Het flirten van de pathologie
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
Onlangs werd bekend dat Philips gaat samenwerken met de startup PathAI, een veelbelovend bedrijf dat technologie ontwikkelt voor de pathologie. Het Eindhovens techbedrijf gaat inzetten op kunstmatige intelligentie en wil daarmee in de eerste instantie de nauwkeurigheid van de diagnose borstkanker verbeteren. De flirt van Philips met de pathologie gaat steeds meer lijken op een serieuze relatie, maar er zijn meer gegadigden, want deze enorme innovatieslag van de pathologie vergt technologische kennis vanuit meerdere bedrijfsculturen en invalshoeken. Zijn de andere bedrijven de kapers op de kust of gaat de pathologie voor een open huwelijk?
De startup PathAI bestaat uit MIT- en Harvard Medical School-onderzoekers. Vorig jaar won de start-up een prijs voor een beeldverwerkingssysteem dat kankerweefsels kan detecteren in microscopische beelden van lymfeklieren. Blijkbaar wordt dit uitgebreid met kunstmatige intelligentie dat ingezet wordt voor borstkanker.
Digitalisering van de pathologie is inmiddels een wereldwijde revolutie waar Nederland ver in voorop loopt. De voordelen van digitalisering zijn in drie etappes uit te leggen. Het eerste is het loslaten van de huidige microscoop. De pathologen kunnen daardoor makkelijker een collega consulteren, sneller beelden uitwisselen bij multidisciplinaire overleggen en voor studiedoeleinden. De kans op logistieke fouten wordt gereduceerd.
De tweede etappe is tijdswinst. Voorheen moest de patholoog veelal tientallen microscopische coupes bekijken van één patiënt waarvan er mogelijk maar één coupe belangrijk was voor de diagnose. In de toekomst doet de computer het saaie screenwerk en stelt de patholoog de definitieve diagnose, al dan niet na een consult van een collega.
Maar dan die derde etappe. De microscopische wereld schijnt als het sterrenstelsel te zijn voor een patholoog. Een wereld te ontdekken. Keek hij voorheen met een sterrenkijker naar de sterren, nu heeft hij zijn eigen digitale raket om de cellen met geavanceerde apparatuur van dichtbij te bekijken. Specifieke celkenmerken van kankercellen die de patholoog niet kan onderscheiden door de microscoop, krijgen nu contouren en kunnen meer inzichten geven over gedrag van kankercellen. De Nijmeegse onderzoeksgroep van informaticus Jeroen van der Laak is wereldwijd één van de grootsten in dit vakgebied.
Al is Philips veel in het nieuws als het gaat om de digitalisering van de pathologie, de motor achter deze innovatieslag zijn de pathologen zelf. De Nederlandse Vereniging voor Pathologie staat bekend als de early adopters. Door de inspanningen van de landelijke werkgroep PIE (Pathology Imaging Exchange) en het landelijk geautomatiseerd archief PALGA, kunnen digitale beelden binnen afzienbare tijd tussen alle laboratoria worden uitgewisseld.
Het Zweedse bedrijf Sectra gaat het beelduitwisselingsplatform van PIE bouwen. De adviseurs in dit traject zijn consultancybureaus Mitopics en MedicalPHIT, beide met expertise binnen het medische ICT-domein.
Een kernprincipe van PIE is dat alle laboratoria zich, onafhankelijk van lokale keuzes voor scanner- en softwareleveranciers, binnen bepaalde randvoorwaarden kunnen aansluiten. Om dit te kunnen eisen was logischerwijs veel diplomatie en doorzettingsvermogen nodig. Zullen de pathologen met de vuist op tafel hebben geslagen of is het een sterke businessstrategie geweest. Ze hebben het hoe dan ook voor elkaar gekregen om een stevig draagvlak te maken.
De ooit zo onopvallende patholoog in de keten van de oncologie is subtieler en diplomatieker dan menigeen zich beseft. Schijnbaar ook tussen eigen vakbroeders, want digitalisering vergt standaardisatie en dus moeten alle neuzen dezelfde kant op staan. Dat zal niet altijd makkelijk zijn geweest, maar het is ze gelukt.
Dat maakt de Nederlandse pathologen een aantrekkelijke partij voor techbedrijven zoals Philips, maar zo te zien lokt het buitenland. Is het gras bij de buren dan toch groener?