Praktiserend huisarts bij Gezondheidscentrum De Bilt, huisartsenopleider, hospicearts, medisch directeur van UNICUM-Huisartsenzorg, mede-initiatiefnemer van Optimale Zorg-Dappere Dokters, speciale gezant regeldruk bij IZA en voorzitter van de Raad van Toezicht van iDx. Toosje Valkenburg is een bezige bij. Aan gesprekstof geen gebrek dus.
Over de verkoop van het voormalige huisartsenlab Saltro aan multinational Unilabs bijvoorbeeld. Als lid van de Raad van Toezicht was ze daar nauw bij betrokken en medeverantwoordelijk voor. Hoewel het terugkijkend misschien niet helemaal gebracht heeft wat men voor ogen had, staat zij nog altijd achter het besluit.
De toenemende tariefdruk maakte in 2023 al duidelijk dat schaalvergroting noodzakelijk. Na vergeefse verkenningen koos het laboratorium vanuit een gezonde financiële positie voor Unilabs. De overname werd zorgvuldig voorbereid, maar afspraken bleken niet blijvend gewaarborgd. “Het is pijnlijk dat het slotakkoord zo uitgepakt is. Maar het is niet voor niets geweest. Door vanuit kracht te gaan samenwerken is er een goede verkoopsom overgebleven in de stichting die nu iDx is en die ten goede komt aan de versterking van het diagnostisch proces.”
Versterken zelfredzaamheid
IDx - een stichting die zich bezighoudt met diagnostiek in de huisartsengeneeskunde - richt zich daarbij op de brede eerste lijn van de huisartsenpraktijk tot het ziekenhuis, dus niet tot en mét het ziekenhuis. De focus ligt op het versterken van de zelfredzaamheid van mensen en van de positie van de huisarts in die eerste lijn. Als eerste bestuurder en kwartiermaker bedacht en formuleerde Valkenburg samen met anderen de doelen van de stichting.
Valkenburg: “Voor ogen staat ons een academisch denkende stichting zonder directe koppeling met een universiteit, zodat autonoom de eigen agenda kan worden bepaald en de slagkracht van een kleine organisatie behouden blijft. Onderzoeken en innoveren staan centraal. Het startkapitaal is bedoeld als buffer om te ontwikkelen, niet om leeg te lopen. We zijn er om te blijven.”
De belangrijkste ambitie van de stichting is om antwoorden te vinden op de vraag hoe je vanuit gezondheidsperspectief de vraag op de plek kunt houden waar hij gesteld wordt, vanuit het idee dat hoe langer je de vraag op de plek houdt waar ook het antwoord te vinden is, hoe minder het vervolg van het systeem wordt belast.
De huisarts schetst hoe dit eruit kan zien: “Als een patiënt zijn eigen vraag thuis op de bank kan beantwoorden, hoeft hij niet naar de huisarts of een andere zorgverlener. En als de huisarts op zijn beurt goed toegerust is met goede diagnostische hulpmiddelen, houdt hij de mensen langer in zijn spreekkamer of kunnen zij terug naar huis en stuurt hij ze niet door naar de specialist. Dat is het perspectief van waaruit we moeten werken: door het versterken van diagnostiek zowel patiënt als hulpverlener beter in positie houden.”
Als praktijkvoorbeeld wijst zij op de patiënt die met een vermoeden van galstenen bij de huisarts komt en 4 weken moet wachten op een echo of op een afspraak met de internist of chirurg. “Als ik die echo binnen vijf dagen heb, kan ik de patiënt veel beter toeleiden en samen de beste route bepalen. Hoe beter de vraag, hoe beter het antwoord.” Kennis is volgens haar het probleem niet. Dankzij AI is kennis inmiddels overal en verplaatsbaar. Maar er is wat zij noemt geen interpretatieversnelling. “AI kan voor mij niet toepassen wat informatie in de specifieke situatie van de patiënt betekent.”
Andere vragen
De wens om vraag en antwoord beter bij elkaar te brengen is volgens Valkenburg mede ingegeven door de ontwikkeling van de geneeskunde. “Vroeger ging je, kort door de bocht, dood als de dokter het niet meer wist. Tegenwoordig is er door voortschrijdend onderzoek, betere medicatie en technologische ontwikkeling veel meer mogelijk. Mensen stapelen aandoeningen en worden met meerdere ziektes gezond oud: bloeddruk, hartfalen, diabetes, het hoeft allemaal niet meer zo’n hinderpaal te zijn. Totdat het dit wél wordt. Dan zit je door de stapeling al dicht bij het einde door de impact die aandoeningen op elkaar hebben.”

Toosje Valkenburg: "Vroeger ging je, kort door de bocht, dood als de dokter het niet meer wist. Tegenwoordig is er veel meer mogelijk."
Dat leidt tot andere vragen bij de burger. De keuzes die mensen moeten maken, worden ingewikkelder, omdat niemand meer zegt: het houdt een keer op. Dan is de vraag of de dokter nog de meeste zeggenschap heeft over de keuzes die te maken zijn. Daarom moet de huisarts worden toegerust om het generalistische gesprek te voeren.
Het medisch perspectief blijft voor de huisarts, hij kan schetsen hoe dat eruitziet. In dat proces levert aanvullende diagnostiek een belangrijke aanvullende bijdrage op het denken van de huisarts en de patiënt in de spreekkamer. Hoe beter de informatie die aangereikt wordt, hoe beter de huisarts de patiënt kan helpen.
Overdiagnostiek tegengaan
Een tweede belangrijk verbeterdoel van iDx is het tegengaan van de enorme overdiagnostiek. Mensen hebben (vaak te) hoge verwachtingen van zaken zoals scans, echo’s, bloedonderzoek. Goed verwachtingsmanagement begint met beter informeren en begrijpelijker uitleg. Als toezichthouder bij huisartsenlaboratorium Saltro was Valkenburg nauw betrokken bij de lancering van het Uitslagenportaal, een website waarop de labuitslagen voorzien van beknopte deskundige uitleg met de patiënten worden gedeeld. Ondanks de onvermijdelijke kinderziektes werkt dat prima.
Inmiddels zijn er meer patiëntportalen actief en wordt de uitleg voor de patiënt stap voor stap begrijpelijker gemaakt. Dat is belangrijk, want mensen moeten de uitslagen zelf snappen, zodat zij verantwoordelijkheid kunnen nemen. De tijd dat mensen genoegen nemen met ‘het is goed hoor’ van de dokter is voorbij. Tijd besparen doen de uitslagenportalen niet, maar ze dragen bij aan betere communicatie, bewustwording en een andere houding.
Idee én geld
Valkenburg is tevreden over de ontwikkeling die iDx sinds de start drie jaar geleden heeft doorgemaakt. Het was volgens haar een boeiende zoektocht naar de juiste vorm om de uitdaging vorm te geven met vragen als: hoe hou je universiteiten betrokken met behoud van autonomie? Hoe organiseer je democratisering van kennis (open science)? En hoe waarborg je de continuïteit van de organisatie?
“Meestal heb je een goed idee, maar geen geld om het uit te voeren. Wij hadden een goed idee én een zak geld.” Samen met de kennis en ervaring van de leden van de raad van toezicht heeft directeur-bestuurder Cherelle de Graaf van de stichting met haar talent, een combinatie van nieuwsgierigheid en ondernemerschap het gewenste profiel duidelijk neergezet, meent Valkenburg.
Door het binnenhalen van diverse opdrachten passend binnen de doelstellingen, houdt iDx vanaf de start de eigen broek op. Een mooi voorbeeld is het mee-opstellen van een visiedocument voor de RHO Midden-Holland, bedoeld om de positie van de eerste lijn ten aanzien van de laboratoria en ziekenhuizen in de regio te versterken en mee te praten en te denken over het verbeteren en vernieuwen van de huisartsendiagnostiek. “Een spannend proces voor de betrokkenen, maar het gaat goed. Mede dankzij de verbindende rol van iDx weten de partijen elkaar goed te vinden en gaan zij dit najaar een gezamenlijke innovatieagenda opstellen. Het plan van aanpak en de geleerde lessen zijn ook beschikbaar voor andere organisaties.”
Basisinfrastructuur ontbreekt
De onafhankelijkheid en het ontbreken van commerciële belangen blijken succesfactoren voor iDx. “De organisatie verkoopt geen producten. Natuurlijk denken we na over het ontwikkelen van innovaties en dan met name oplossingen die, als wij geen duwtje geven, niet ontwikkeld zouden worden terwijl er wel grote behoeften aan is. Veel ideeën en initiatieven lopen vast in het bestaande systeem. Groots en meeslepend denken komt alleen verder als we het klein en operationeel durven uit te voeren.”
Dat gaat niet vanzelf, legt Valkenburg uit. ”Iedereen heeft 24/7 toegang tot alle diagnostiek via bijvoorbeeld smartphones, smartwatches en applicaties, maar door het ontbreken van een achterliggende infrastructuur raakt het zorgsysteem verstopt.” Devices zijn volgens Valkenburg niet het probleem, dat is de markt. Want wat doe je met alle gegevens? Hoe zorg je dat gegevens betrouwbaar zijn? Kunnen we de data combineren en beschikbaar en bruikbaar maken? Wat kunnen laborganisaties met deze data? Dit gaat eerder meer dan minder werk opleveren.
Valkenburg vervolgt: “gezondheidszorg is een onuitputtelijke markt. Het stopt nooit. Gezonde mensen, vooral jongeren, willen nog gezonder worden door micromanagement, ze willen alles meten. Daar spelen bedrijven en commerciële zorgverleners handig op in. Daarna komen mensen, wanneer er zogenaamde afwijkingen zijn, uit in de reguliere zorg. Voor dit soort onnodige vragen of ongerustheid is de zorg niet bedoeld. Hiermee kun je de huisarts niet mee belasten.”
De druk van de jongere generatie moet dan ook anders worden opgelost, concludeert Valkenburg tot slot. Daar ligt een duidelijk werkgebied voor iDx: dingen maken, nadenken over betere toe- en afleiding van de vragen vanuit het principe: hou ze op de plek waar ze worden gesteld. Daaraan blijft iDx gericht werken om de energie en vaart erin te houden.
Voeg ICT&health toe aan Google
Toon meer content van ICT&health in Google Zoeken.