In januari kunnen zorgorganisaties hun plannen indienen voor de doorbraakmiddelen uit het AZWA. Er zijn modelplannen voor onder meer tele- en thuismonitoring, capaciteitsplanning, spraakgestuurd rapporteren, digitale triage en een AI-platform voor de ggz. Dit is een mooi moment om de strategie van de organisatie en de regio op deze onderwerpen te herijken.
De afgelopen jaren ontwikkelden meerdere regio's vanuit de IZA-transformatieplannen hun eigen dataplatformen. Volgens een notitie van VWS, CumuluZ en Zorgverzekeraars Nederland lopen die in tempo en aanpak vaak niet gelijk op met de landelijke ontwikkelingen. Daardoor is het voor zorgaanbieders en leveranciers onduidelijk welke keuzes ze moeten maken, en neemt het risico op versnippering en desinvesteringen toe. Daarom wordt hier sinds begin dit jaar extra op bijgestuurd. Verzekeraars toetsen regionale plannen aan landelijke afspraken, CumuluZ zoekt herbruikbare onderdelen en een Coördinatieteam Digitale Samenwerkingsinitiatieven moet de regionale initiatieven met elkaar verbinden. Zo ontstaat een gezamenlijke basis voor uitwisseling, generieke functies en data.
Met de middelen uit het AZWA bouwen we straks de verdiepingen bovenop dat fundament. Kiezen we dan per zorgaanbieder? Of bouwen we het zo dat de hele zorgketen erop verder kan? Dat hoeft niet nu al, maar we moeten wel ons vizier openhouden voor toekomstige ontwikkelingen.
Vier lagen naast het EPD
In een eerder artikel schreef ik dat we het EPD niet hoeven te vervangen. We moeten het wel een andere plek geven. Het EPD is een betrouwbaar system of record, net als de systemen voor lab en beeldvormende diagnostiek. Daar leg je de zorg vast en regel je de logistiek binnen de eigen muren, die rol moeten ze houden. Alleen kunnen deze systemen niet in elke behoefte voorzien en dat hoeft ook niet.
Als ik naar de ontwikkelingen kijk, zie ik vier lagen ontstaan. Onderaan staan de systems of record van elke zorgaanbieder. Daarboven ligt een dataplatform, per organisatie of voor de regio. Dat haalt de data uit de bronsystemen en maakt die beschikbaar in een standaard vorm. Op dat dataplatform komen een paar gedeelde platformen. Die zijn voor taken die je op den duur liever samen regelt in de keten, dan per organisatie. Denk aan monitoring, ketenzorg, capaciteit en AI. Helemaal bovenaan zit de ervaringslaag (experience). Dat is de voorkant waarmee patiënt en zorgverlener werken.
Welke gedeelde platformen heb je in die middenlaag nodig? Als je kijkt naar waar een EPD vastloopt zodra je over de muren van één organisatie heen stapt, zijn dat er in de kern vier. Ten eerste een metingen- en IoT-platform voor het realtime uitlezen en bewaken van slimme pleisters, wearables en thuismeters. Ten tweede een platform voor ketenzorgpaden en interactie, dat taken, vragenlijsten en communicatie tussen patiënt, ziekenhuis, huisarts, wijkverpleging en andere zorgverleners coördineert. Ten derde een platform voor capaciteit en zorglogistiek, om bedden en patiëntstromen te sturen. En ten vierde een AI-platform voor gedeelde voorspelmodellen.
Bij de platformen in de middenlaag moeten we wel oppassen. Anders herhalen we wat er met het EPD is gebeurd. Vijftien jaar geleden stapten we over van losse best-of-breed applicaties naar één geïntegreerd EPD. We wilden af van de lappendeken en dat gaf het gewenste overzicht. Het leverde ook een gesloten markt op, met een aantal grote spelers en hoge drempels om over te stappen. Bij de nieuwe platformen kan hetzelfde gebeuren. Nu zijn er nog veel losse apps en aanbieders. Maar de AZWA-plannen sturen sterk op opschalen met bewezen oplossingen en koplopers. Als we niet opletten, blijven er over een paar jaar maar een paar grote leveranciers over. Die trekken steeds meer functies naar zich toe en de data erbij. Dan hebben we straks naast een EPD-monoliet ook een thuismonitorings-monoliet.
Een voordeur met de juiste context
Er is ook een risico. Elk platform voor monitoring, capaciteit of AI kan een eigen eiland worden, met eigen inlog, een eigen datamodel en weer nieuwe koppelingen. Platformen moeten daarom aan de onderkant het dataplatform gebruiken en dat niet opnieuw bouwen. En elke nieuwe ontwikkeling zou iets moeten opleveren dat anderen kunnen hergebruiken.
Stel dat een verpleegkundige een apart dashboard opent voor monitoring, een ander scherm om de spraakgestuurde rapportage te valideren of aandachtspunten uit de wijk te bekijken, en daarnaast nog het EPD voor de rest van het dossier. Dan gaat de tijd die de doorbraakmiddelen moeten opleveren weer verloren aan schakelen. Het modelplan tele- en thuismonitoring noemt dat risico ook. Als het EPD en een platform niet goed op elkaar aansluiten, moeten zorgverleners dingen dubbel invoeren en gebruiken ze het platform minder.
Een platform moet daarom op de achtergrond werken. Dan ontstaat er ruimte voor een ervaringslaag die past bij het moment en de context van de zorgverlener of patiënt. Over spraakgestuurd rapporteren schreef ik eerder dat de vraag is wat straks op de voorgrond staat. Neemt het EPD de AI-scribe op? Of duwt de AI-scribe het EPD naar de achtergrond? Tijdens een consult kan een zorgverlener de AI-scribe gebruiken, later aangevuld met extra functies en beslisondersteuning. Aan het bed gebruikt een verpleegkundige een mobiele app. En tijdens een operatie werkt het team gewoon in het EPD.
Voor de patiënt werkt het net zo. Wie bij meerdere organisaties loopt, heeft al snel meerdere apps, meerdere inlogs en meerdere manieren om gegevens door te geven. Voor de patiënt hoort alles samen te komen in één digitale voordeur, en niet in een losse app per organisatie.
Wat betekent dit voor de modelplannen?
Die vier platformen komen terug in de modelplannen van het AZWA. Het modelplan tele- en thuismonitoring regelt de monitoring vanuit het ziekenhuis, maar zegt zelf dat die stopt als de patiënt wordt terugverwezen naar de huisarts. Het modelplan capaciteitsplanning gaat alleen over de eigen organisatie, terwijl een vol ziekenhuis ook vastloopt op de uitstroom in de keten. En het ggz-modelplan ARISE laat zien hoe je AI wél samen kunt organiseren, met één landelijke voorziening en de data bij de organisaties zelf.
In het volgende deel kijk ik per modelplan wat je nu al kunt doen om later de stap naar de keten te zetten. Je hoeft in 2027 nog geen ketenplatformen in te voeren. Maar de keuzes die je in januari in je aanvraag maakt, bepalen wel of dat later kan.
Ik ben benieuwd hoe organisaties en regio's naar deze indeling kijken: herkennen jullie deze platformen in de eigen plannen, of trekken jullie de grens op een andere plek?
Voeg ICT&health toe aan Google
Toon meer content van ICT&health in Google Zoeken.