‘Digitaliseer op basis van behoeften en verlangens’
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
“Je moet mensen geen digitale werkelijkheid indrukken, maar deze passend maken bij hun behoeften en verlangens. Beleving speelt daarin een cruciale rol”, stelt Jolanda Buwalda, bestuursvoorzitter van Omring. Dit inzicht vormt de basis voor tal van digitale innovaties bij de VVT-organisatie, die bijna 13.000 cliënten heeft in West-Friesland, de Kop van Noord-Holland en op Texel. Opvallend is het succes dat Omring boekt met gamification. “De funfactor verhoogt de betrokkenheid en als je iets zelf ondergaat, heeft dat een directe invloed op je gedrag. Zo raken niet alleen onze professionals, maar ook cliënten veel sneller gewend aan een digitale omgeving”, is Buwalda’s ervaring. Onder haar inspirerende aansturing heeft Omring zich de kunst van het innoveren eigen gemaakt en ontwikkelt het vindingrijke oplossingen voor de uitdagingen waar de thuis-, revalidatie- en verpleeghuiszorg voor staan. Dit vermogen komt de organisatie ook tijdens de COVID-19 crisis goed van pas.
Vanwege de lange afstanden in het verzorgingsgebied begon Omring ruim vijf jaar geleden als één van de eerste zorgorganisaties met beeldbellen en monitoring op afstand. Dit bleek de aftrap voor een golf aan digitale ontwikkelingen, met als doel: op de juiste plek persoonsingerichte zorg bieden. Hiervoor ontwikkelde de VVT-organisatie in samenwerking met zorgverzekeraar VGZ, wetenschappers en commerciële partijen een breed scala aan nieuwe digitale toepassingen.
Mooie voorbeelden hiervan zijn de Microsoft HoloLens en klinimetrie die worden ingezet in revalidatietrajecten, smart glasses voor wondzorg op afstand, het beslissingsondersteunende Resident Assessment Instrument (RAI) in de zorg voor kwetsbare ouderen en serious games zoals Ria’s escaperoom om zorgprofessionals te trainen. Ten grondslag aan deze beweging liggen de kernwaarden ‘vindingrijk, eigen regie, samen en positief’, die diep zijn geworteld in het DNA van zowel Omring als Buwalda zelf.
Voorlopig staat de zorg ook bij Omring hoofdzakelijk in het teken van COVID-19. “Corona werkt enorm ontwrichtend”, zegt Buwalda. “Niet alleen staan de fysieke menselijke omgang en de intensiteit ervan onder druk, je moet ook op een heel andere manier omgaan met de beschikbare zorgcapaciteit, zowel qua plekken als inzet van personeel.”
Omdat ziekenhuizen ten tijde van dit interview hun electieve zorg fors hadden afgebouwd, had Omring nauwelijks of geen instroom meer in de geriatrische revalidatiezorg. Die capaciteit is omgebouwd tot externe COVID-19-units voor verwijzing vanuit ziekenhuizen, huisartsen en de wijkverpleging. Buwalda: “Zo ontstaan nieuwe vormen van ketenzorg, maar de reguliere zorg is qua capaciteit en productie in een totaal ander daglicht komen te staan. Ik merk wel dat we inventief zijn in hoe we op organisatorisch vlak snel kunnen op- en afschalen. Vanuit dat oogpunt brengt de crisis ons ook wel wat: de snelheid van handelen, doe-capaciteit en inventiviteit om je inzet op de juiste plek te plegen.”
COVID-19 zorgde ook voor versneld opschalen van zorg op afstand. “We hadden al enkele honderden iPads in gebruik voor beeldbellen, monitoring op afstand en Familienet, een digitale manier waarmee ouderen contact kunnen houden met naasten”, zegt Buwalda. “Met steun vanuit VWS zijn daar de afgelopen tijd nog eens zo’n 600 tablets bijgekomen, niet alleen voor cliënten, maar ook voor personeel dat multidisciplinair overleg moet voeren.”
Daarnaast maakt Omring steeds intensiever gebruik van de Medido, een automatische medicijndispenser waarmee medicatie veilig op afstand kan worden toegediend. Buwalda: “Vanuit de Stimuleringregeling e-health Thuis (SET) waren we al begonnen met een proef, maar die is versneld opgeschaald. Deels zelfs met een andere fabrikant omdat de huidige Medido-leverancier niet aan de enorme vraag kon voldoen. Waar we voorheen last hadden van opschalingsproblematiek, zie je alles nu heel snel gaan.”
Met de digitale werkelijkheid die door COVID-19 een extra impuls krijgt, is Omring al ruim vijf jaar intensief bezig. “We maken als eerste VVT-organisatie deel uit van het landelijke netwerk ‘Zinnige zorg’ van zorgverzekeraar VGZ”, vertelt Buwalda. “Daarin geven we de thuiszorg volledig vorm vanuit quadriple aim, gericht op kwaliteit en doelmatigheid voor cliënten, personeel en de maatschappij. Dat is onze drijfveer voor nieuwe innovatiegolven, waarmee we zorgvragen willen ombuigen vanuit de juiste zorg op de juiste plek. Uitgangspunt hierbij is persoonsingerichte zorg.”
Eén van de bewegingen die al in gang is gezet, is ziekenhuiszorg verplaatsen naar thuis. Bij chronische aandoeningen als hartfalen en COPD kunnen gespecialiseerde verpleegkundigen patiënten op afstand monitoren. Ook intensieve wondverzorging biedt Omring in samenwerking met het Dijklander Ziekenhuis thuis aan. Via een smart glass kijkt de wondzorgverpleegkundige van het ziekenhuis mee met Omrings wondverpleegkundige bij de cliënt thuis.
Daarnaast werkt de zorgorganisatie aan beoordeling op afstand. “Dit betekent dat als een cliënt inbelt, je samen bekijkt of een huisbezoek of afspraak bij de polikliniek nodig is of dat er instructie op afstand kan plaatsvinden. Die instructie willen we straks aanbieden via de Persoonlijke Gezondheidsomgeving van de cliënt”, licht Buwalda toe.
Naast de beweging van ziekenhuis naar thuis, verplaatsen ook huisartsen in toenemende mate zorg naar de thuiszorg. “Niet alleen bij chronisch zieke mensen, maar ook bij kwetsbare ouderen”, aldus Buwalda. Zij geeft aan dat huisartsen ook zelf gebruik kunnen maken van digitale technologie. “Alleen zien we hier dat het opschalen afhankelijk is van individuele huisartsen. Dat verloopt vaak minder snel dan bij ziekenhuizen, waar we deze beweging met één organisatie bestuurlijk en functioneel kunnen inrichten. Toch zien we al steeds meer huisartsen een tandem vormen met wijkverpleegkundigen. Die samenwerking wordt steeds intensiever.”
Omring kan volgens Buwalda ook een coördinerende rol vervullen als het gaat om medicatieveiligheid en het monitoren van hoeveel medicatie mensen daadwerkelijk gebruiken. “Dat kan de wijkverpleegkundige vervolgens voorleggen aan huisartsen en specialisten. De wijkverpleegkundige component wordt dus steeds belangrijker.”
Binnen ‘Zinnige zorg’ werken de deelnemende netwerkpartners niet alleen aan het verplaatsen van zorg, maar ook aan de gezamenlijke coördinatie van capaciteitsmanagement. “In onze regio hebben we coördinatiepunten voor subacute en acute zorg ingericht en een beddenapp ontwikkeld”, vertelt Buwalda. “Via herstelbedden.nu kunnen verwijzers, huisartsen, ziekenhuizen en wijkverpleegkundigen kijken waar eerstelijns verblijfs- en crisisbedden beschikbaar zijn, zowel voor hoog complexe, laag complexe als palliatieve zorg. Ook zijn er triagepunten, die bij een verwijzing kijken of de toewijzing naar het herstelbed noodzakelijk is. Zo ja, dan regelen zij de toewijzing, intensiveren waar nodig de thuiszorg en monitoren waar en hoe lang een patiënt op zo’n bed verblijft en waar die naar uitstroomt.”
Voordat Omring begon met de ontwikkeling van digitale toepassingen, heeft de zorgorganisatie in 2015/2016 eerst de kunst van het innoveren geleerd van Innovation Boosters. Onder begeleiding van dit bedrijf is het OMRING.LAB opgezet, een innovatieve leer- en werkplaats. Buwalda: “We hebben van Innovation Boosters geleerd hoe je innovatieroutines opzet en borgt binnen de organisatie. Daarna zijn we vanuit OMRING.LAB op alle domeinen gaan experimenteren. Een aantal van deze lijnen is inmiddels de beginfase voorbij en wordt behoorlijk substantieel opgeschaald.”
Dit geldt voor beeldbellen en monitoring op afstand via smartphone en tablet, de inzet van smart glasses in de wondverzorging en het toepassen van de Microsoft HoloLens voor valpreventie en revalidatie van mensen met een neglect na een beroerte. De bij Omring ontwikkelde serious game ‘Ria’s escaperoom’ is eind vorig jaar zelfs geïntroduceerd in het buitenland, waaronder Duitsland, de VS en Brazilië.
Waar Omrings innovaties aanvankelijk bestonden uit bestaande devices, die passend werden gemaakt voor de eigen organisatie, richten recentere ontwikkelingen zich meer op de nieuwe mogelijkheden die een digitale omgeving biedt. Opvallend hierin is de rol van games. “De grootste uitdaging is: hoe integreer je digitaliteit in de zorg as usual, maar ook in je gedrag as usual”, stelt Buwalda. “Wat we de afgelopen twee jaar hebben ontdekt, is dat als je iets ondergaat en zelf beleeft, dat een directere invloed heeft op je gedrag dan een traditionele opleidingssituatie. Ook de funfactor blijkt een stimulans voor het leren van nieuwe vaardigheden.”
Een goed voorbeeld hiervan is Ria’s escaperoom, die samen met &happy is ontwikkeld en nu door Planetree op de markt wordt gebracht. Deze game werkt net als andere escaperooms. Alleen is het spel opgebouwd rondom Ria, een nieuwe cliënt voor woon- of thuiszorg, van wie je de behoeften en verlangens moet leren kennen om haar persoonsgerichte zorg te kunnen bieden.
Ria’s escaperoom is gesitueerd in een fysieke kamer, die wordt ingericht als de kamer van cliënt Ria in een instelling of de thuissituatie. De spelers krijgen via een tablet opdrachten om verder te kunnen komen. “Enerzijds zijn dat observatie-opdrachten. Ria heeft bijvoorbeeld een blindegeleidestok in een hoek staan of er ligt een sjaal van Ajax op de bank”, legt Buwalda uit. “Maar er worden ook opdrachten gegeven waarbij je sleutels moet vinden om verder te kunnen. Hiermee integreren wij ons ‘vijf stappen methodisch model’ voor hoe je persoonsingericht je werk kunt doen en hoe je deze kennis verwerkt in het ECD en in de interactie met de devices die je gaat kiezen voor Ria. Want we verwerken ook het gebruik van nieuwe digitale hulpmiddelen in de game.”
Als voorbeeld noemt Buwalda een snoezelkussen dat is bedoeld om nachtelijk dwalen tegen te gaan of leefcirkelbewaking, waarmee je Ria, als zij daar toestemming voor geeft, vrijheid geeft om te bewegen, maar haar wel kunt volgen. “Spelers moeten digitale hulpmiddelen tijdens de game installeren en klaarzetten. Zo zorgen we ervoor dat de tools die we aangeschaft hebben, niet in de kast blijven liggen.”
Ook in de toepassingen voor de HoloLens zijn spelelementen verwerkt. Buwalda: “Iemand die na een beroerte een deel van de ruimte om zich heen niet waarneemt, wordt met een HoloLens op een speelse manier uitgenodigd om weer naar die kant te kijken, bijvoorbeeld omdat daar mooie schilderijen hangen. En een oudere die bang is om te vallen, trainen we via HoloLens om voorwerpen te ontwijken of ballen te vangen om meer stabiliteit en vertrouwen te krijgen tijdens het lopen.”
Buwalda’s ervaring is dat deze technologie en hulpmiddelen leiden tot het snel internaliseren van de digitale werkelijkheid, zowel onder personeel als cliënten. “Dat is echt wat anders dan iemand toerusten om een apparaat te gebruiken.”
Naast gamification vindt Buwalda ook artificial intelligence (AI) en klinimetrie waardevol voor Omrings zorg. AI vormt een belangrijk bestanddeel van het RAI-assessment, dat wordt ingezet om de aard en ernst te bepalen van de kwetsbaarheid van cliënten die naar een woon-/zorglocatie komen. “Het is een fragiliteitsassessment met een aantal gevalideerde schalen, die te maken hebben met mentaal en sociaal welbevinden, de lichamelijke belastbaarheid en stabiliteit”, vertelt Buwalda. “De algoritmiek levert een diagnostische uitkomst die aangeeft welke componenten je het beste kunt opnemen in het zorgplan.” Inmiddels is bij twee derde van de 1.300 intramurale cliënten al een RAI-assessment afgenomen. Dit wordt elk half jaar herhaald zodat Omring de ontwikkeling van cliënten kan volgen.
Klinimetrie, het realtime meten van klinische verschijnselen, is de basis voor het Hipperproject van het Digital Life Center van de Hogeschool van Amsterdam, waaraan Omring samen met vier andere grote geriatrische revalidatiezorgaanbieders in Noord-Holland en Utrecht deelneemt. Hipper is een tracker die mensen na een heupoperatie meekrijgen en waarmee ze kunnen volgen of ze op de juiste manier lopen en hun oefeningen goed doen. Via de Hipper kunnen ze ook digitaal in contact treden met hun coach om te kijken of ze op de goede weg zijn. Buwalda: “Uit het onderzoek blijkt dat mensen die op deze manier thuis revalideren, sneller progressie maken en minder vaak in een depressie raken. In de geriatrische en ambulante revalidatie is dit één van de best opschaalbare innovaties, waarmee we meer ambulante revalidatiepaden willen ontwikkelen.”
Omring werkt bij al haar innovaties nauw samen met wetenschappers, maar voor de Hipper gaat de zorgorganisatie nog een stap verder. Bart Visser, de lector Oefentherapie die het Hipper-project begeleidt, is vanuit GRZPLUS (een samenwerking tussen Omring en De Zorgcirkel) in dienst genomen om na te gaan hoe klinimetrie op andere ambulante revalidatietrajecten in te zetten is.
“We gebruiken sinds twee jaar revalidatieapparatuur met klinimetrie, die de zorgverlener en cliënt tijdens de therapie real time inzicht geeft in hoe die verloopt”, licht Buwalda toe. “De relatie tussen therapeut en revalidant wordt daardoor preciezer als het gaat om vragen als: wat is je belastbaarheid, hoe kun je jouw inspanningen het beste doen en hoe kun je gerichter begeleid worden? Een ander voordeel is dat we met de klinimetrische gegevens beter onderzoek kunnen doen naar de effectiviteit van onze behandelingen en het zelfmanagement door cliënten, zodat we daar verbeterslagen in kunnen aanbrengen.”
Buwalda heeft de afgelopen twee jaar gemerkt dat de beste resultaten worden geboekt als onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en de ontwikkeling van innovaties hand in hand gaan. Daarom nam Omring op 12 maart jl. het eerste e-Skillslab in gebruik bij woonzorglocatie Sorghvliet in Andijk, waar Omringmedewerkers hun vaardigheden met zorgtechnologie kunnen oefenen. Ook is er een mobiel e-Skillslab onderweg om zorgprofessionals op hun eigen locatie te trainen.
Daarnaast is de zorgorganisatie samen met Inholland en de West Friese Bedrijvengroep bezig om per september een post-HBO te starten, waar modules Zorg & Technologie worden aangeboden. Ook wordt met het ROC Kop van Noord-Holland gewerkt aan een MBO-practoraat Zorgtechnologie. “Vanuit dit practoraat willen we een doorlopende leerlijn creëren naar het HBO en wetenschappelijk onderwijs”, aldus Buwalda. Omring heeft al een samenwerking met de Hogeschool van Amsterdam, is aangesloten bij het Universitair Netwerk Ouderenzorg van het Amsterdam UMC en heeft verbinding met onderzoeksgroepen binnen diverse universiteiten. In 2018 heeft de zorgorganisatie een senior onderzoeker aangesteld, die medewerkers begeleidt bij onderzoek en bouwt aan de wetenschappelijke infrastructuur.
Omring heeft baat bij haar nieuwe manier van innoveren, constateert Buwalda: “Het geeft een enorme boost om meer te weten te komen over de cliënt en hoe we die het beste kunnen ondersteunen. Vooraf steek je er iets meer tijd in om iemand echt te leren kennen, of dat nou via games, het RAI-assessment of de Hipper is, maar als je die kennis eenmaal hebt, heeft dat een merkbaar besparend effect. Je kunt effectiever behandelen, daar ligt de winst.”
“Bovendien zien we door dit soort innovaties fascinatie ontstaan bij onze medewerkers, waardoor ze geneigd zijn om ermee te gaan werken. Zeker als dit ook nog wordt ondersteund vanuit lectoraten en practoraten. We zien dat de combinatie van iets regulier uitgelegd krijgen, het gelijk gaan doen en zelf beleven leidt tot een double-loop learning: dat stimuleert. Ik vind het zelf ook leuk om het zo te doen. Een paar jaar geleden waren we alleen bezig met de vraag: hoe krijgen we die nieuwe tool binnen die teams geïmplementeerd? Dat is nu niet meer aan de orde.”
Jolanda Buwalda is sinds 1 augustus 2014 voorzitter van de Raad van Bestuur bij Omring, dat met ruim 3.000 medewerkers thuis-, verpleeghuis- en revalidatiezorg biedt in West-Friesland, de Kop van Noord-Holland en op Texel. Buwalda werkt al haar hele carrière in het publieke domein, onder meer als directeur en bestuurder van diverse organisaties in de hulpverlening, zoals Bureau Jeugdzorg en Querido HVO (vrouwenhulpverlening, vluchtelingen en asielzoekers). Ook was ze directielid van de Dienst Register (Publiekszaken en Verkiezingen) bij de gemeente Amsterdam.
Voordat ze overstapte naar het bestuursvoorzitterschap bij Omring was ze bijna acht jaar voorzitter van de Raad van Bestuur van de Stichting Amsterdamse Gezondheidscentra. In die hoedanigheid was ze verantwoordelijk voor de geïntegreerde eerstelijnszorg van huisartsen, paramedici, GGZ, consultatiebureaus en verpleegkundigen.
“Ik vind het leuk om complexe uitdagingen om te zetten naar eenvoudige en praktische oplossingen. Daarom heb ik altijd in uitvoeringsorganisaties gewerkt. Daar kom je het echte leven tegen. Ook wil ik mensen graag ontzorgen: mijn collega’s en medewerkers. Ook ben ik al lang bezig met de vraag: hoe word je beter oud? Wie zorgt er voor jou, wie zorgt er voor mij en voor wie zorg ik? Daar draait het naar mijn mening om in de ouderenzorg.”
“Binnen de alliantie ‘Zinnige Zorg’ krijgen we ruimte om vanuit een uitdagende doelstelling de reguliere thuiszorg op een nieuwe manier vorm te geven. En contractinnovatie heeft geleid tot meerjarige contracten die ons de mogelijkheid bieden om te innoveren. Dat helpt echt. Ook krijgen we financiële ondersteuning vanuit het VIPP-programma InZicht en de Stimuleringsregeling e-health Thuis (SET). Dit werkt versnellend, maar het zou eigenlijk veel sneller moeten gaan. Er is nog steeds onvoldoende standaardisatie op infrastructureel gebied, als het gaat om hoe kun je gegevens en beeld snel, goed, veilig en gebruikersvriendelijk uitwisselen. Hopelijk geeft de coronacrisis hier een extra impuls aan.”
“Een ander obstakel vind ik de ‘lock in’ van leveranciers: er wordt vaak gewerkt met een afwijkend dataformaat, soms heb je te maken met gedwongen winkelnering of men vindt een ontwikkeling niet interessant omdat wij n=1 zijn.”
“Je moet het innovatieve vermogen niet per se binnen je eigen organisatie willen vinden. Je kunt het wel aanspreken, en dat is wat uiteindelijk bij ons nu lukt, maar het is juist interessant om in een andere werkelijkheid, in andere branches je licht op te steken. Ook is het echt nodig om innovatieroutines in te richten, het maakproces van je innovaties en het adaptieproces in de organisatie, anders loopt het op niets uit. Ons laatste inzicht, en dat willen we graag met anderen delen, is dat het inzetten van games of de spelfactor om achter de verlangens en behoeftes van mensen te komen, een enorme versneller kan zijn van digitale innovatie.”
“Zorg dat je altijd uit blijft gaan van mensen en stem digitale technologie op hun wensen en behoeften af. Keer het niet om, druk mensen niet in een digitale werkelijkheid waarin ze gedwongen met devices aan de slag moeten. Ik denk dat het gaat om de combinatie van mens en technologie in een digitale omgeving, die gericht is op mensen en passend bij menselijke waarden.”