Digitale (zorg)vermoeidheid
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
De deadline van ICT&health nadert, maar ik ervaar sinds enkele weken een weerstand om te schrijven over e-health. Geen ‘writers block’, eerder een ‘digitale’ vermoeidheid die niets te maken heeft met mijn lichamelijke of geestelijke gesteldheid. Het past mij ook niet. Ik geloof dat daar waar het past of wenselijk is, de zorg digitaliseren juist goed voor de maatschappij is.
Omdat ik niet tot de kern kom, las ik een verplicht bewustzijnsmoment in. Ik wil korte metten maken met dit gevoel en pak mijn fiets. Er staat een matige tot geen wind, fysiek gezien best lekker. Maar omdat er al een tijdje iets in mijn binnenste woedt, had ik gehoopt op enige weerstand. Als ik toch het beste uit mezelf wil halen, kies ik voor grof geschut: mijn gammele stadsfiets.
Ik spreek af met een vriendin die ik tot mijn spijt al veel te lang niet gezien heb. Al snel gaat het gesprek over werkzaamheden die mij in de zorg bezighouden:
Met beide projecten zit het niet mee. En hoe meer weerstand ik ervaar, hoe harder ik mijn tanden erin zet om de projecten succesvol neer te zetten.
In een eerdere column schreef ik dat we in de digitale wereld wel over hetzelfde onderwerp spreken, maar niet in dezelfde taal. Als relatieve ‘newbie’ in deze wereld besef ik nog steeds te weinig dat we ergens in het traject problemen kunnen ondervinden omtrent verwachtingen. Zoals digitale zorgideeën als paddenstoelen uit de grond schieten, had ik gehoopt met eenzelfde snelheid op één lijn te zitten qua verwachtingen. Misschien tevergeefs: snel beslissingen maken, snel opdrachten van mijn ‘to do’-lijst schrappen kan een mooie kant van mij zijn, maar in de realiteit merk ik dat deze levenshaast ook mijn valkuil is.
Daarom dwing ik mezelf verwachtingen bij te schaven. Het is logischer dat iedere stakeholder meedenkt en -spreekt vanuit eigen perspectief en belang. Wel lastig hoor, want waarom moet deze constatering in mijn beleving altijd te laat worden bevestigd? Zo energievretend!
Is het omdat we allemaal pionieren? Liggen de belangen uiteen? Voor mij is het zo vanzelfsprekend dat het belang bij de gebruiker ligt en niet of we ermee kunnen windowdressen of geld aan verdienen. Kennen we elkaars werkveld niet goed genoeg? En is dat eigenlijk wel noodzakelijk?
Zonder in detail te treden, durf ik te stellen dat het ontwikkelen van een applicatie, ondanks goede bedoelingen en steun vanuit diverse benodigde disciplines, in alle fases van het traject kan stranden.
In mijn ervaring schetst de software-aanbieder vaak een té positief beeld van een digitaal zorgidee. In de zorg heb je een voorbeeldfunctie. Je wilt toonaangevend zijn. Daar waar het kan, nodig of wenselijk is, moet jij als eerste dit idee willen aanbieden aan de zorgontvanger.
In de praktijk bleek in beide projecten een realistischer beeld nodig. De ontwikkelaar bouwt naar mijn mening een te generiek raamwerk. Functioneel gezien werkt dit net niet prettig genoeg. Nu moet iedere specifieke MUST HAVE weer gewikt en gewogen worden, mankracht ingezet en financiën vrijgemaakt.
Ik heb het mij als patiënt nooit gerealiseerd dat ieder specialisme logistiek anders in elkaar steekt. Inmiddels is mij in het werkzame (zorg)leven duidelijk geworden dat je applicaties niet gewoon kunt kopiëren en plakken.
Ben ik te ondoordacht of naïef? Heb ik mij niet genoeg ingelezen en/of voorbereid? Raakt het motto dat mij goed past, ik heb het nog niet eerder gedaan maar denk dat ik het wel kan, nu het plafond en kan ik deze projecten geheel niet dragen? De waarheid ligt in het midden.
Hoe moet het nu verder? Wordt het doorgaan of stoppen? Doorgaan behoeft in de praktijk vaak een enorme nieuwe investering, zonder garanties.
Hang ik de applicatie, net als ik met mijn racefiets gedaan heb, aan de haak, dan voelt het voor mij als een persoonlijk falen. Want hoe meer weerstand ik krijg, hoe harder ik mijn spieren in plaats van mijn hersenen gebruik.
Op naar het tweede motto dat mij goed past: to the unknown future!