GezondheidsLab, integrale diagnostiek zonder wachttijden
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
Het gaat goed met GezondheidsLab, de ‘anderhalvelijnsvoorziening’ van diagnostisch laboratorium Saltro, de samenwerkende huisartsen in Utrecht stad (HUS) en de ziekenhuizen Diakonessenhuis en St. Antonius Ziekenhuis. Twee jaar na de aarzelende start gebruiken patiënten in de Domstad steeds vaker zogenoemde (inmiddels vijf) zorgpaden voor chronische aandoeningen, waarin huisartsen en specialisten nauw samenwerken. De patiënten waarderen de one-stop-shopping, de korte wachttijden, de gastvrijheid en het comfort. Niet voor niets viel het GezondheidsLab in Kanaleneiland onlangs in de prijzen als meest geslaagde ‘zorggebouw’ van het jaar. Tijd voor landelijke opschaling.
“Goeiemorgen, we gaan bloedprikken. Loopt u mee?” Met uitgestoken hand en een brede glimlach verwelkomt functie-onderzoeker Leontien Berntssen van Saltro een bezoeker van het GezondheidsLab aan de Beneluxlaan. De locatie lijkt in niets op de gebruikelijke huisartsenpraktijk of het ziekenhuis. Geen harde plastic stoeltjes maar designmeubelen in ruime, lichte wachtruimten. Geen linoleum maar kleurige vloerbedekking. Voor patiënten die meerdere of tijdrovender diagnostische onderzoeken moeten ondergaan, is er een aparte wachtruimte met een rustbank.
De patiënten stellen de gastvrijheid en het comfort op prijs. Bovenal zijn ze enthousiast over de korte wachttijden. Voor bloedprikken kunnen mensen de hele dag zonder afspraak terecht. Een röntgenfoto, ECG, hartecho, blaastest of ander functieonderzoek moet wel op afspraak, maar ook hiervoor zijn de wachttijden aanzienlijk korter dan in het ziekenhuis. “Iedereen gaat hier blij weg”, meldt Leontien. “We hebben het leuk hier. Dat straalt af op de patiënten. Steeds meer mensen bellen zelf om af te spreken en de gebruiksaantallen stijgen snel. De bekendheid groeit.”
Ook voor de medewerkers is het prettig werken in het GezondheidsLab. Het team telt 13 medewerkers en is zelfsturend. Dat betekent dat zij de meeste zaken, zoals afspraken, roosteren en verlof zelf regelen.
Wekenlang wachten op een afspraak, een onderzoek of een behandeling in het ziekenhuis. Of eindeloos ‘forensen’ tussen je huisarts en een of meer specialist(en), afgewisseld met al dan niet herhaald bloedprikken, een scan of ander diagnostisch onderzoek. Iedereen kent de verhalen, uit eigen ervaring of van horen zeggen. In veel gevallen is het onvermijdelijk. De werkdruk in de gezondheidszorg is hoog, de capaciteit beperkt.
Toch kan het beter. Door nauwere samenwerking tussen huisartsen en medisch specialisten kan de zorg effectiever en efficiënter, dus goedkoper, zowel voor de zorgverlener als voor de patiënt. Én aangenamer.
Als bijdrage aan de door de politiek gewenste ‘zinnige en zuinige zorg’ om zorg betaalbaar te houden, zette enkele jaren geleden een groep zorgprofessionals GezondheidsLab op. Patiënten uit Utrecht zuidwest kunnen op de locatie in de wijk Kanaleneiland op afspraak, dichtbij huis en met één bezoek, zonder noemenswaardige wachttijden alle noodzakelijke diagnostische onderzoeken ondergaan.
Dankzij de samenwerking tussen de huisartsen en specialisten kijken medisch specialisten van de deelnemende ziekenhuizen online ‘mee’ en geven duiding en advies op basis van de diagnostische onderzoeken aan de huisartsen. Hierdoor kan de huisarts de goede diagnose stellen zonder dat de patiënt verwezen hoeft te worden naar het ziekenhuis. De huisarts heeft de regie.
De eerste contouren van de transmurale samenwerking dateren van 2008, toen huisartsen in De Bilt hun krachten bundelden om samen met Saltro en de ziekenhuizen in de regio voor bepaalde patiëntengroepen specifieke zorg dichtbij huis te kunnen bieden.
De uitvoering, het opzetten van organiseren van de benodigde samenwerking tussen huisartsen en specialisten, bleek een stuk weerbarstiger. Huisarts Carin de Kok, één van de pioniers: “Het opzetten van zorgpaden heeft lang geduurd, waardoor het aanvankelijke enthousiasme dreigde te verlopen. De partijen wachtten eindeloos op elkaar en verzekeraars keken de kat uit de boom. Mede dankzij de vasthoudendheid van een aantal pioniers is GezondheidsLab er toch gekomen.”
De Kok gelooft nog steeds heilig in het concept en hoopt dat er in de komende jaren meer locaties volgen. De samenwerking zorgt voor betere zorg, verlicht de werklast van zorgprofessionals, biedt comfort aan patiënten en levert forse besparingen op.
Jan Groothuis, cardioloog in het Diakonessenhuis, deelt het enthousiasme van De Kok. De geesten zijn rijp, meent hij, artsen en specialisten werken graag mee. Voor hen staat het medisch inhoudelijke belang van de samenwerking voorop. De protocollen voor het zorgpad Hartfalen waren dan ook vrij snel opgesteld. Toch kostte het drie jaar om het zorgpad werkend te krijgen. Met name de financiële en juridische afspraken nam veel tijd in beslag. Het ‘ontschotten’ van de verschillende geldstromen bleek een taai proces. Alle betrokkenen hebben een eigen vergoedingssystematiek. “Eigenlijk zouden zorgverzekeraars extra middelen moeten vrijmaken voor een soort researchfonds om dit soort domeinoverschrijdende initiatieven te ontwikkelen”, aldus Groothuis.
Ook het realiseren van de benodigde IT om alle afzonderlijke diagnostische systemen (ECG, echo, lab, etc.) te koppelen en digitaal gegevens uit te wisselen was een hels karwei. Groothuis: “Uiteindelijk hebben we er speciaal een webbased-applicatie voor gebouwd. Het verzamelen en interpreteren van de data blijft een kritisch proces.”
Hans van der Zeijden, longarts in het St. Antonius, herkent zich in het verhaal van zijn collega. Vroeger was volgens het ziekenhuis gericht op zoveel mogelijk patiënten binnen te halen. Het nieuwe doel is: de juiste zorg op de juiste plaats. “Het GezondheidsLab maakt het mogelijk om goede diagnoses te stellen zonder directe betrokkenheid van de tweede lijn. De huisarts heeft de regie.”
Ook binnen zijn eigen vakgebied, longziekten, is veel winst te behalen buiten het ziekenhuis, meent Van der Zeijden. Mits goed georganiseerd kan een veel groter deel van de begeleiding van chronische aandoeningen zoals astma en COPD in de huisartsenpraktijk worden gedaan, door de huisarts en praktijkondersteuners. Het gaat dan om zaken zoals blaastests (spirometrie) of het instellen van medicatie.
Dan moet wel aan aantal voorwaarden zijn voldaan. Zo is veelal de kenniskloof tussen de huisarts en de specialist nog te groot. Daarom heeft Van der Zeijden samen met collega Renée van Snippenburg, projectleider namens Saltro en tevens longarts, vragenlijsten opgesteld en bijscholingen gegeven aan deelnemende huisartsen en praktijkondersteuners om hun kennis ‘op te pimpen.’
Van der Zeijden: “Dat helpt enorm. De praktijkondersteuners en spirometristen van het GezondheidsLab weten soms meer dan de huisarts, doordat ze veel meer patiënten met een longaandoening zien. Zo nodig kunnen zij bovendien altijd een beroep op mij doen voor advies of casuïstiekbespreking. Mijn ervaring is dat de longarts belangrijk blijft bij het stellen van de diagnose. Hij kan het best beoordelen of iemand astma heeft. Voor chronische zorg hoeft de specialist de patiënt niet per se altijd te zien. Ik schat dat de huisarts en de praktijkondersteuner de helft van de patiënten kunnen begeleiden.”
Van der Zeijden hoopt dat Het GezondheidsLab uitgroeit tot kenniscentrum voor anderhalvelijnszorg. Specialisten zouden er bijvoorbeeld één of twee dagen per maand aanwezig kunnen zijn voor advies en scholing. “Daarvoor ontbreekt nu nog voldoende power, maar het concept GezondheidsLab werkt uitstekend. Ik doe momenteel al zo’n 1.500 beoordelingen per jaar, zonder dat de patiënten naar het ziekenhuis hoeven.”
Uit de ontwikkeling van GezondheidsLab zijn volgens Renée van Snippenburg nuttige lessen te trekken. Zij is als ‘self made’ projectleider namens Saltro al geruime tijd nauw betrokken bij het concept, met name het opzetten van de zorgpaden. “Het vertrekpunt is duidelijk: diagnostiek met advies houdt mensen uit het ziekenhuis. Dat sluit naadloos aan bij de opdracht van de rijksoverheid aan de ziekenhuizen, om zorg te verplaatsen van de tweede naar de eerste lijn.”
Probleem is echter, dat de ziekenhuizen er geen direct belang bij hebben. De huisartsen evenmin: zij kunnen voor diagnostiek immers ook terecht in het ziekenhuis. Tot slot is er op basis van het project ‘zinnige zorg’ van de rijksoverheid geen behoefte aan nieuwe locaties.
Daarom moeten naar haar overtuiging de ICT en de financiële randvoorwaarden van meet af aan worden meegenomen en haalbare deadlines worden gesteld. Dit beperkt afbreukrisico’s, weet zij uit ervaring. “Gelet op de vele hobbels en valkuilen is een professionele projectorganisatie onontbeerlijk om de zorgpaden goed neer te zetten. Maar het begint met vertrouwen en een open agenda. Anderhalvelijnszorg moet echt het verlengstuk van de partijen worden. En er zijn trekkers nodig die bereid zijn tegen de stroom in te zwemmen en een lange adem hebben.”
De volgende stap is het ‘opschalen’ van de voorziening naar stedelijk niveau en, zo mogelijk, naar regionale en landelijke schaal. Voorwaarde is dat de rijksoverheid en de verzekeraars de ziekenhuizen actief aanmoedigen om mee te werken.
Van Snippenburg: “De secretaris-generaal van VWS bood zorgbestuurders onlangs tijdens een expertmeeting aan, om als ‘meewerkend voorman’ op te treden bij het opschalen en uitrollen van zorginnovaties. Van dat aanbod maken wij graag gebruik.” Het begin is er. In samenwerking met verschillende ziekenhuizen en zorggroepen heeft Saltro inmiddels vier transmurale centra opgezet.