AI in de langdurige zorg: van inzicht naar toepassing
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
Met de grote aandacht die AI nu ook binnen de langdurige zorg krijgt, lijkt soms het risico te bestaan dat AI altijd als oplossing gezien wordt. De praktijk is echter complexer. AI voegt alleen waarde toe binnen de zorg als het aansluit op de workflow binnen een organisatie; als het die workflow ondersteunt en de medewerkers ontlast. De kern is dus uitgaan van de praktijk van de zorgmedewerker, klein beginnen en stap voor stap opbouwen. Een succesvolle toepassing van AI in de langdurige zorg vraagt om een gerichte samenhang tussen mens, proces en technologie.
Net als andere zorgsectoren raakt ook de langdurige zorg gewend aan de toepassing van AI, stelt Wiebe de Boer, technisch directeur van CuraTec - gericht op het optimaliseren van werkprocessen. “In het algemeen zie je wel dat ook deze sector iemand in de organisatie heeft die zich hiermee bezighoudt en zorgt dat het wordt toegepast in processen.”
Hierin ziet De Boer een analogie naar het gebruik van beeld van de cliënt in de langdurige zorg. Het gebruik van de camera als sensor betekent dat een alarm wordt gegeven als de cliënt valt of uit bed komt. Het beeld kunnen bekijken maakt het mogelijk prioriteiten te stellen als er meerdere alarmen tegelijk komen. “In eerste instantie leidde de aanpak tot aversie van medewerkers en familieleden. Maar gaandeweg wonnen de voordelen het van de privacy-gevoeligheden en nu is het gebruik standaard.”
Hetzelfde gaat ongetwijfeld gebeuren met de toepassing van AI in de langdurige zorg, bedoelt hij. “In de huidige toepassing ervan zie je twee categorieën. De ene aanbieder in de langdurige zorg omarmt eerst de AI-toepassingen en gaat dan het beleid er omheen vormen. De andere begint met het organiseren van de toepassing en gaat pas aansluitend over tot daadwerkelijk gebruik. De eerste categorie zien we vooral in de praktijk. Helaas, want in termen van governance is dat natuurlijk niet de beste aanpak. Maar gelet op de grote personeelsproblematiek in de langdurige zorg is het wel begrijpelijk. Alles wat kan helpen, wordt omarmd.”
Peter Broekroelofs, CEO van Carecogni, gespecialiseerd in AI-oplossingen voor de zorg, herkent dit beeld. Hij ziet dat op het moment van de daadwerkelijke toepassing veelal voor een gefaseerde aanpak wordt gekozen.
“Het begint met Copilot en wordt dan verbreed naar HR-vraagstukken of behandelprotocollen”, zegt hij. “Een persoonlijke assistent die het rooster en de cliëntenpopulatie van de medewerker kent, is echt een volgende stap. Op dit moment kan de veelheid aan beschikbare applicaties nog een hindernis zijn voor medewerkers. Dat zal door de ontwikkeling die in die applicaties plaatsvindt simpeler worden en zich vertalen in één scherm dat de status van de cliënt geeft en wat die aan zorg nodig heeft.”
'Zorgvuldigheid in aanpak moet altijd voorop staan'
Data vormen de bron voor het aanpakken van use cases waaraan de meeste behoefte bestaat, stelt Broekroelofs. Het grote voordeel hierbij van een zorgaanbieders in de langdurige zorg, vult De Boer aan, is dat het om data van de eigen cliënten gaat. “De data zijn dus verifieerbaar. De betrouwbaarheid ervan is bekend. Dat is een waardevolle basis voor de praktische benutting ervan.”
Wat daarbij helpt, voegt Broekroelofs toe, is de enorme versnelling die heeft plaatsgevonden in de ontwikkeling van taalmodellen. “Dit heeft het mogelijk gemaakt om de essentie te halen uit grote hoeveelheden ongestructureerde data. Dit is voor veel use cases heel belangrijk. Je kunt er signalen uithalen: ‘deze cliënt heeft meer zorg nodig’, bijvoorbeeld.”
Toch wordt de databeschikbaarheid op dit moment vaak nog beperkt door de beschikbare technische applicaties, meent De Boer. “Juist voor secundair gebruik – voor onderzoek – is die beschikbaarheid essentieel. Dan kun je het inderdaad gaan gebruiken voor beslisondersteuning in de zorg.”
Als dat probleem is opgelost, vervolgt hij, kan AI inderdaad veel structuur in de zorgondersteuning bieden. “Maar ook dan geldt nog dat zorgvuldigheid in aanpak voorop moet staan. Gesprekken gaan al snel over ‘hoe’. Wij stellen dat je moet uitgaan van de organisatie - waar die voor staat - en dat dat daarop ook de governance moet worden gericht. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met de vraag waar de data worden opgeslagen. Veelal is dat nu in een Amerikaanse cloud zoals van Azure. Maar met de discussie over de privacy van data bij Amerikaanse organisaties staat dit wel ter discussie. Hoe dan ook, als de uitgangspunten goed en verantwoord geregeld zijn, kan de zorgaanbieder van daaruit stappen zetten in een AI-toepassing en daarin ook efficiënt opschalen.”
Personele krapte is daarbij een duidelijke use case. Het is waardevol als de beschikbare medewerkers overal inzetbaar zijn op een manier die bij hen past. Kunnen werken met één device is daarin een duidelijke meerwaarde. De Boer: “En dat is precies wat je wil bereiken. Dat device wordt dan het hart van je werkplek. Het zorgt ervoor dat de informatie naar jou toe komt.”
Het is belangrijk dat een zorgaanbieder weloverwogen keuzes maakt in de stappen die ze zet om bij dat doel uit te komen, benadrukt De Boer. “Daar kan die dan ook honderd procent achter staan”, zegt hij. “Het is vooral een kwestie van goed kijken naar werkprocessen en op basis daarvan zoeken naar oplossingen die daarop kunnen aansluiten.”
Hierbij is het ook verstandig de privacy van de medewerker en de cliënt te stellen boven de toegevoegde waarde die een AI-oplossing kan bieden, voegt De Boer toe. “En om geen keuzes te maken die afwijken van wat het best bij je organisatie past, en die verhinderen dat je kunt terugkeren op het pad dat je voor de organisatie in de toepassing van AI aan het uitstippelen bent.”
Die inschatting maken blijft lastig, weet De Boer. “Dat is het voor ons ook. We zeggen wel eens dat we liever niet willen dat klanten naar beurzen gaan. Je loopt het risico dat mensen van een beurs terugkomen met drie devices die dezelfde oplossing bieden voor hetzelfde probleem. Het is natuurlijk op zich goed als mensen enthousiasme en initiatief tonen. Maar het kunnen ook hype-oplossingen zijn, of oplossingen die niet aansluiten op de workflow binnen je organisatie. Die zorgvuldigheid wordt vaak overgeslagen. En dat dwingt ons dan om als leverancier ook achter al die hypes aan te lopen, als de klanten daarom vragen.”
Die zorgvuldigheid in het maken van afwegingen en keuzes zit voor Broekroelofs in wat hij begin with the end in mind noemt. “Dan hou je de rode draad vast”, zegt hij tot slot. “Het gaat erom dat je in het proces van toepassing van AI binnen de zorg mens, proces en systeem op elkaar laat aansluiten. Dan doe je het beste voor je organisatie, je medewerkers en je cliënten.”