of geautomatiseerd, zoals orders, brieven, signaleringen of suggesties voor diagnostiek en behandeling. Zo wordt spraakgestuurd rapporteren een ingang naar bredere procesvernieuwing.”
“Superrelevante vraag. Eigenlijk een vraag die niets met de NLAIF te maken heeft, maar meer met zorg in het algemeen. Hoe gaan we toe naar echt ‘challenge based’ innoveren? We zien vaak dat bij nieuwe technologie je veel meer gefocust bent op het gebruiken van die technologie, zonder dat je eerst de echte fundamentele vragen aan je medewerkers stelt. Vragen als: wat moeten wij doen om jullie in je kracht te zetten?”
“De eerste toepassing die wij in het UMCG lanceerden in 2023 bleek - omdat we die vraag niet gesteld hadden - veel minder dan verwacht op te leveren. Het is superbelangrijk dat je op de eerste plaats goed leert te luisteren naar je organisatie. Dat je ontdekt hoe je met elkaar dat verandermanagement goed gaat doen. In het UMCG hebben we nu een AI-loket waar iedereen, van facilitair medewerker tot medisch specialist, ideeën kan inbrengen over toepassingen van AI. Er zit een structuur achter, waarbij de vraag ‘waarvoor willen wij hiermee een oplossing vinden?’ het uitgangspunt vormt. Daarbij is het cruciaal dat de initiatieven schaalbaar zijn.”
“Ik wil niet per se zeggen dat we een andere aanpak hebben, maar wellicht wel dat we eerder hebben dóór durven pakken. Succesfactoren daarin waren: we zagen de potentie van deze technologie - in 2019 werd wel duidelijk dat generatieve AI een gamechanger ging worden; bestuurlijk geloof; en dat ook bij de eerste toepassing de relevante collega’s de bestuurlijke ‘backing’ hadden. Bovendien was de keuze om hier echt in te investeren door de oprichting van een Programma toegepaste AI en een Applied AI Accelerator Lab -A3 Lab - in die tijd een belangrijke factor.”
“Het UMCG probeert nadrukkelijk om bevindingen en lessons learned te delen met de Nederlandse AI in Health community. Dat doen we door regelmatig presentaties en workshops te verzorgen en door via het A3 Lab wetenschappelijke publicaties te maken over de AI-impact. Dat voorkomt mede dat iedereen hetzelfde doet. Ook hebben we vorig jaar een aantal VVT-organisaties ondersteund bij het aanvragen van een STOZ-subsidie voor spraakgestuurde technologie. Onze rol daarin was enabling: zorgen dat er kennis gedeeld wordt en dat de verbindingen gelegd worden.”
'Succes begint bij het probleem, niet bij AI'
“Onze recente ervaring met het inrichten van ChatUMCG is ook waardevol om te delen. Dit is de ‘Slimme AI Assistent’ van het UMCG: een chatomgeving die volledig door het UMCG wordt beheerd, waarin medewerkers veilig met eigen documenten kunnen werken, en waaraan in toenemende mate ook UMCG-beleidsdocumenten worden gekoppeld. Daarmee ontstaat stap voor stap een eigen kennis- en ondersteuningslaag voor de organisatie.”
“Maak de keuze voor waardevolle AI, gericht op impactvolle uitdagingen die op de werkvloer echt gevoeld worden. Sta in nauw contact met die werkvloer en luister goed wat daar de concrete issues zijn waar oplossingen voor nodig zijn. Dit neemt niet weg dat transformatie wel om een andere benadering vraagt: luister dus vooral naar de uitdagingen en de problemen van de werkvloer, maar houd een open mindset voor hoe de toekomst zonder dat probleem eruitziet.”
“Het is ook belangrijk om je ervan bewust te zijn dat digitale hulpmiddelen in de zorg zowel verlichting kunnen geven als extra belasting kunnen veroorzaken. De impact hangt vooral samen met de manier waarop deze toepassingen worden ingevoerd in het werkproces. Een zorgvuldige, mensgerichte implementatie is bepalend voor het effect op de werkdruk en werkbeleving.”
“Veel data die tegenwoordig waardevol is, betreft teksten. Zo helpen teksten van vroegere consulten de zorgprofessional om zich voor te bereiden op het aankomende consult, door gegenereerde samenvattingen te lezen naast het eigen onderzoek. De teksten van vroegere consulten werden echter niet echt geprotocolleerd vastgelegd, dus kennen veel diversiteit. Wat de impact daarvan is op de kwaliteit van de samenvattingen moeten we goed onderzoeken, om te leren welke rol we die samenvattingen kunnen geven. Het begint met bewustzijn, en eerlijk gezegd denk ik dat we ook pas in die fase zitten. Collega’s moeten zich gaan realiseren dat de manier van documenteren van bijvoorbeeld consulten in de toekomst niet alleen hergebruikt gaat worden door zorgprofessionals, maar ook door technologie.”
“Neem spraakgestuurd rapporteren. Tegenwoordig wordt in vergaderingen steeds vaker transcriptie gebruikt, zodat een tool achteraf een samenvatting of follow-up bullets kan genereren. Als ik dit weet, zorg ik ervoor dat ik mijn taalgebruik aanpas, duidelijker articuleer en ook structuur in het gesprek breng door bijvoorbeeld explicieter conclusies te benoemen en vergaderstructuur te brengen (‘dan sluiten we nu dit punt af en gaan we over naar…’). Dit soort bewust gebruik is echter niet voor iedereen logisch, en daardoor hebben we nog veel diversiteit in het systeem. Dit is een veelkoppig monster waar we de komende jaren nog wel zoet mee zijn.”
“Ik wil hier drie perspectieven schetsen, ingegeven door ontwikkelcycli. Vandaag zien we systemen die inhaken op kernprocessen, maar nog niet voldoende waardevol ondersteunen om taken echt over te nemen. Morgen zien we de volgende stap, waarin de ‘drek’ van jarenlange stapeling van ICT- systemen wordt afgebouwd, en alleen waardevolle systemen overblijven. AI-systemen weten in toenemende mate de menselijke maat in de zorg terug te brengen.”
“Op termijn bouwt physical AI een combinatie van de klassieke deterministische AI - gericht op voorspelbaarheid en natuurkundige principes – en generatieve AI, waarin simulaties, scenario’s en real life omgevingen kunnen worden geïntegreerd. Robotica neemt daarin nu een vlucht: onlangs is het wereldrecord halve marathon door een robot verpulverd (van 57 minuten door de snelste mens naar 50 minuten door de robot), maar tegelijkertijd moest de robot richting de finish nog wel uit de hekken geholpen worden. Ook was de robot niet volledig autonoom, maar werd op afstand ondersteund. Dit toont dat de eindverantwoordelijkheid van de professional iets is wat we met elkaar verankerd hebben. Ik denk niet dat AI daar een substantieel verschil in moet gaan maken.”
'Winst door AI moet je bewust verdelen'
“Als we een pil moeten slikken, dan lees je in de bijsluiter wanneer, hoe, waarom etc. je die pil moet gebruiken. Dat noemen we de beoogde toepassing. Bij veel huidige AI-technologie gaat het om niet medisch gecertificeerde producten en dit is niet gebaseerd op beoogde toepassing. Dat maakt het dus moeilijk om het gebruik op verantwoordelijkheid te toetsen, want we hebben geen vat op hoe de zorgprofessional de technologie inzet. Ik denk daarom dat het zaak is om de zorgprofessional te ondersteunen in de juiste toepassing van de technologie. Dus als we de administratie voor een groot deel laten overnemen door AI-technologie, dan moeten we daar goede afspraken over maken met elkaar.”
“Op dit moment zeker nog te weinig, hoewel de spraakgestuurde technologie al in toenemende mate ruimte creëert voor waardevol contact tussen zorgprofessional en patiënt. Veel technologie richt zich nog op de zorgprofessional, maar bedrijven als Ditto laten zien dat het ook andersom kan. Mogelijk ligt het antwoord van de zorgtransformatie wel bij de patiënt. Zeker als we databeschikbaarheid centraal willen stellen is de patiënt een aardig logische drager: dat is immers degene waar het allemaal om gaat!”
“Ik mobiliseer partnerships om toekomstige projecten naar de NLAIF toe te brengen. De NLAIF wordt door een consortium van partijen ingericht. SURF verzorgt de faciliteit en de supercomputer, zij hebben daar veel relevante kennis en expertise in. TNO brengt verschillende technologieën mee zoals bijvoorbeeld rondom dataspaces. Verder bouwt TNO aan het GPT-NL initiatief samen met SURF. AIC4NL en Samenwerking Noord zorgen voor de noodzakelijke vraagarticulatie vanuit de markt en voor het opstellen van zogenaamde ‘calls’, waarlangs de toegang tot de NLAIF ontsloten wordt. Naast deze partners is er nog ontzettend veel meer samenwerking nodig, zowel in de regio, nationaal als internationaal.”
“Ik ging ongeveer een half jaar geleden als kwartiermaker voor het UMCG aan de slag. In de eerste fase heerste er een enorme jubelstemming over de komst van een AI Factory naar Nederland, vanuit allerlei hoge verwachtingen. Die verwachtingen en die jubelstemming vormde de eerste grote uitdaging, omdat ik moest zorgen voor een realistisch beeld van de mogelijkheden en onmogelijkheden. Niet dat ik de mensen moest gaan teleurstellen, maar ik nam ze mee in de dingen die we wèl kunnen gaan realiseren in de toekomst, welke rol de technologie kan gaan spelen en wat de vertaalslag kan zijn naar de eigen praktijk. Veelal betekende dit mensen juist uitdagen om nog ambitieuzer te denken dan ze al deden!”
"De regio Noord-Nederland heeft RIVO-Noord, een regionale organisatie die heel veel zorgpartijen aan elkaar verbindt, met een gemeenschappelijk infrastructuur, waardoor we in elkaars patiëntendossier kunnen kijken daar waar nodig, en uiteraard met inachtneming van privacyregels. Hoe gaaf zou het zijn als we, door al deze data te gebruiken, een effectieve zorgpadvoorspeller kunnen bouwen waarmee we op patiëntniveau veel sneller tot een passend zorgaanbod kunnen komen! Met de NLAIF hebben we de infrastructuur en expertise beschikbaar om zo’n model te bouwen. Uitdaging is dat voor het verkrijgen van alle benodigde data en het bundelen van alle talenten geen geld beschikbaar is, dus dit moet je echt vanuit ambitie en visie met elkaar organiseren. Je moet er samen de schouders onder willen zetten. In deze beweging steek ik op dit moment veel energie en ik haal er tegelijkertijd ook veel energie uit!”
“Enerzijds het organiserend vermogen. We hebben de laatste jaren de zorg uitgedaagd om alsmaar efficiënter te opereren, dus organisaties hebben geen extra mensen beschikbaar die dit soort vraagstukken kunnen oppakken. Anderzijds zijn zorgorganisaties ook betrekkelijk conservatief hieromtrent - en om goede redenen, want we hebben het hier over kwetsbare gegevens. Dus veel bestuurders handelen met grote voorzichtigheid, waardoor veranderen veel tijd kost. Het is belangrijk om bestuurders mee te nemen daarin, om enigszins vaart te kunnen maken. Het UMCG, wordt als koploper vaak benaderd door andere organisaties met de vraag hoe AI iets voor ze kan betekenen, en wij gaan proactief om met deze vragen. Dat betekent dat we met regelmaat op bijeenkomsten hierover spreken, maar ook in 1-op-1 gesprekken met bestuurders. We delen proactief waar we mee bezig zijn en wat er mogelijk is, zodat mensen geïnspireerd raken. Belangrijk is om daarin niet een geïdealiseerd verhaal te brengen, maar juist om het realistische en eerlijke verhaal te vertellen, waarin je ook de risico’s benoemt.”
“In het UMCG hebben we in november 2022 een enorme sprong gewaagd door al in een hele vroege fase een toepassing met ChatGPT in de kliniek te brengen - in november 2023. Dat kreeg toen enorm veel aandacht, omdat veel partijen nog niet goed konden inschatten welke randvoorwaarden nodig waren om dit te doen. We hebben dat destijds niet gedaan door binnenbochten te nemen, maar juist door alle relevante partijen in het UMCG in hun rol te zetten en te zorgen voor goede afstemming. Denk aan aspecten als privacy, security, maar ook aan zaken als aansprakelijkheid en kwaliteitsmanagement. Wij realiseren ons namelijk dat goede ‘compliance’ ertoe leidt dat toepassingen duurzaam in onze zorg kunnen landen. Daarom nemen we dit vanaf de start mee. Compliance werkt echt als versneller.”
“In 2022 hebben we het ELSA AI Lab Noord Nederland opgericht vanuit een NWO-subsidie. Dit is een publiek private samenwerking, waar kennis en tools worden ontwikkeld om vorm te geven aan de ethische, juridische en maatschappelijke aspecten van de toepassing van AI in de zorg. Dit is voor ons een belangrijke organisatie geworden, die onderdeel is van de compliance supportorganisatie die we hebben ingericht. Tegelijk merken we dat het uitdagend is om langdurige financiering hiervoor te vinden.”
“In de eerste fase van mijn carrière werkte ik vooral in geneesmiddelenonderzoek. Ik heb destijds als projectmanager vanuit een academische contract research organisatie (CRO) voor een klein biotech bedrijf de studies begeleid in fase I (eerste keer toepassen in de mens), fase IIa en IIb (zoeken naar effectieve dosering en veiligheid). Het bedrijf dat dit middel op de markt zette, ging tijdens deze periode naar de beurs op basis van de positieve uitkomsten van deze studies. Ik heb toen de hele due diligence meegemaakt en gezien wat erbij komt kijken om een innovatie in de markt te zetten. Uiteindelijk heeft dit geneesmiddel een marktvergunning gekregen en wordt het nog steeds gebruikt. Ik vond het echt ontzettend leerzaam om te mogen bijdragen aan een dergelijk traject, maar heb mij toen ook gerealiseerd hoe uitdagend en complex zulke trajecten zijn. Deze kennis en ervaring neem ik tegenwoordig ook mee in de uitdagingen om waardevolle AI naar de markt te brengen.”
'De uitdaging is niet innovatie, maar opschaling'
“Verder heb ik geleerd dat ik erg goed gedij in omgevingen waarin uitdagingen worden aangepakt vanuit samenwerking, liefst multidisciplinair en waarin hele talentvolle mensen hun bijdrage leveren om te komen tot bijzondere resultaten. Ik ontdekte dat mijn kracht ligt in het organiseren en in het enthousiasmeren en inspireren van mensen, strategie ontwikkelen, en partnerships smeden. Ik wil zorgen dat we deze AI-kans niet verloren laten gaan en zie het als mijn uitdaging om te zorgen dat het gaat lukken!”
“Realiseer je wat een privilege het is om in deze sector te mogen werken. De maakbaarheid van leven wordt met technologie steeds groter. En juist de huidige periode zorgt voor een volgende versnelling daarin, met steeds meer waardevolle toepassingen. Vooral de volgende generatie AI gaat in toenemende mate zijn intrede doen in de fysieke omgeving. Ik zie de parallel met de automobielindustrie: waar de huidige zelfrijdende auto’s nog heel sterk leunen op deterministische AI, het trainen en voorbereiden van allerlei scenario’s, gaat de combinatie van deep learning algoritmes met de generatieve AI zorgen voor adaptieve systemen die in de echte wereld ook stand kunnen houden en met onverwachte gebeurtenissen om kunnen gaan.”
“Mijn oma en mijn neefje werden ondersteund door de zorg, maar uiteindelijk konden zij niet worden geholpen. Mijn oma stierf 15 jaar geleden, maar was al vele jaren eerder cognitief verloren. Van mijn neefje moesten we als gevolg van een tumor na een lange strijd, ondanks de best mogelijke zorg in het RadboudUMC, vijfentwintig jaar geleden afscheid nemen. Ik zou mijn collega’s dus willen zeggen: help mee om de volgende generatie van technologie te ontwikkelen, die zorgt dat dit niet meer nodig is!”

De Nederlandse AI Fabriek (NLAIF) - onderdeel van een Europees netwerk van 19 AI Factories - richt zich specifiek op toepassingen met gevoelige data en intellectueel eigendom. Dit biedt kansen, maar maakt het ontwikkelen van impactvolle use cases complex: het vraagt om relevante data, heldere vraagstukken en sterke inhoudelijke ondersteuning om tot succes te komen. Zonder een actieve community en grensoverschrijdende samenwerking – tussen landen, sectoren en expertises – blijft echte vooruitgang uit.
In een tijd waarin maatschappelijke uitdagingen vragen om fundamentele herontwerpen, wil de NLAIF een verbindende en aanjagende rol spelen. De missie vertaalt zich naar het realiseren van maatschappelijke impact, het versterken van een innovatief ecosysteem en het bouwen aan een Europees alternatief voor AI. Hoewel de NLAIF pas eind 2027 operationeel wordt, kan nu al impact worden gemaakt via bestaande Europese AI Factories.
Deze timing is gunstig: volgens Gartner beweegt generatieve AI zich naar een fase van volwassenheid en brede productiviteit. Tegen de tijd dat de NLAIF volledig draait, zal de technologie klaar zijn om op grote schaal waarde te leveren. te leveren. Bart Scheerders zal in diverse blogs op de website van ICT&health dieper ingaan op de relevantie voor Nederlandse zorgorganisaties en -professionals.