Patiënten met een mild verlopende acute alvleesklierontsteking kunnen met goede begeleiding via thuismonitoring al na twee dagen veilig naar huis, tegenover een gebruikelijke ziekenhuisopname van vier tot zes dagen. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Niels Kant, anesthesioloog in opleiding bij het Radboudumc en momenteel werkzaam bij Rijnstate. In zijn haalbaarheidsstudie leidde eerder ontslag met thuismonitoring niet tot meer heropnames.
Kant verdedigde zijn proefschrift op 16 oktober aan de Universiteit Twente. Zijn promotieonderzoek richtte zich op het verplaatsen van ziekenhuiszorg naar huis, onder meer met tele- of thuismonitoring - in dit geval via het Virtueel Zorgcentrum van Rijnstate. Een van de onderzoeken betrof de vraag of patiënten met acute alvleesklierontsteking eerder thuis kunnen herstellen wanneer na 48 uur blijkt dat hun ziekte mild verloopt.
Eerste dagen bepalend
Acute alvleesklierontsteking wordt meestal veroorzaakt door galstenen of alcoholgebruik. Patiënten hebben hevige buikpijn en soms hoge koorts. De aandoening kan ernstig verlopen en complicaties veroorzaken. Vooral de eerste 48 uur zijn belangrijk om het ziekteverloop te beoordelen.
Bij de meeste patiënten blijft de ontsteking mild. Na die eerste twee dagen bestaat de behandeling vooral uit voldoende vocht, voeding en pijnstilling. Toch blijft deze groep doorgaans nog enkele dagen opgenomen. Het onderzoek laat zien dat geselecteerde patiënten deze herstelfase ook thuis kunnen doorlopen, mits begeleiding op afstand goed is georganiseerd.
Voordelen van thuis herstellen
Vervroegd ontslag biedt volgens Kant voordelen die verder gaan dan een kortere opname. “Mensen slapen in hun eigen bed, hebben meer afleiding en zijn actiever. Ze eten aan tafel en pakken kleine dagelijkse activiteiten weer op. Dat draagt niet alleen bij aan lichamelijk herstel, maar ook aan hoe iemand zich voelt.”
De deelnemers waren volgens Kant erg tevreden en voelden zich goed ondersteund, zowel tijdens de opname als thuis. Heropnames kwamen voor, maar namen in deze studie niet toe door eerder ontslag. Er waren geen spoedsituaties en patiënten kregen alsnog tijdig de benodigde zorg.
Anders organiseren
De aanpak trekt volgens Kant belangstelling van andere ziekenhuizen, zorgprofessionals en patiëntenverenigingen. Thuismonitoring kan helpen zorg toegankelijk te houden nu het aantal patiënten groeit en minder zorgverleners beschikbaar zijn. Door een deel van het herstel thuis te begeleiden, ontstaat ruimte om ziekenhuiszorg anders te organiseren.
Dat vraagt ook vertrouwen in andere professionals. Kant: “Wanneer iemand naar huis gaat met thuismonitoring, moet je vertrouwen op de ondersteuning en observaties van collega's die de patiënt op afstand begeleiden. In Rijnstate is dat goed georganiseerd, maar het vraagt wel een verandering van mindset.”
Verkennend karakter
Uitdagingen waren er ook bij de studie. Een ervan was de moeizame patiëntenwerving, mede door bewust strenge deelnamecriteria. De beperkte onderzoeksgroep past volgens Kant bij het verkennende karakter van een haalbaarheidsonderzoek. Het onderzoek biedt nog geen antwoord op de vraag hoe breed deze werkwijze kan worden toegepast. Vervolgonderzoek moet uitwijzen of meer patiënten voor deze aanpak in aanmerking komen.
Ontslag blijft bovendien een individuele afweging. Observaties van het behandelteam, het medisch dossier en de mening van de patiënt wegen daarin mee. De resultaten bieden in ieder geval wel perspectief op eerder thuisherstel, met zorgvuldige selectie en goede begeleiding op afstand als voorwaarden.
Aan de studie namen 52 patiënten deel, voornamelijk bij Rijnstate. Verder droegen Isala in Zwolle en het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch bij.
Referenties
Voeg ICT&health toe aan Google
Toon meer content van ICT&health in Google Zoeken.