‘Continue co-creatie zorgt voor succesvolle innovatie’
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
Verpleegkundige en verplegingswetenschapper Florian van Hunnik is per mei 2026 toegetreden tot het bestuur van Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN). Hij is houder van de portefeuille Digitalisering en Innovatie: een functie waarin zijn uitgebreide kennis en ervaring als Chief Nursing Information Officer (CNIO) bij het OLVG in Amsterdam van pas komen. “De sleutel tot succesvolle verpleegkundige innovatie is co-creatie tussen zorgprofessionals en technische experts.”
Toen Van Hunnik in 2015 op zijn werkplek in het OLVG te maken kreeg met de implementatie van een nieuw EPD, werd hij voor het eerst betrokken bij een digitaliseringsproject. “Ik had daar vanuit mijn verpleegkundige vakinhoud wel een mening over”, stelt hij. “Over hoe zo’n EPD voor mij als verpleegkundige moet werken. Gelukkig kreeg ik toen de kans om daarover mee te praten en mijn vakinhoudelijke kennis in te brengen.”
Vanuit die ervaring kreeg Van Hunnik de functie van CNIO bij het OLVG, waarbij hij ook een van de oprichters van het landelijke CNIO-netwerk van V&VN werd. Na twee termijnen als CNIO werd het volgens Van Hunnik tijd om het stokje door te geven en kwam er ruimte voor een functie als bestuurslid bij V&VN. “De onderwerpen digitalisering en innovatie waren eerder onderdeel van de bredere portefeuille van een ander bestuurslid, maar het besef groeide dat ze ondertussen hun eigen bestuurder verdienen.”
“Het is een thema dat om veel inhoudelijke kennis vraagt en waarin veel gebeurt”, vervolgt Van Hunnik. “Om mee te praten over innovatie en digitalisering moet je de inhoud echt onder de knie hebben.” Ondanks de duidelijke interesse in technologie en innovatie, blijft de patiënt voor Van Hunnik de voornaamste drijfveer, ook in de nieuwe functie. “De verpleegkundige vakinhoud en het patiëntcontact is wat me altijd gemotiveerd heeft, en nog steeds motiveert.”
Soms worden innovaties ontwikkeld die in de basis sterk zijn, maar bij de implementatie niet werkbaar blijken voor zorgprofessionals. Het resultaat is dat de tools op de plank blijven liggen, met een hoop verspilde moeite en middelen als gevolg. Van Hunnik: “Oplossingen kunnen hoogover best goed zijn, maar hoe landt het echt in de praktijk?”
Hij geeft een voorbeeld uit zijn eigen ervaring. “Bij het implementeren van een nieuwe EPD-app voor smartphones werden verpleegkundigen niet betrokken bij het laatste stukje van het ontwikkelingstraject. De app leek gebruiksvriendelijk en moest het registreren van de zorg veel sneller maken. Maar vanuit veiligheidsoverwegingen werd besloten om een dubbele inlog in te stellen. Dat bleek in de praktijk niet werkbaar, want verpleegkundigen moeten vooral snel iets kunnen registeren. Vervolgens werd de app niet gebruikt.”
Kortom, innovaties moeten écht aansluiten op de verpleegkundige praktijk, en daarvoor moeten zorgprofessionals betrokken worden tijdens zowel de ontwikkeling als implementatie ervan. “De mensen die de innovaties daadwerkelijk gaan toepassen, moeten meepraten. Innovaties worden succesvol wanneer er een continue co-creatie is tussen zorgverleners en technische experts.”
Volgens Van Hunnik liggen er op twee vlakken kansen in het betrekken van zorgprofessionals bij zorginnovatie. “Enerzijds is er een enorme opgave rondom het toegankelijk houden van de zorg. Digitalisering kan daarin helpen door processen te vergemakkelijken. Bijvoorbeeld door de registratielast terug te dringen. Die bespaarde tijd kan vervolgens ingezet worden voor het leveren van zorg. Innovaties op het gebied van thuismonitoring en AI kunnen verspilling van zorgcapaciteit tegengaan en opnames voorkomen. Ook snelheid maken met de implementatie van de verpleegkundige eOverdracht is hierin een belangrijke stap. Door relevante verpleegkundige gegevens altijd beschikbaar te hebben in de keten, kunnen zorgprofessionals gerichter werken, en wordt de zorg toegankelijker.”
"Digitalisering moet iets van ons allemaal worden"
“Tegelijkertijd kan het betrekken van zorgprofessionals bij innovatie de kwaliteit van de zorg verbeteren”, gaat Van Hunnik verder. “Denk aan innovaties voor thuismonitoring van patiënten met COPD. Als de verpleegkundige hiermee vroegtijdig een verslechtering aan ziet komen, is sneller ingrijpen mogelijk en wordt een acute opname voorkomen. Dat is doelmatiger én de patiënt krijgt zorg van betere kwaliteit.”
Een valkuil van digitalisering voor verpleegkundigen is de impact op het werkplezier. “Juist omdat innovaties niet aansluiten bij wat mensen op de werkvloer nodig hebben. Maar innovaties die zorgprofessionals echt helpen, bijvoorbeeld bij het terugdringen van de registratielast, verhogen het werkplezier juist.”
Volgens Van Hunnik moeten verpleegkundigen en verzorgenden die betrokken zijn bij zorginnovatie daarvoor ook een podium krijgen. “Of dat nou binnen je eigen instelling is of bij een landelijk initiatief. Laat zien dat het iets is wat zorgprofessionals samen hebben gedaan met de technische collega’s, en dat de innovatie ook uitgedragen wordt door de beroepsgroep.”
Met name buiten de ziekenhuizen ziet Van Hunnik hier nog veel ruimte voor verbetering: “In bijvoorbeeld de VVT en ggz is er nog een enorme onderkenning van het belang van verpleegkundige betrokkenheid bij digitalisering. Mijn oproep aan zorgprofessionals in die sectoren is dan ook: grijp je kans en creëer je podium. Want daar is echt behoefte aan.”
Voor hoe ze dat het best aan kunnen pakken, geeft hij het volgende advies: “Ga vooral het gesprek aan. Veel instellingen hebben een sterke verpleegkundige adviesraad of verpleegkundig stafbestuur. Die kunnen helpen bij het creëren van een podium of urgentie bij bestuurders. Het CNIO-netwerk van V&VN kan met onze kennis en ervaring ook helpen. Dat doen we op verschillende niveaus. Op strategisch niveau voeren we bijvoorbeeld gesprekken met koepelorganisaties, zoals de Nederlandse GGZ en ActiZ. Daarin geven we aan hoe belangrijk we het vinden dat iedere instelling – of in ieder geval iedere regio – CNIO’s beschikbaar heeft. Maar het CNIO-netwerk helpt ook mensen een-op-een om te bekijken welke stappen gezet kunnen worden.”
Van Hunnik schetst hoe V&VN zorgprofessionals hulpmiddelen en handvatten geeft om aan de slag te gaan met innovatie in hun eigen organisatie. “Vanuit ons Kennisinstituut V&VN zijn we dit jaar begonnen met de voorbereiding van een aantal proefimplementaties, waarbij we kijken naar wat er nou eigenlijk nodig is om zorgtechnologie in de praktijk goed te laten werken. Bijvoorbeeld bij spraakgestuurd rapporteren. Door mee te kijken bij organisaties die dat al toepassen, zien we waar knelpunten ontstaan bij het implementeren. Hier kunnen we vervolgens hulpmiddelen voor gaan ontwikkelen, zodat het voor zorgprofessionals makkelijker wordt om ermee aan de slag te gaan. Verpleegkundigen en verzorgenden weten namelijk veel over het zorgproces, maar zijn niet altijd experts op het gebied van nieuwe technologieën.”
“Ik hoop dat we over een aantal jaar zien dat digitalisering iets van ons allemaal is geworden”, stelt Van Hunnik tot slot. “Het raakt bijvoorbeeld niet alleen CNIO’s en zorgprofessionals op de werkvloer, maar is ook belangrijk in het kader van opleidingen en kwaliteit van zorg. Mits goed benut gaat digitalisering de zorg verbeteren, zodat het alle facetten raakt waarmee verpleegkundigen en verzorgenden zich dagelijks bezighouden. Binnen zorgorganisaties zou digitalisering in de hele verpleegkundige beroepsgroep moeten leven, niet alleen onder CNIO’s. Ik hoop dat we daar meer stappen in kunnen zetten de komende jaren, zodat digitalisering iets van ons allemaal wordt.”