Onderzoekers van Boston University hebben een videogame ontwikkeld waarmee kan worden onderzocht hoe mensen met autisme zintuiglijke informatie verwerken en gebruiken om beslissingen te nemen. De game is zo ontworpen dat ook mensen met ernstige communicatieve beperkingen en non-verbale deelnemers kunnen meedoen aan onderzoek.
Dat is volgens de onderzoekers belangrijk omdat deze groepen regelmatig buiten wetenschappelijke studies vallen wanneer onderzoekstaken te sterk afhankelijk zijn van taal of instructies. Hierdoor zijn veel bestaande inzichten mogelijk niet representatief voor het volledige autismespectrum.
In Nederland heeft ongeveer 3,5 procent van de kinderen tussen 4 en 12 jaar een vorm van autisme. Voor kinderen in de leeftijd van 12 tot 15 jaar ligt dat percentage op ongeveer 4,4 en bij personen tussen 15 en 25 jaar is dat zelfs 6,1 procent. Dat komt omdat de aandoening vaker pas op een latere leeftijd wordt gediagnosticeerd. Autisme kan onder meer gepaard gaan met verschillen in communicatie, sociaal functioneren, gedrag en de manier waarop zintuiglijke informatie wordt verwerkt.
Zonder instructies op jacht naar edelstenen
De videogame heet Geode, een afkorting van Gathering Evidence to Optimize DEcisions. Spelers kiezen een personage en volgen vervolgens een schatkaart waarop ze zoveel mogelijk edelstenen moeten verzamelen. Aan de randen van het scherm verschijnen lichtflitsen. De kant waar meer lichtsignalen verschijnen, wijst op de aanwezigheid van edelstenen.
Tijdens het spelen registreren de onderzoekers hoe goed deelnemers deze signalen herkennen en gebruiken. Het aantal lichtflitsen en de duur en timing ervan worden daarbij gevarieerd. Zo ontstaat gedetailleerde informatie over waarneming, besluitvorming en het leerproces. Een belangrijk kenmerk is dat de game geen instructies geeft. Spelers beginnen direct en ontdekken tijdens het spelen zelf de regels. Volgens onderzoeker Benjamin Scott maakt dit deelname mogelijk voor mensen met uiteenlopende communicatieve vaardigheden.
Aan het onderzoek namen ruim 300 jongeren tussen 11 en 17 jaar deel. Iets meer dan 200 van hen hadden autisme, waaronder deelnemers met ernstige symptomen en bekende genetische syndromen. De overige deelnemers waren neurotypische broers en zussen. Een aanzienlijk deel van de onderzoeksgegevens kon bovendien op afstand worden verzameld.
Verschillen bij verwerken van informatie
De meeste deelnemers begrepen de spelregels snel en konden zich aanpassen wanneer de game moeilijker werd. Toch zagen de onderzoekers verschillen tussen jongeren met en zonder autisme. Deelnemers met autisme hadden gemiddeld meer tijd nodig om het spel te leren en waren minder nauwkeurig.
Vooral het combineren van verschillende zintuiglijke signalen bleek lastiger. De onderzoekers koppelen dit aan zogenoemde perceptuele integratie: het vermogen om informatie over een bepaalde periode te verzamelen en samen te voegen tot een samenhangend beeld. Volgens Scott ondersteunen de resultaten het idee van ‘noisy evidence integration’. Daarbij kan ieder afzonderlijk stukje zintuiglijke informatie extra ruis bevatten. Naarmate meer informatie moet worden gecombineerd, kan die verstoring zich opstapelen.
De onderzoekers noemen als mogelijk onderliggend mechanisme een veranderde balans tussen prikkelende en remmende activiteit in neurale circuits. Dat zou tot meer ruis in de waarneming kunnen leiden. De huidige studie stelt echter niet vast dat dit mechanisme daadwerkelijk de gevonden verschillen veroorzaakt.
Gebruik in klinische studies
Geode is nadrukkelijk niet ontwikkeld als diagnostisch instrument voor autisme. De game kan inzicht geven in hoe iemand informatie verwerkt, leert en beslissingen neemt, maar kan niet vaststellen of iemand autisme of een andere neuropsychiatrische aandoening heeft.
De onderzoekers zien op termijn vooral mogelijkheden voor gebruik als uitkomstmaat in klinische studies. Een deelnemer zou bijvoorbeeld vóór een behandeling de game kunnen spelen om een uitgangswaarde vast te leggen en daarna opnieuw. Daarmee kan worden onderzocht of een geneesmiddel of andere interventie veranderingen veroorzaakt in de gemeten vaardigheden.
Een ander voordeel is dat de opzet kan worden gebruikt bij zowel mensen als proefdieren. Scott ontwikkelde vergelijkbare methoden eerder voor onderzoek met onder meer zangvogels en ratten, waarbij eveneens zonder verbale instructies wordt gewerkt. Daardoor zouden onderzoekers gedrag en onderliggende hersenmechanismen tussen diermodellen en mensen beter kunnen vergelijken.
De onderzoekers hopen met de aanpak vooral groepen beter bij onderzoek te betrekken die door communicatieproblemen tot nu toe moeilijker konden deelnemen. Daarmee kan een breder beeld ontstaan van verschillen in waarneming en informatieverwerking binnen het autismespectrum.
Voeg ICT&health toe aan Google
Toon meer content van ICT&health in Google Zoeken.