CPAP-masker op maat voor betere slaapapneubehandeling
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
Voor veel mensen met slaapapneu begint goede zorg letterlijk in hun slaap. Toch blijkt juist de behandeling die wereldwijd als gouden standaard geldt – de CPAP-therapie – in de praktijk lang niet altijd zo vanzelfsprekend als op papier. Niet omdat de therapie onvoldoende werkt, maar omdat iets relatief eenvoudigs grote gevolgen heeft: de pasvorm van het masker.
Bij obstructieve slaapapneu ontspannen tijdens de slaap de spieren rondom de bovenste luchtwegen, waardoor de ademhaling tijdelijk wordt geblokkeerd. Dit kan tientallen keren per uur gebeuren en soms zelfs minutenlang. De gevolgen lopen uiteen van chronische vermoeidheid en concentratieproblemen tot een verhoogd risico op cardiovasculaire aandoeningen. Om dat te voorkomen, krijgen veel patiënten een CPAP-behandeling voorgeschreven. CPAP staat voor Continuous Positive Airway Pressure, een behandeling waarbij via een masker continu luchtdruk wordt toegediend om de luchtweg open te houden.
In theorie is dat een zeer effectieve behandeling, maar in de praktijk blijkt therapietrouw echter een terugkerend probleem. Een aanzienlijk deel van de patiënten stopt voortijdig of gebruikt het apparaat minder dan medisch noodzakelijk is. Een van de belangrijkste oorzaken zit in het masker zelf.
De meeste CPAP-maskers worden geproduceerd in een beperkt aantal standaardmaten (S, M, L). Maar gezichten laten zich moeilijk standaardiseren. Kleine verschillen in neusbrug, jukbeenderen, kaaklijn of asymmetrie in het gezicht kunnen al zorgen voor een slechte aansluiting. Het gevolg: luchtlekkages resulterend in een droge mond, geïrriteerde ogen, huidklachten of het herkenbare sissende geluid van ontsnappende lucht. Voor veel patiënten leidt dat tot frustratie – en uiteindelijk tot het stoppen van de behandeling.
De vraag die daaruit ontstaat is eigenlijk heel logisch: als medische technologie steeds persoonlijker wordt, kunnen we dan ook op maat gemaakte maskers gebruiken bij CPAP-behandeling?
Vanuit precies die vraag werken onderzoekers van het lectoraat Industrial Design van Saxion samen met longspecialisten en slaapfysiologen van Medisch Spectrum Twente aan een alternatief: een CPAP-masker dat beter aansluit op de anatomie van de individuele patiënt.
Het project brengt twee disciplines samen die elkaar in moderne zorginnovatie steeds vaker nodig hebben. Aan de ene kant ontwerpers en engineers die zich bezighouden met digitale productontwikkeling, materiaalkennis en rapid prototyping. Aan de andere kant zorgprofessionals die dagelijks werken met patiënten en uit eerste hand zien waar bestaande behandelmethoden tekortschieten.
Juist die combinatie blijkt essentieel. Technologie ontwikkelen zonder begrip van de dagelijkse zorgpraktijk leidt zelden tot oplossingen die daadwerkelijk gebruikt gaan worden. Andersom geldt hetzelfde: zonder technologische innovatie blijven veel bestaande problemen simpelweg bestaan. Binnen dit project worden beide perspectieven vanaf de start gecombineerd.
Voordat er ook maar één eerste prototype werd ontwikkeld, begon het traject met een inventarisatie onder gebruikers. Want hoewel lekkageproblemen rondom CPAP-maskers al langer bekend zijn, verschilt de manier waarop patiënten dit ervaren vaak sterk van persoon tot persoon.
Om dat beter te begrijpen is er verdieping gezocht in CPAP-gebruikers over hun dagelijkse ervaringen. Welke ongemakken ervaren zij tijdens het slapen? Welke factoren maken dat iemand het masker afzet gedurende de nacht? En wanneer besluit een patiënt uiteindelijk helemaal te stoppen met de behandeling? De resultaten hiervan zijn vervolgens besproken met medisch specialisten van Medisch Spectrum Twente om de bevindingen vanuit klinisch perspectief te toetsen.

Pas daarna begon het daadwerkelijke ontwerptraject. Daarbij wordt gewerkt volgens een iteratief proces: ontwerpen, prototypes maken, evalueren, aanpassen en opnieuw evalueren. Iedere ontwerpcyclus levert nieuwe inzichten op, waardoor concepten stap voor stap verder worden aangescherpt.
Op basis van de eerste onderzoeksresultaten zijn uiteindelijk twee ontwikkelrichtingen gekozen. Beide hebben hetzelfde doel – een betere aansluiting op het gezicht – maar verschillen fundamenteel in aanpak. De overeenkomst tussen beide routes is dat ze beide een ontwerp creëren op basis van enerzijds de gezichtsscan en anderzijds een drukprofiel, gemeten met een sensorring tussen gezicht en conventioneel masker.
De eerste route is de meest vergaande vorm van personalisatie. Daarbij wordt een volledig nieuw masker ontwikkeld dat volledig op maat wordt gemaakt voor één individuele patiënt. Zowel de harde buitenstructuur als het zachte siliconen gedeelte dat direct contact maakt met de huid worden volledig afgestemd op de gezichtsanatomie van de patiënt. Het uitgangspunt is eenvoudig: wanneer ieder contactoppervlak perfect aansluit, worden lekkages zoveel mogelijk voorkomen.
Daarnaast wordt een tweede route onderzocht die pragmatischer is ingericht. In plaats van een volledig nieuw masker te ontwikkelen, blijft hierbij een bestaand standaardmasker behouden. Tussen het masker en het gezicht wordt vervolgens een gepersonaliseerde tussenlaag geplaatst die fungeert als een soort maatwerkafdichting.
Deze aanpak heeft als voordeel dat bestaande systemen bruikbaar blijven, terwijl toch een groot deel van de voordelen van personalisatie behouden blijft. Tegelijkertijd ontstaat zo een interessante vergelijking tussen maximale maatwerkoplossingen en oplossingen die eenvoudiger in bestaande zorgprocessen kunnen worden geïntegreerd.
Het afgelopen jaar heeft het project zich vooral gericht op het ontwikkelen en testen van de eerste prototypes. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van 3D-scantechnologie, digitale ontwerpsoftware en verschillende productietechnieken voor het vervaardigen van een siliconen maatwerk-product.
De prototypes die inmiddels zijn ontwikkeld verschillen sterk in complexiteit. Sommige modellen dienen vooral om vorm, passing en geometrie te evalueren. Andere prototypes zijn al functioneler opgezet en worden gebruikt om bijvoorbeeld luchtdichtheid, materiaalgedrag en draagcomfort te testen.
Juist in deze fase wordt zichtbaar hoe moderne productietechnologie medische innovatie kan versnellen. Waar traditionele ontwikkelprocessen vaak maanden duren, maakt digitale prototyping het mogelijk om in korte tijd meerdere ontwerpiteraties naast elkaar te ontwikkelen en direct te evalueren.
Inmiddels is het project een nieuwe fase ingegaan. Er is een METC-aanvraag goedgekeurd voor klinische testen met patiënten, die recent zijn gestart. Daarbij worden de gepersonaliseerde oplossingen voor het eerst in praktijksituaties gebruikt en vergeleken met elkaar.
De centrale vraag daarbij is uiteindelijk niet alleen technisch van aard. Natuurlijk wordt gekeken naar luchtlekkage en pasvorm, maar minstens zo belangrijk is de gebruikerservaring. Voelt het masker comfortabeler? Wordt het meer en langer gedragen? En vooral: helpt een betere pasvorm patiënten daadwerkelijk om hun behandeling structureel vol te houden?
De komende maanden moeten die antwoorden duidelijk worden. Als de resultaten positief uitvallen, raakt dit project aan een veel bredere beweging binnen de medische technologie. Steeds vaker verschuift de aandacht van generieke hulpmiddelen naar oplossingen die zijn ontworpen rondom individuele verschillen tussen patiënten. Misschien ligt daar uiteindelijk de belangrijkste les van dit project. Soms zit innovatie niet in complexere technologie, maar juist in iets fundamenteels: zorgen dat een behandeling eindelijk écht past bij wat diegene nodig heeft.