Van gedeelde data naar bruikbare zorginformatie: het kan al
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
Bij spoed- en chronische zorg telt iedere seconde én elk datapunt. Toch ontbreekt cruciale informatie vaak op het moment dat het ertoe doet. In een pilot van het Radboudumc (Nijmegen) en het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis (Tilburg) is voor het eerst structureel laboratoriumdata gedeeld binnen het EPD, rechtstreeks en met behoud van context. De technische oplossing is er al - wat rest, is samenwerking. De toekomst van interoperabiliteit ligt in onze eigen handen. Deze pilot laat zien: het kan nu al.
Voor continuïteit en kwaliteit in zowel chronische als acute zorg is goede informatie-uitwisseling onmisbaar. Toch blijft potentiële informatie voor hulpverleners vaak onzichtbaar of onbruikbaar, omdat het lastig toegankelijke data zonder context betreft.
Sinds 2018 is de Basisgegevensset Zorg (BgZ) de standaard voor gegevensuitwisseling. Achter de schermen wisselen ziekenhuizen - wettelijk verplicht - dus al data uit. Toch bereikt deze data de zorgverlener zelden in bruikbare vorm. Een laboratoriumwaarde zonder informatie over het afnamemoment of het referentie-interval is moeilijk te interpreteren. Syntaxverschillen tussen systemen – zoals de manier waarop een arterieel bloedgas wordt geregistreerd – maken automatische interpretatie complex en foutgevoelig.
Daarnaast moeten gegevens voor de gebruiker op een vertrouwde en toegankelijke plek zichtbaar zijn, zoals in het bekende laboverzicht in het EPD. Functionaliteit zoals een grafische weergave van trends in labwaarden over de tijd, gecombineerd uit verschillende bronnen, is van grote waarde voor klinische interpretatie.
De NEN 7540-norm (2022, geüpdatet in 2024) beschrijft hoe gegevens digitaal moeten worden uitgewisseld. Initiatieven zoals CumuluZ (basis voor een landelijke data-infrastructuur) en de EU-verordening European Health Data Space (EHDS) bieden perspectief, maar bevinden zich nog in de ontwikkelfase.
In de praktijk blijven systemen onbruikbaar zolang ze niet goed geïmplementeerd zijn - en omdat ze niet gebruikt worden, verbetert de implementatie niet. Een vicieuze cirkel die doorbroken moet worden.
Onder het motto ‘doen wat nu al kan’ wisselen het Radboudumc en het ETZ veelvoorkomende laboratoriumuitslagen uit via Epic. Naast de verplichte BgZ gebruiken Epic-ziekenhuizen ook de C-CDA-standaard, die onderling beter toepasbaar blijkt.
Twee uitdagingen zijn daarbij overwonnen:
Externe labresultaten worden nu direct weergegeven in het dossier, herkenbaar via een pictogram (kleine Erlenmeyer, zie figuur rechts). Hoewel er nog ruimte is voor verbetering - zoals het tijdelijk kunnen verbergen van externe resultaten - levert dit systeem al direct tijdwinst op en voorkomt het fouten.
De pilot tussen het Radboudumc en het ETZ, uit pragmatiek geboren, sluit aan bij bredere landelijke inspanningen om gegevensuitwisseling te standaardiseren. Een voorbeeld daarvan is de recente koppeling van LOINC-codes aan de LESA-labafspraken in de eerste lijn, onder regie van de NVKC en Nictiz (zie ook het artikel op pagina’s 76-77 in deze editie van ICT&health).
Tegelijkertijd is er het besef dat zonder oog voor schaalbaarheid, lokaal succes een eiland blijft. Daarom gebruiken wij bewust tools zoals het eerdergenoemde Medscio om zo actief bij te dragen aan de 'grondplaat' van een gedeelde terminologie: één taal, over instellingen heen. Uiteindelijk versterken dergelijke initiatieven ook het realiseren van beleidsdoelen uit het Integraal Zorgakkoord (IZA), diens opvolger AZWA (Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord) en de EHDS.
Wachten op landelijke implementatie is geen oplossing. Vooruitgang begint met lokale samenwerking tussen ziekenhuizen, laboratoria en IT-afdelingen. Deze pilot toont aan dat interoperabiliteit vandaag al haalbaar is.
Onze oproep: sluit aan. Niet vanuit verplichting, maar vanuit overtuiging dat het werkt én waarde toevoegt. Waar veel initiatieven nog in de plannings- of draagvlakfase verkeren, laat deze pilot zien dat technische en functionele interoperabiliteit vandaag al mogelijk is - mits er lokaal eigenaarschap is en zorgprofessionals en informatici samenwerken.

Vrijdagmiddag, vier uur. Een patiënt ligt klaar, de data niet. In spoedeisende zorg draait alles om snelheid, maar het dossier blijft leeg. Geen labwaarden. Geen medicatieoverzichten. Geen voorgeschiedenis. Geen context.
Het gevolg: tijdsverlies door bellen met drukke collega's uit andere ziekenhuizen die de patiënt zelf niet kennen en beveiligde bijlagen openen in de hoop dat die misschien iets opleveren. Dit is een herkenbare situatie voor veel zorgverleners. Hoewel de gegevens vaak wel bestaan, zijn ze niet toegankelijk op het juiste moment of in bruikbare vorm.
De heer Jansen is 72 en woont in Tilburg. Hij wordt in het Radboudumc behandeld voor vasculitis, maar laat zijn tussentijdse bloedcontroles uitvoeren in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis. Voorheen betekende dit: meerdere systemen, herhaalde diagnostiek, onvolledige informatie en gebrekkig overzicht.
Sinds de pilot kan zijn behandelend arts in het Radboudumc de laboratoriumwaarden van beide ziekenhuizen geïntegreerd bekijken, overzichtelijk in één tijdlijn en met behoud van context. De gegevens zijn voorzien van datum, herkomst, afnamemethode en referentie-interval - en daarmee direct klinisch bruikbaar.
Wij bedanken C. Driessen (Medische Oncologie, MIO) en R. van Kruijsdijk (Nefrologie, MIO), beiden Radboudumc, voor hun kritische blik en actieve bijdrage in het mogelijk maken van deze pilot binnen de klinische praktijk.