Een samenwerking tussen twee opleidingen
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
De Master Digitale Transformatie in Zorg en Welzijn (DTZW) heeft een samenwerking met de bacheloropleiding Informatica van Hogeschool Inholland. De masterstudenten maken een ontwerp van een digitale toepassing. Dit wordt vervolgens opgepakt door studenten van de minoren Applicatie Design and Development en Cloud Engineering die deze uitwerken naar een prototype. Om een beeld te krijgen van dit proces en de ervaringen sprak docent Ybranda Koster met masterstudent Lorne Luthhart, informatica docent Elizabeth Berghuijs en informaticastudent Luke Huisman.
Ybranda vangt aan met een vraag voor masterstudent Lorne: “Kun je iets vertellen over de digitale innovatie die jij hebt uitgewerkt voor de master DTZW?”
“Ik werk als MBB'er (Medisch Beeldvormings- en Bestralingsdeskundige) in het Erasmus MC in Rotterdam”, vertelt Lorne. “Patiënten die komen voor bestraling van de linkerborst of borstwand moeten een speciale ademhalingstechniek aanleren, de zogenaamde Deep Inspiration Breath-Hold (DIBH). Bij deze techniek houdt de patiënt iedere bestralingsfractie (5-16 fracties in totaal) eenmaal 40 seconden en daarna herhaaldelijk 10-30 seconden de adem diep in. Hierdoor wordt de ruimte tussen het hart en de ribben vergroot, waardoor het risico op hart- en vaatziekten door bestraling wordt beperkt.”
“Momenteel krijgen patiënten hierover uitleg van een verpleegkundige van de afdeling radiotherapie, waarna de patiënt zelf thuis verder moet oefenen”, legt hij uit. “Dit kan voor sommige patiënten een uitdaging zijn. Zij ervaren bijvoorbeeld druk om de beoogde 40 seconden te moeten halen. Daarnaast merken patiënten bij de start van de bestraling verschillen tussen de oefensituatie en de praktijk, wat kan zorgen voor extra belasting van de patiënt. Ik ben hierdoor op het idee gekomen om een app te ontwikkelen die patiënten helpt bij de voorbereiding op en het thuis oefenen van DIBH. Dit is de BreathHoldCoach-app geworden.”
Ybranda: “Vanuit de DTZW kwam de vraag of jij jouw opdracht beschikbaar wilde stellen voor verdere uitwerking door informaticastudenten. Wat was voor jou de reden om daarmee akkoord te gaan, ook al zou het je extra tijd kosten?”
“Allereerst leek het mij erg leuk”, zegt Lorne. “Daarnaast zou dit mijn idee een meer praktische uitwerking te geven, omdat we zouden kunnen kijken of er mogelijkheden zijn om er daadwerkelijk een app van te maken. Ik wilde graag zien hoe dat er in de praktijk uit zou komen te zien. En als we het binnen het ziekenhuis daadwerkelijk uit zouden willen rollen, dan is het mooi wanneer je een goed idee hebt hoe de app eruit zou zien. Ook vond ik het interessant omdat je op deze manier twee opleidingen met elkaar laat praten. Ik denk dat dat heel belangrijk is, zeker in ons werk op het snijvlak van zorg en ICT.”
Praktijkopdrachten
“Elizabeth jij bent als docent Informatica betrokken bij deze samenwerking. Kun jij iets vertellen over de minoren?”, vraagt Ybranda.
Elizabeth antwoordt: “Deze minoren zijn de laatste stap voor het afstuderen. De studenten krijgen een opdracht uit de praktijk, waarbij de ene minor aan de achterkant (back-end) van de applicaties werkt, bijvoorbeeld de database. In de andere minor wordt gewerkt aan de voorkant (front-end): hoe ziet de app eruit, hoe is de interactie met de gebruiker? Hiervoor moeten de studenten zowel onderzoeksvaardigheden – zoals een literatuuronderzoek – als ontwerpvaardigheden toepassen. Ze moeten ook echt in gesprek met de opdrachtgever om tot een goed eindproduct te komen. Aan het eind moet er een werkend en getest prototype liggen. Belangrijk is dat de studenten hierin onderling en met de opdrachtgever goed samenwerken.”
Ybranda: “Hoe komen jullie, naast onze master, aan opdrachten?”
“Wij krijgen opdrachten vanuit de lectoraten van Inholland, bijvoorbeeld het lectoraat Robotica, maar ook vanuit het bedrijfsleven”, legt Elizabeth uit. “We zien wel dat de opdrachten uit de medische- of zorgsector de studenten het meest aanspreken, omdat ze dan het idee hebben dat ze het echt ergens voor doen.”
Ybranda: “Luke, jij hebt gekozen voor de opdracht van Lorne en daarbij voor het maken van de front-end. Waarom heb jij deze opdracht gekozen?”
“Eigenlijk houd ik niet eens zoveel van de front-end”, zegt Luke. “Meestal werk ik aan de back-end. Omdat dit de laatste opdracht is voor het afstuderen, leek het mij een mooie kans om de front-end ook een keer te ervaren. En ook die kant in mijn vingers te krijgen. Wij kregen een pitch van de mogelijke opdrachten, en op de online leeromgeving stond meer achtergrondinformatie. De BreathHoldCoach kwam voorbij en ik ben meteen gaan kijken naar de verdere
informatie. De rest van de pitches heb ik eigenlijk nauwelijks gehoord. Ik houd van maatschappelijke vraagstukken waarbij ik ook echt iets kan betekenen voor mensen. En eerlijk gezegd dacht ik: ‘dat lijkt mij niet zo moeilijk’. Dat laatste, daar heb ik mij wel in vergist!”
“Hoe heb je de opdracht verder aangepakt?”, vraagt Ybranda door.
“Ik had de korte opdrachtbeschrijving van Informatica en ontving van Lorne de informatie over de opdracht die hij voor de master DTZW moest uitvoeren en de uitwerking daarvan”, vertelt Luke. “Dat was mijn startpunt. Ik denk dat zo’n 60% van zijn ideeën nog steeds overeind staan, de rest heb ik aangepast. We hebben goede gesprekken gevoerd over de inhoud. Ik ben bij hem langs geweest in het ziekenhuis en ik heb met een usability test de app voorgelegd aan een aantal verpleegkundigen. Het was leuk om te zien dat zij meteen enthousiast waren. Uit die test heb ik vervolgens nog wat dingen gehaald die beter konden, of die nog niet duidelijk genoeg waren.”
“Wat nemen jullie mee uit deze opdracht?”, vraagt Ybranda aan iedereen.
“Wat ik meeneem is dat het een vak op zich is om goede, duidelijke systemen te bouwen waar mensen mee willen interacteren”, zegt Luke. “Daar heb ik zeker respect voor gekregen. Mijn leercurve was steil: ik wist er in eerste instantie weinig van, en heb toch een mooi product kunnen afleveren. Wat ik lastig vond in deze minor is dat je vanuit school bepaalde restricties meekrijgt, bijvoorbeeld een bepaald framework waarmee je moet werken. Dat framework bleek in mijn geval niet volledig geschikt voor wat wij wilden bouwen. Als de app echt ontwikkeld gaat worden, dan zou gekozen moeten worden voor een passend framework en de juiste technische keuzes. Ons product is dus zeker nog geen eindproduct, meer een referentieontwerp.”
Elizabeth antwoordt: “Lorne heeft als opdrachtgever echt geweldig gereageerd, bij de meeste vragen werd er echt meegedacht. Ik heb er weinig van gemerkt dat het een student-tot-student gesprek was; er was duidelijk een gesprek vanuit verschillende invalshoeken. Het is voor mij als docent leuk om te zien dat de kwartjes vallen en een product zijn uiteindelijke vorm krijgt. Vooral het meenemen van de gebruiker is daarbij mooi. Ook de gebruikersfeedback was heel behulpzaam: de oefeningen moesten liggend op de rug gedaan worden, dan is het nogal lastig om je telefoon te bekijken. Het is fijn dat ook daar een oplossing voor gekomen is, door geluid toe te voegen. De samenwerking met de masterstudenten is erg prettig, dat zijn professionals die in de praktijk ergens tegenaan lopen. Zij bedenken daar een eerste oplossing voor, die onze studenten richting geeft voor een verdere uitwerking. Zo doorloop je samen een heel proces.”
“Ik gebruik het prototype nu voor mijn eigen afstudeeronderzoek, waarin ik kijk wat de patiënten ervan vinden”, legt Lorne uit. “Met die resultaten hoop ik op papier een prototype 2.0 op te kunnen leveren. Het uiteindelijke doel is een daadwerkelijk klinische versie van de app, waarmee we de doelgroep, en daarmee de zorgprofessionals, kunnen ondersteunen in de voorbereiding op DIBH.”
“Ik kan de samenwerking op deze manier aanbevelen aan iedere student van de DTZW. Het is heel waardevol en alle beroepsrollen van de opleiding komen hierin samen”, concludeert Lorne.