Dr. Hilco Theeuwes heeft tijdens Lof der Geneeskunst 2026 het onderwijsfellowship ontvangen voor het Innovation Lab. In het lab werken Theeuwes, klinisch technologen en studenten aan technische innovaties waarmee (toekomstige) artsen medische vaardigheden zoals bloed afnemen, hechten en opereren realistisch en veilig kunnen oefenen voordat zij deze bij patiënten uitvoeren. De fellowship is bedoeld om het onderwijs rond deze praktische vaardigheden verder te ontwikkelen en de stap van een gesimuleerde onderwijsomgeving naar de klinische praktijk te verkleinen.
“Studenten oefenen hechten heel veilig op de faculteit op een kunsthuidje en staan vervolgens ineens op de eerste hulp, waar ze een patiënt moeten hechten. Die overgang is vaak gewoon te groot”, vertelt Theeuwes. Daarom wil het Innovation Lab studenten en zorgprofessionals de mogelijkheid geven om vaardigheden veilig en realistisch te oefenen.
Het Innovation Lab maakt deel uit van Convergence for Health & Technology, een samenwerkingsverband van de TU Delft, het Erasmus MC en de Erasmus Universiteit Rotterdam. Binnen Convergence werken onderzoekers uit de technologie, geneeskunde en sociale wetenschappen samen aan oplossingen voor complexe vraagstukken in de gezondheidszorg, zowel in Nederland als daarbuiten.
Verschillende technieken
In het Innovation Lab komen medisch onderwijs en technologie samen. Het team ontwikkelt onder meer 3D-geprinte anatomische modellen, siliconen oefenmodellen en toepassingen met virtual reality (VR) en augmented reality (AR). Met VR kunnen studenten bijvoorbeeld gezamenlijk een virtueel hart bekijken en vanuit verschillende perspectieven de anatomie bestuderen. AR maakt het mogelijk om digitale informatie over de fysieke omgeving heen te leggen. Zo kunnen anatomische structuren op een model worden geprojecteerd of kan beeldvorming, zoals een CT-scan, over het lichaam van een patiënt of oefenmodel worden geplaatst.
Welke technologie wordt ingezet, hangt af van de onderwijsvraag. Een innovatie begint volgens Theeuwes bij een probleem uit de praktijk. Dat kan bijvoorbeeld een docent zijn die zoekt naar een andere manier om complexe anatomie inzichtelijk te maken, of een medisch specialist die vindt dat bestaande oefenmogelijkheden onvoldoende aansluiten op de klinische praktijk. Het team brengt vervolgens in kaart welke vaardigheden studenten moeten ontwikkelen en onderzoekt welke technologie daarbij kan helpen. Het uitgangspunt is daarmee niet de technologie zelf, maar de manier waarop die het onderwijs kan ondersteunen. Het lab begeleidt vervolgens ook de ontwikkeling van een eerste idee naar een bruikbare toepassing.
Nagebouwde operatieomgeving
Een voorbeeld daarvan is een nagebouwde operatieomgeving waarin studenten kunnen oefenen met hechten. Met camera’s en biometrische apparatuur wordt geregistreerd hoe zij de handeling uitvoeren en welke veranderingen in onder meer hun stressniveau optreden. Die gegevens kunnen inzicht geven in hoe studenten leren en welke vorm van begeleiding en feedback het meest effectief is.
Ook voor het aanleren van bloedafname werkt het lab aan nieuwe oefenmogelijkheden. Het doel is om studenten de handeling in een realistische omgeving te laten uitvoeren, voordat zij deze bij een patiënt toepassen.
Oefenen met operatietechnieken
De afdeling vaatchirurgie vroeg het Innovation Lab om een oefenmogelijkheid voor arts-assistenten die nieuwe operatietechnieken moeten leren. De bestaande simulaties sloten onvoldoende aan op de handelingen die zij in de operatiekamer moeten uitvoeren. Samen met de vaatchirurgen bracht het lab in kaart welke vaardigheden de arts-assistenten moesten oefenen. Op basis daarvan kan het team bijvoorbeeld een oefenmodel ontwikkelen of onderdelen 3D-printen en aanvullen met digitale beelden via augmented reality (AR). Daarmee kunnen arts-assistenten de beoogde handelingen oefenen in een nagebootste operatieomgeving, zonder dat daarvoor een patiënt nodig is.
Met de onderwijsfellowship wil Theeuwes het Innovation Lab verder gaan uitbouwen. Een van zijn plannen is om te investeren in augmented-realitybrillen, waarmee studenten organen, bloedvaten en zenuwen op hun anatomische plek in het lichaam kunnen bestuderen. Daarnaast wil hij het lab toegankelijker maken voor studenten, docenten, clinici en technici, zodat zij elkaar makkelijker kunnen vinden en samen nieuwe onderwijsmethoden kunnen ontwikkelen en uitproberen.
Onderwijsvraag leidend
Bij de verdere ontwikkeling blijft de onderwijsvraag leidend. Nieuwe technologie is volgens Theeuwes geen doel op zich: de meerwaarde zit in de vraag of studenten er beter en veiliger door leren. De inzet van het lab is daarom om technologische toepassingen te ontwikkelen die aansluiten op de praktijk en bijdragen aan de kwaliteit van het medisch onderwijs.
Het ontwikkelen van realistische oefensituaties is ook onderwerp van onderzoek naar effectief simulatieonderwijs in de zorg. Daarbij spelen niet alleen de gebruikte technologie en de gelijkenis met de praktijk een rol, maar ook de manier waarop studenten vaardigheden stapsgewijs leren en feedback krijgen. We publiceerden eerder hierover in het artikel in magazine editie 4.
Referenties
Voeg ICT&health toe aan Google
Toon meer content van ICT&health in Google Zoeken.