De onderzoeksgroep Point of Care Technology (POCT) van de Hanze onderzoekt hoe snelle diagnostiek, sensoren en digitale gezondheidsdata kunnen bijdragen aan betere zorg, efficiëntere zorgprocessen en preventie. Samen met ziekenhuizen, zorginstellingen en bedrijven vertalen onderzoekers wetenschappelijke kennis naar toepassingen voor de zorgpraktijk. Wat betekent dit voor patiënten en zorgprofessionals? Senior-onderzoekers Margot de Looff en Talko Dijkhuis vertellen op de website van Hanze over het onderzoek en de samenwerking met de praktijk.
Point of Care Technology (POCT) maakt het mogelijk om snel en dicht bij de patiënt gezondheidsinformatie te verzamelen. Dat gebeurt onder meer met bloedsuikermetingen, bloedgasanalyses en urinetesten, maar ook met wearables, sensoren en digitale gegevens over beweging, slaap, functioneren en gedrag. De meetgegevens kunnen helpen om veranderingen in de gezondheid vroegtijdig te signaleren, diagnoses te ondersteunen en behandelingen af te stemmen op individuele behoeften.
Ondersteuning bij klinische beslissingen
Volgens senior-onderzoeker Margot de Looff gaat de betekenis van POCT verder dan diagnostiek alleen. In de curatieve zorg kan snelle, betrouwbare informatie de artsen ondersteunen bij klinische beslissingen en behandelkeuzes. In de langdurige zorg kunnen meetgegevens veranderingen in gezondheid of zorgbehoefte zichtbaar maken, zodat de ondersteuning tijdig kan worden aangepast. Ook voor preventie biedt de technologie mogelijkheden, bijvoorbeeld door gezondheidsrisico’s eerder te signaleren.
De toepassingen zijn relevant in een zorgstelsel dat kampt met een groeiende zorgvraag en personeelstekorten. Technologie kan bijdragen aan het toegankelijk en betaalbaar houden van de zorg, mits innovaties ook daadwerkelijk meerwaarde hebben in de dagelijkse praktijk.
Verschillende expertises komen samen
De POCT-onderzoeksgroep bundelt negen lectoraten die vanuit verschillende vakgebieden werken aan de ontwikkeling en toepassing van gezondheidstechnologie. De expertise op het gebied van biomarkers, sensoren en data-analyse wordt gecombineerd met kennis van verpleegkunde, gedrag, organisatie en implementatie. Daardoor kijken onderzoekers niet alleen naar de betrouwbaarheid en relevantie van metingen, maar ook naar de interpretatie van gegevens en de toepasbaarheid ervan in de zorg.
Een voorbeeld is het onderzoek van de Hanze, ziekenhuis NijSmellinghe en het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) naar biomarkers bij patiënten die zich voorbereiden op een operatie. Binnen de prehabilitatie werken patiënten voorafgaand aan een operatie aan het verbeteren van hun conditie. De onderzoekers bekijken hoe biomarkergegevens inzicht kunnen geven in hun veerkracht en belastbaarheid. Daarmee willen zij de voorbereiding en begeleiding beter afstemmen op de individuele patiënt.
Van werkvloer tot verpleeghuis
Ook buiten het ziekenhuis onderzoekt de POCT-groep de mogelijkheden van gezondheidsdata. Binnen het VITAAL-project ontwikkelen onderzoekers samen met drie regionale mkb-bedrijven een digitale preventietool voor werknemers. Deze combineert biomedische, fysiologische en psychologische gegevens met informatie uit onder meer wearables. Door de verschillende gegevens in samenhang te analyseren, willen de projectpartners patronen en mogelijke gezondheidsrisico’s eerder herkennen. De inzichten moeten werknemers en werkgevers ondersteunen bij keuzes die de vitaliteit bevorderen.
In de ouderenzorg richt het onderzoek zich onder meer op alarmgegevens in verpleeghuizen. Samen met de Technologie & Zorg Academie (TZA), het programma Health Noord en de Innovatiewerkplaats Digital Society Hub onderzoekt de Hanze of gegevens over het aantal en type alarmen meer inzicht kunnen geven in de zorgbehoefte. Ook wordt gekeken of deze informatie kan bijdragen aan efficiëntere werkprocessen en een lagere werkdruk, zonder extra handelingen of onnodige meldingen te veroorzaken.
Van meetgegevens naar toepassing
De projecten verschillen in doelgroep en toepassing, maar hebben een vergelijkbaar uitgangspunt: onderzoeksresultaten moeten bruikbaar zijn in de zorgpraktijk. Een sensor of meetmethode kan technisch betrouwbaar zijn, maar levert niet automatisch informatie op waarmee zorgprofessionals iets kunnen. Daarvoor moeten zij de uitkomsten goed kunnen interpreteren en weten hoe deze kunnen bijdragen aan behandelkeuzes, zorgverlening of aanpassingen in werkprocessen.
Daarom betrekt de POCT-onderzoeksgroep naast technologische en medische expertise ook kennis over innovatie, organisatie en veranderkunde. Daarbij is aandacht voor praktische voorwaarden, zoals de aansluiting op bestaande systemen, duidelijke verantwoordelijkheden en werkprocessen die zorgprofessionals ondersteunen.
De Hanze verbindt zo wetenschappelijk onderzoek met praktijkervaring en samenwerking met zorg- en kennispartners. Organisaties met vraagstukken rond diagnostiek, biomarkers, sensoren of gezondheidsdata kunnen samen met de onderzoeksgroep verkennen welke onderzoeksaanpak en toepassingen aansluiten bij hun behoeften.
Eerder signaleren
Ook digitale en functionele biomarkers bieden kansen om gezondheidsproblemen eerder te signaleren. We schreven hierover in april van dit jaar. Door gezondheidsgegevens continu te monitoren en biologische processen beter in kaart te brengen, kunnen afwijkingen mogelijk worden ontdekt voordat klachten ontstaan. TNO werkt samen met zorgverleners en onderzoekers aan de ontwikkeling van deze toepassingen, die kunnen bijdragen aan meer preventieve zorg, tijdiger ingrijpen en betere monitoring op afstand. De uitdaging ligt in het vertalen van deze technologie naar betrouwbare en praktisch toepasbare oplossingen.
Referenties
Voeg ICT&health toe aan Google
Toon meer content van ICT&health in Google Zoeken.