Data van fitness trackers die gedurende langere tijd verzameld worden, kunnen mogelijk helpen om mensen met een verhoogd risico op neurologische aandoeningen te identificeren. Amerikaanse onderzoekers analyseerden een jaar aan bewegingsgegevens van ruim 22.000 volwassenen. Mensen die gemiddeld minder dan 5.000 stappen per dag zetten, kregen in de daaropvolgende jaren bijna twee keer zo vaak een diagnose dementie, Parkinson, beroerte of TIA als deelnemers die dagelijks meer dan 12.000 stappen zetten.
De resultaten zijn gepresenteerd tijdens de 151ste jaarvergadering van de American Neurological Association (ANA). De studie laat vooral zien welke informatie langdurige monitoring met consumentenwearables kan opleveren. De onderzoekers benadrukken dat een laag aantal stappen niet betekent dat iemand later een neurologische aandoening zal ontwikkelen.
Een jaar lang meten
Voor het onderzoek gebruikten de wetenschappers gegevens uit het Amerikaanse All of Us Research Program van de National Institutes of Health (NIH). Dit onderzoeksprogramma richt zich nadrukkelijk op een diverse deelnemersgroep, waaronder bevolkingsgroepen die traditioneel ondervertegenwoordigd zijn in medisch onderzoek.
De onderzoekers analyseerden gegevens van 22.517 volwassenen van 40 jaar en ouder. Van iedere deelnemer was gedurende een jaar het dagelijkse aantal stappen geregistreerd met een fitness tracker. Vervolgens werden zij gemiddeld ongeveer vijf jaar gevolgd. Via elektronische patiëntendossiers werd gekeken of zij in die periode een nieuwe diagnose van dementie, Parkinson, beroerte of een transiënte ischemische aanval (TIA) kregen.
De deelnemers werden op basis van hun gemiddelde dagelijkse activiteit verdeeld in drie groepen. De minst actieve groep zette gemiddeld ongeveer 4.800 stappen per dag, de middengroep circa 8.300 en de actiefste groep ongeveer 12.600. Tijdens de follow-up kregen 343 deelnemers een van de onderzochte neurologische diagnoses. In de minst actieve groep waren er jaarlijks ongeveer 3,8 diagnoses per 1.000 persoonsjaren. Bij de middengroep waren dat er 2,7 en bij de actiefste deelnemers 2,1. Daarmee lag het percentage nieuwe diagnoses in de minst actieve groep ongeveer 80 procent hoger dan in de actiefste groep.
Niet alleen het aantal stappen
De verschillen beperkten zich niet tot neurologische aandoeningen. Mensen die weinig bewogen hadden gemiddeld ook een hogere BMI en vaker diabetes, hoge bloeddruk en depressie. De gemiddelde BMI bedroeg 32,1 in de minst actieve groep, tegenover 28,4 bij de middengroep en 26,5 bij de actiefste deelnemers. Diabetes kwam voor bij respectievelijk 5,6, 2,5 en 2 procent. Voor hoge bloeddruk waren deze percentages 13,4, 9,5 en 9,2 procent.
Ook depressie kwam vaker voor onder deelnemers die weinig bewogen: 8,6 procent tegenover 5,1 en 3,1 procent in de twee actievere groepen. Depressie bleek binnen het onderzoek de sterkste voorspeller van een latere neurologische diagnose. De onderzoekers plaatsen daarbij een belangrijke kanttekening: depressieve klachten kunnen ook een vroeg verschijnsel zijn van onder meer dementie en Parkinson.
Daarmee kan uit de resultaten niet worden geconcludeerd dat weinig bewegen de oorzaak is van de gevonden neurologische aandoeningen. Factoren zoals obesitas, diabetes, hypertensie, depressie en lichamelijke activiteit hangen onderling samen. Ook is het mogelijk dat vroege, nog niet gediagnosticeerde ziekteverschijnselen ervoor zorgen dat iemand minder beweegt. Volgens hoofdonderzoeker Meet Popatbhai Kachhadia van Florida Atlantic University moeten langdurig lage stappenaantallen daarom eerder worden gezien als aanleiding om breder naar iemands gezondheid te kijken dan als voorspelling dat iemand een hersenaandoening zal krijgen.
Nieuwe informatie uit langdurige patronen
Een belangrijk aspect van het onderzoek is dat niet werd gekeken naar een eenmalige meting of een vragenlijst over beweging. De fitness trackers registreerden gedurende twaalf maanden hoe actief de deelnemers daadwerkelijk waren. De activiteitspatronen bleven van de eerste tot de laatste onderzoeksmaand relatief stabiel. Juist dergelijke langdurige gegevensstromen kunnen de medische waarde van consumentenwearables vergroten. Een smartwatch of fitness tracker registreert immers tijdens het dagelijks leven informatie die tijdens een incidenteel bezoek aan een arts moeilijk te verzamelen is.
Wij schreven eerder al eens over een onderzoek van de Universiteit van Genève waarbij deze potentie vanuit een andere invalshoek werd onderzocht. Daar droegen 88 deelnemers tussen 45 en 77 jaar gedurende tien maanden een smartwatch en gebruikten zij een smartphone-app. De onderzoekers verzamelden onder meer gegevens over hartslag, beweging en slaappatronen en combineerden deze met omgevingsfactoren zoals weer en luchtvervuiling. AI-modellen probeerden vervolgens veranderingen in cognitief functioneren en emotioneel welzijn te voorspellen.
Meerwaarde voor preventie
De nieuwe Amerikaanse studie laat ook weer zien dat de meerwaarde van wearables mogelijk niet in één afzonderlijke meting zit, maar juist in patronen die gedurende maanden of jaren ontstaan. Dat betekent nog niet dat een fitness tracker dementie, Parkinson of een beroerte kan voorspellen. Daarvoor is aanvullend onderzoek nodig waarin onder meer rekening wordt gehouden met het type beweging, de intensiteit ervan en andere gezondheids- en leefstijlfactoren.
Opvallend is wel dat niet alleen de zeer actieve groep gunstiger uitkomsten liet zien. Deelnemers met ongeveer 8.300 stappen per dag hadden eveneens duidelijk minder neurologische diagnoses dan de minst actieve groep. Wanneer langdurige wearable data in vervolgonderzoek betrouwbaar gekoppeld kunnen worden aan klinisch relevante veranderingen, kunnen fitness trackers en smartwatches uiteindelijk een prominentere rol krijgen bij preventie. Niet door op basis van een stappenteller een neurologische diagnose te stellen, maar door veranderingen in dagelijkse patronen te herkennen die aanleiding geven om de gezondheid van een gebruiker nader te onderzoeken.
Referenties
Scientific Reports (onderzoek)
Voeg ICT&health toe aan Google
Toon meer content van ICT&health in Google Zoeken.