De robot als zorgprofessional: feit of fictie?
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
Wie servicerobot Mace objectief bekijkt, ziet een tablet op wielen. “Toch merken we dat patiënten, jong én oud, positief op Mace reageren”, vertelt Esther Lacko, innovator bij het Zorginnovatielab van het Maastricht UMC+. “De robot heeft iets aandoenlijks en maakt iets los. Mensen worden nieuwsgierig en het gesprek ontstaat bijna vanzelf.” Mede-innovator Luca Voorhoeve: “Mace wijst de weg, geeft standaardinformatie over een onderzoek of behandeling en kan eenvoudige informatie ophalen bij de patiënt.” Het team van het Zorginnovatielab onderzoekt momenteel of en hoe robots zoals Mace de zorgprofessional kunnen ondersteunen.
De zorgvraag neemt toe, in volume én in complexiteit. Tegelijkertijd verhogen personeelstekorten de werkdruk. Niet verwonderlijk dat robotica en kunstmatige intelligentie (AI) steeds vaker hun weg vinden naar de zorg. Ook het Maastricht UMC+ experimenteert volop met nieuwe technologie.
Lacko benadrukt: “Robots zijn voor ons geen doel op zich. Maar ze kunnen wel helpen om de kloof tussen zorgvraag en zorgaanbod te overbruggen. Door repeterende en arbeidsintensieve taken over te nemen, creëren we ruimte voor hoogwaardige zorg en menselijk contact. Denk bijvoorbeeld ook aan transportrobots voor het verplaatsen van grotere volumes en de kabinetrobot voor vervoer van kleine hoeveelheden zoals labmonsters of medicatie.”
Mace is dan ook niet de eerste robot in het MUMC+, schetst Lacko. “We hebben al de Da Vinci-operatierobot, de medicatie-robot in de apotheek, de schoonmaakrobot en – in ontwikkeling – de bloedprikrobot. Voor elke innovatie geldt dat we eerst uitvoerig experimenteren.”
Voorhoeve voegt toe: “We werken met de design thinking-methode. Dat betekent dat we eerst willen begrijpen welk probleem we willen oplossen en voor wie. Vervolgens onderzoeken we stapsgewijs of een technologische oplossing daar daadwerkelijk bij past. Dat doen we aan de hand van kleinschalige experimenten. In die eerste fase worden robots nog niet gekoppeld aan patiëntgegevens of IT-systemen, maar bekijken we vooral het eerste gebruiksgemak en de reacties van patiënten en zorgprofessionals.”
'Omdat robots standaardtaken overnemen, kunnen zorgverleners echt in gesprek met de patiënt'
Om te testen of een innovatie veelbelovend is, maakt het Zorginnovatielab gebruik van het Sixtuple Aimmodel, een waardekader dat kijkt naar brede impact: van patiëntervaring en medewerkerstevredenheid tot zorgkosten, inclusie, zorguitkomsten en duurzaamheid. Voorhoeve hierover: “Hoewel nog niet alle onderdelen in deze vroege fase te meten zijn, zien we wel al snel of iets werkt, of het waarde toevoegt en of mensen het echt willen gebruiken.”
Ook bij Mace werkt het team volgens de design thinking-methode. Op zeven afdelingen is met de robot in een veilige omgeving geëxperimenteerd. Zoals in het Hart en Vaat Centrum om standaardinformatie te geven voor en na het onderzoek. Diëtetiek gebruikte de robot voor de informatievoorziening over eiwitrijke voeding, Endoscopie voor het invullen van een vragenlijst. Daarnaast werden patiënten begeleid van de centrale aanmeldzuil naar de afdeling of naar een wachtkamer. De reacties waren overwegend positief.
“De patiënten gaven een hoge waardering”, aldus Voorhoeve. “Mace kreeg een score van 4,3 (op schaal van 1-5, red.), 78 procent vond de informatie zeer duidelijk en 67 procent vond de wijze van aanbieden aangenaam. Alle deelnemers wilden in de toekomst vaker op deze manier worden geïnformeerd.” Een reactie van een patiënt: “De robot praat heel langzaam en duidelijk. Dat is heel fijn.”
Wel gaven patiënten aan dat ze in een stressvolle situatie liever een mens tegenover zich zien. Dat benadrukt hoe belangrijk het is om zorgvuldig af te wegen welke taken een robot kan overnemen en waar persoonlijk contact onmisbaar blijft”, stelt Lacko. “Zorgprofessionals merkten dat zij meer tijd kregen om verdiepende vragen te stellen en beter te reageren op individuele behoeften van patiënten. Wel waren er ook kritische noten, waarmee we in de pilot aan de slag gaan.”
Uit de experimenten blijkt ook dat een soepele integratie in de dagelijkse werkprocessen cruciaal is. De samenwerking tussen zorgverlener en robot moet prettig voelen en daadwerkelijk leiden tot verlichting van de werkdruk. Samen met zorgprofessionals moet worden bepaald hoe die vrijgekomen tijd het beste kan worden benut.
Voorhoeve: “We starten nu met een pilot met Mace in de echte werkomgeving om te onderzoeken hoe de robot past in het werkproces, of patiënten de informatie net zo goed onthouden en of het echt bijdraagt aan de kwaliteit van zorg. Voor de transportrobots gaan we eveneens pilots doen om de werkconcepten verder uit te werken. Dat doen we met onder andere gebruikers, Facilitair Bedrijf- en ICT- collega’s. Onderwerpen als dataveiligheid, betrouwbaarheid en toegankelijkheid staan daarbij centraal. Na succesvolle pilots volgt dan uiteindelijk de implementatie op de afdelingen die met de robot aan de slag willen.”
Voorhoeve wil nog eens benadrukken dat het doel van de robot niet het vervangen van menselijke zorg is. “Doordat de robot bepaalde standaardtaken overneemt, ontstaat juist meer ruimte voor zorgverleners om echt in gesprek te gaan met de patiënt.”
De inzet van robots krijgt de komende jaren een extra impuls met de aanstaande renovatie van de kliniek, vertelt Lacko. “Daarbij moeten we rekening houden zaken als: hoeveel ruimte hebben ze nodig, waar kunnen laadpunten komen, brandveiligheid, liftbediening, welke logistieke taken kunnen transportrobots straks overnemen en wat betekent dat voor de inrichting van het gebouw? Niet in het minst gaat het ook over hoe robotica medewerkers kan ondersteunen in hun dagelijks werk en aansluit bij hun werkprocessen. We kijken daarbij continu naar ontwikkelingen in robotica en de inzet daarvan in andere sectoren. Zodat, als vanaf 2028 de nieuwe afdelingen worden geopend, robots veilig kunnen navigeren, laden en functioneren in een moderne zorgomgeving.”
Veranderen en innoveren is teamwork, stelt Voorhoeve tot slot “Niet alleen van het team van het Zorginnovatielab, dat naast ons bestaat uit Anne Deckers, Feline Hermans en Evelyn Croonen. Ook collega’s vanuit de kliniek, ICT en het onderzoek leveren een onmisbare bijdrage.”