Veel leerplezier!
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
Dat we in de zorg nog wel eens achterlopen bij wat we als consument allang kunnen, bewijst in deze editie van ICT&health het artikel over het St Jansdal (34-35), over alarmopvolging in het nieuwe ziekenhuis. Hoe kun je onafhankelijk van plaats, real-time zicht op je patiënten houden en de zekerheid hebben dat je geen alarm mist? Voor de meeste mensen allang geen luchtfietserij meer bij informatie die de hele dag privé op je smartphone binnenkomt. Of kán binnenkomen, ik hoor u al denken - en ja, het is een persoonlijke keuze of je dat wil.
Maar de kern van mijn opmerking is dat het kán. Waar je gezinsleden uithangen, of je dierbare op de plaats van bestemming is geland, zelfs of de kat de kattenbak al heeft gebruikt, is tegenwoordig overal vandaan gemakkelijk te volgen. Ook het instellen van alarmen in en om je huis is standaard aan het worden. Van flight radar via apps van de luchthaven tot een digitale deurbel, het kan allemaal.
Dat een veilig, tijdig en fout-proof alarmelding bij de verpleegkundige tien meter verderop krijgen andere koek is, laat het St Jansdal in Harderwijk in deze editie zien. Het vraagt in de eerste plaats om een doordacht ICT-systeem. Maar niet minder belangrijk: om het durven vertrouwen op die systemen. Voor de betrokken verpleegkundigen een nieuwe werkwijze die vraagt om flinke aanpassing in hun dagelijkse routine.
Merel Backers benadert dit vanuit de patiënt (30-31). Hoe werkt het om met de - door haar geïnitieerde app Digizorg - alle relevante informatie voor patiënten samen te brengen? Ze doet dat vanuit drie pijlers: compleetheid, begrijpelijkheid en regie.
De app is dicht bij de zorgpraktijk ontwikkeld en helpt patiënten in hun eigen regie. Dat betekent voor de zorgpraktijk ook dat de formele zorgmedewerkers dingen kunnen (of zelfs moeten) loslaten die patiënten prima zelf kunnen regelen. Zoals het zoveelste herhaalrecept of het verzetten van een afspraak. Durven vertrouwen op een nieuwe werkwijze, ondersteund door technologie on the go, staat ook hier centraal.
Omgaan met technologie gaat veel verder dan deze voorbeelden. Het is een kwestie van telkens opnieuw binnen je vakgebied met nieuwe manieren van werken leren omgaan en op technologie leren vertrouwen. Maar dat is niet genoeg. Om de voordelen voor de patiënt voldoende te ontsluiten, is het nodig dat je er mee leert spelen. De column van Henk van der Stelt (pg. 15) zet dat scherp neer en wijst ons fijntjes op de plicht om zó met technologische mogelijkheden om te gaan dat de patiënt hier beter van wordt.
Die plicht roept ook wanneer het ongemakkelijk is om een nieuwe werkwijze te ontwikkelen, maar wel voordelen heeft voor de patiënt. Digitale zorg goed uitvoeren, zo stelt de column, gaat veel verder dan je firewall gebruiken of je wachtwoorden niet laten slingeren. Je moet creatief zijn, alleen al om te voorkomen dat er een nieuwe zorgkloof ontstaat: die tussen digivaardige en niet-digivaardige patiënten.
Aan u de schone taak om in de praktijk van de zorg die plicht in te vullen. En daarbij ook voldoende stil te staan bij de benodigde verandervaardigheden. Bijvoorbeeld door zelf niet overspoeld te raken door de vele AI-toepassingen. Of door opnieuw uit te vinden hoe de eigen professionaliteit zich verhoudt tot AI gestuurde beslissingsondersteuning.
Dat laatste is overigens een verwarrend woord, want hoe zit het precies wanneer je als professional afwijkt van dit AI-advies? Weet u dat? Ik schat in van niet. U bent daar niet alleen in: ook voor bestuurders en toezichthouders betekent dit in de praktijk veel werk, voordat we het als sector goed genoeg doen.
Tot slot een voorbeeld van AI-gestuurde transcriptie in de spreekkamer met goede opbrengst voor de professionals en de patiënt. Betere verslagen, in minder tijd en zonder ergernis van het moeten vastleggen van allerlei details. Een leerzame casus van het Albert Schweitzer Ziekenhuis (64-65) over deze toepassing van AI.
Dat het in de spreekkamer het niet alleen gaat over tijdswinst, betoogt Gabriëlle Speijer (pg 63). De spreekkamer is een veilige plek waar samen met de patiënt getwijfeld mag worden en woorden in de context van de relatie betekenis krijgen. Wat gebeurt er, vraagt zij zich af, wanneer we standaard al die gesprekken opnemen? ‘Het gesproken woord leeft in de relatie, het opgenomen woord leeft in een systeem’. Zij gaat in op de bedoeling van dat opnemen en of dit leidt tot betere zorg. Daar is tenslotte alles op gericht.
De rode draad? Kijk bij toepassing van digitale zorgapplicaties en technologie altijd naar het hele plaatje van de beoogde verbetering. Het is een middel, geen doel op zich, met de plicht dit doordacht in het proces in te bouwen. Ik wens u weer veel leerplezier.
Groet,
Conny