Artificial Intelligence: waar ligt de grens?
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
Eind juli 2017 stonden kranten er vol mee: Facebook heeft een experiment waarbij twee robots met elkaar spreken in het Facebook Artificial Intelligence Research Lab (FAIR) stilgelegd. De twee robots, Alice en Bob, ontwikkelden een eigen taal om met elkaar te spreken dat de onderzoekers niet meer konden volgen. In de media werd het enorm opgeblazen: de robots ontwikkelden een eigen taal omdat ze vanuit de onderzoekers de ruimte kregen om dat te doen. Er zijn al talloze onderzoeken gedaan, waarbij robots de ruimte kregen een taal te ontwikkelen. Bij Facebook was dat gepland.
De media bevestigt hiermee wel de angst die er is voor Artificial Intelligence. Wereldwijd barst sindsdien een discussie los: hoe ver mag Artificial Intelligence gaan en waar ligt de grens? Laten we bots straks onze levens bepalen?
Artificial Intelligence, ook wel kunstmatige intelligentie, is het creëren van een artefact dat een vorm van intelligentie vertoont. In eerste instantie begon dat onschuldig, met het ontwikkelen van schaakrobots die de wereldkampioen schaken konden verslaan. Dat niveau van AI zijn we nu voorbijgegaan. Met AI kunnen we steeds meer en we zien steeds meer nieuwe producten op de markt ontstaan.
In 2015 lanceerde de 19-jarige Joshua Browder Do Not Pay, een bot die door middel van AI als advocaat kan fungeren bij parkeerboetes. Deze bot lanceerde hij in Londen. De bot kan op basis van enkele vragen beoordelen of je een goede case hebt bij een parkeerboete en of je bezwaar succesvol zal zijn. Binnen enkele maanden had de bot al ruim 3 miljoen euro aan parkeerboetes aangevochten. Na lancering in New York nam het aantal boetes dat werd aangevochten enorm toe. In enkele maanden tijd was voor 160.000 van de 250.000 boetes bezwaar gemaakt, met een succesratio van 64%.
Do Not Pay is gratis en is ondertussen uitgebreid naar Seattle en gaat mogelijk ook naar San Francisco. Een mooi voorbeeld van AI waar duizenden mensen profijt van hebben.
AI neemt echt een sprint. Ook in de gezondheidszorg kunnen we dankzij AI steeds meer. Zo heeft Google het DeepMind Health-project samen met het NHS in Engeland. De data in medische dossiers in het NHS worden geanalyseerd om sneller en betere diensten te verlenen aan patiënten.
Een van de uitkomsten van het project is de app Streaming, die zodra er in een bloedanalyse van een patiënt levensbedreigende afwijkingen zijn, direct een alert naar de specialist stuurt. Op die manier hopen ze sneller en op tijd de patiënt te kunnen helpen. In de eerste analyse van februari 2017 blijkt dat van de 2211 bloedanalyses er 23 alerts waren en bij 11 patiënten direct actie nodig was. Zestig procent van deze alerts werd binnen een minuut bekeken. Op grote schaal kan dit een immense impact hebben.
Watson van IBM is een van de bekendste voorbeelden van AI in de gezondheidszorg. In een speciaal programma wordt Watson nu getest in de oncologie. Watson kan daarbij de betekenis en context van gestructureerde en ongestructureerde data in medische dossiers analyseren en op basis van deze gegevens de beste behandeling voorstellen, inclusief slagingspercentages en overlevingskansen.
Op basis van alle data identificeert Watson dus de beste behandeling voor de patiënt. De testen lopen nu voor longkanker- en borstkankerpatiënten, maar de resultaten zijn veelbelovend. Uit een dubbelblinde gerandomiseerde studie in het ziekenhuis bleek dat in 90% van de gevallen de oncologieboard het eens was met de aanbeveling van Watson bij behandeling van borstkanker.
In 2014 waarschuwde gerenommeerd wetenschapper Stephen Hawking voor de gevaren van AI. Hij voorspelde dat we als menselijk ras de ontwikkelingen van AI niet kunnen bijhouden en dat robots ons zullen inhalen door eigen algoritmes te ontwikkelen. Ook Tesla en SpaceX-CEO Elon Musk ziet AI als een fundamenteel risico voor de menselijke beschaving. Hij roept overheden op om proactief beleid te maken in plaats van reactief, omdat we anders simpelweg te laat zijn.
De veelbelovendheid van Artificial Intelligence enerzijds en de gevaren dat robots ons in denkvermogen ontstijgen anderzijds leiden tot ethische vragen.
Twee grote spelers in de ontwikkelingen rondom AI zijn de Verenigde Staten en China. Beide landen zetten veel geld, middelen en capaciteit in op AI om de eerste superkrachtige AI-macht te worden. Uit eerdere ervaringen met nieuwe technologieën zien we dat in China veel meer kan en mag als het gaat om bijvoorbeeld klonen en aanpassen van DNA dan in de VS. China kan met de ontwikkelingen op AI wereldwijd impact hebben.
De visie op en het gebruik van technologie is in China totaal anders dan in de westerse wereld, waar vaak nog enige terughoudendheid is. Dat is te zien aan de Microsoft-bot Xiaoice, een chatbot die op een menselijke manier het contact aangaat. De bot bestaat enkel in China en heeft 20 miljoen geregistreerde gebruikers, die gemiddeld zestig keer per maand interactie met de robot aangaan. De chatbot is zo realistisch dat hij niet van menselijk te onderscheiden is en uit recente berichten blijkt dat mensen zelfs verliefd worden op de robot.
De vraag rijst hiermee of we überhaupt wel in staat zijn een grens neer te zetten en of we de waarschuwingen van Stephen Hawking en Elon Musk niet eerder serieus hadden moeten nemen.
In de VS werd onder het beleid van Obama bewust in AI geïnvesteerd, maar ook onderzoek gedaan naar regulatie en de economische consequenties. AI heeft namelijk de potentie enorme economische groei mee te brengen. Het is een nieuwe markt vol kansen en mogelijkheden. Onder de nieuwe regering lijkt er minder strategisch beleid rondom AI te zijn.
In Europa heeft het Europese Parlement al wel uitspraken gedaan dat de regels rondom AI op korte termijn op Europees niveau dienen te komen. Ook om op ethisch niveau stil te staan bij de eventuele grote consequenties van AI.
De angst voor de grote impact van AI wordt voor een belangrijk deel gevoed door de media en films. In eerste instantie staan we echter zelf aan het roer.
De kansen van AI voor de gezondheidszorg zijn enorm. Dankzij AI kunnen we straks gepersonaliseerde behandelingen aanbieden waarvan de effectiviteit direct op persoonsniveau kan worden berekend. AI kan ook helpen medische fouten te voorkomen.
De mogelijkheid om overal analyses op te maken heeft impact op onze privacy en brengt ethische dilemma’s naar boven. Wat als een patiënt de behandeling die door AI als meest kansrijk wordt gezien niet wil volgen? Is de zorg dan nog verzekerd? Wat als we straks door AI direct kunnen zien wat de gevolgen zijn van ongezond gedrag op persoonsniveau? Zijn we dan nog solidair met elkaar?
Die vragen zie je nu al ontstaan bij zelfrijdende auto’s: wat als een auto moet kiezen tussen het aanrijden van een oudere vrouw in een scootmobiel of een gezin? Ik denk dat we vooral veel moeten ervaren en op Europees niveau echt moeten investeren in AI. Door te investeren en te ervaren, kunnen we zelf onze normen en waarden rondom AI ontwikkelen. Al lerend en debatterend vinden we een nieuw ethisch evenwicht.
Het is een risico om China daarin te laten voorlopen, netwerken zijn grenzeloos. We moeten echt voorop gaan lopen om te voorkomen dat we onze invloed verliezen. De ontwikkelingen zijn niet meer te stoppen. Of het ons lukt om proactief een rol te pakken, dat zullen we de komende jaren zien.