De stille revolutie van de ziekenhuis-apotheek
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
Wie ziekenhuisapotheker Gerard Hugenholtz spreekt, merkt het meteen: dit is iemand die niet alleen van zijn vak houdt, maar erdoor gevormd is. “Ik ben altijd een probleemoplosser geweest,” zegt hij. “Als kind experimenteerde ik al met mijn scheikundedoos, mengde stoffen, maakte buskruit en wilde begrijpen waarom dingen werkten zoals ze werkten.” Die nieuwsgierigheid groeide uit tot een loopbaan in de ziekenhuisfarmacie.
Ruim drie jaar ken ik mijn collega Gerard Hugenholtz. Tijdens onze eerste ontmoeting in 2023 benadrukte hij het belang van een nieuwe robot voor de ziekenhuisapotheek. Wie nu het Utrechtse ziekenhuis Diakonessenhuis binnenloopt, ziet dat die robot inmiddels onmisbaar is geworden.
Ik ben zeer benieuwd naar de visie van deze scherp denkende ziekenhuisapotheker. Al snel vertelt hij dat zijn kijk op zorg pas echt veranderde toen hij zelf patiënt werd. “Dan zie je de kwetsbaarheid van het systeem. Je ervaart hoe afhankelijk je bent van de juistheid van informatie en de zorgvuldigheid van processen. Dat heeft mijn drive om medicatieveiligheid van voorschrijven tot toedienen en overdracht naar de thuissituatie te verbeteren alleen maar groter gemaakt.” Hugenholtz heeft ruime ervaring en hecht veel waarde aan de kracht van het werken in teams en werkt met plezier samen met andere professionals. Met zijn ervaring in de GGZ en de ziekenhuissector zet hij zich ook in digitaliseringsprojecten. Met robotisering en digitalisering zal volgens hem de zorg veranderen.
De komst van robot is zowel een kwaliteitsslag als een middel om het groeiende personeelstekort op te vangen, benadrukt Hugenholtz. “Er zijn steeds meer ouderen”, zegt hij. “En dat merk je dagelijks in het ziekenhuis.” Oudere patiënten krijgen vaak meerdere aandoeningen, gebruiken meer medicatie, vaak in complexe combinaties. De kans op interacties, bijwerkingen en fouten neemt toe.
Tegelijkertijd krimpt de beroepsgroep van apothekersassistenten en verpleegkundigen. “Als we blijven werken zoals we altijd hebben gedaan, loopt het systeem vast. We hebben simpelweg niet genoeg mensen om de toenemende zorgvraag op te vangen. Daarom moeten we slimmer werken.” Hugenholtz ziet dat dagelijks in de praktijk. De nieuwe bereidingskasten voor cytostatica van het Diakonessenhuis zijn recentelijk vervangen door exemplaren met een scherm. Dit is een belangrijke eerste stap, waardoor het ziekenhuis in de nabije toekomst het gehele proces van het voorschrijven tot en met het toedienen van cytostatica volledig gedigitaliseerd zal hebben.
Voor Hugenholtz is dat precies waar digitalisering en robotisering om draait: niet om mensen te vervangen, maar om ze te ontlasten. “Technologie neemt het repetitieve en risicovolle werk over, zodat wij ons kunnen richten op wat echt waarde toevoegt: klinisch meedenken, risico’s signaleren en patiënten begeleiden.”
Wie de moderne ziekenhuisapotheek binnenloopt, ziet geen rijen assistenten die doosjes sorteren. In plaats daarvan staan er robots die medicatierollen vullen, kant-en-klare spuiten bereiden voor de verpleging, verpakkingen controleren en elke stap digitaal vastleggen. “Een robot wordt niet moe, raakt niet afgeleid en maakt geen rekenfouten”, zegt Hugenholtz. “Dat klinkt simpel, maar het is precies wat medicatieveiligheid nodig heeft. Bovendien is met robotisering elke stap in het medicatieproces traceerbaar. Dat is cruciaal voor terugroepacties of kwaliteitscontroles.”
Robotisering is echter nooit alleen een technische ingreep. “Je moet werkprocessen opnieuw ontwerpen, teams meenemen en anders gaan denken. De grootste verandering zit niet in de robot, maar in de manier waarop we werken.”
Naast robotisering is digitalisering van gegevensuitwisseling minstens zo belangrijk. De afgelopen 15 jaar heeft het Diakonessenhuis alle losse programma’s die onderdelen waren van het medicatieproces geïntegreerd in het overkoepelende ziekenhuissysteem, waardoor de overdracht binnen het ziekenhuis goed verloopt.
“Medicatieoverdracht vanuit de eerste lijn naar het ziekenhuis en na ontslag weer terug is nog steeds een kwetsbaar punt”, zegt Hugenholtz. “Patiënten gaan van huisarts naar specialist, van ziekenhuis naar verpleeghuis, en overal worden andere systemen gebruikt.” Het gevolg: incomplete medicatielijsten, dubbelingen, interacties die niet worden gesignaleerd. “De afgelopen jaren hebben we enorme stappen gezet met landelijke standaarden en betere koppelingen. Maar we zijn er nog niet. Pas als alle schakels in de keten dezelfde taal spreken, kunnen we echt veilig werken.”
In de zorg zijn vaak meerdere zorgverleners betrokken bij één patiënt: huisarts, medisch specialist, ziekenhuisapotheker, openbaar apotheker, wijkverpleging en vele anderen. Een actueel en volledig medicatieoverzicht ontbreekt meestal. Dit leidt regelmatig tot incidenten: volgens landelijke cijfers veroorzaken medicatie-incidenten wekelijks zo’n 1.200 ziekenhuisopnamen, waarvan een aanzienlijk deel voorkomen kan worden met betere gegevensuitwisseling.
Om dit structureel op te lossen is enkele jaren geleden het landelijke Programma Medicatieoverdracht gestart. Kern hiervan is één actueel medicatieoverzicht voor alle betrokken zorgverleners. Dit project bouwt Voort op het Landelijk SchakelPunt (LSP), waarbij zorgverleners eigenlijk alleen konden inzien welke medicatie het laatste half jaar was afgeleverd.
Volgens Hugenholtz wordt de ziekenhuisapotheker steeds meer een datagedreven zorgprofessional in een breed zorgnetwerk. “De tijd dat we alleen binnen de muren van het ziekenhuis werkten, ligt ver achter ons. We zijn onderdeel van een keten die loopt van huisarts tot wijkverpleging, van verpleeghuis tot openbare apotheek.”
Die ketenrol wordt steeds belangrijker nu patiënten vaker wisselen tussen zorginstellingen en thuiszorg. “Een patiënt met een complexe medicatieregeling beweegt continu door het zorglandschap. Als ziekenhuisapotheker moet je zorgen dat de medicatie-informatie meebeweegt, klopt en actueel blijft. Dat vraagt samenwerking, standaardisatie en digitale verbindingen.”
Hij vat het kernachtig samen: “Medicatieveiligheid stopt niet bij de ziekenhuisdeur. Het is een ketenverantwoordelijkheid – inclusief van patiënten. En digitalisering maakt het eindelijk mogelijk om die verantwoordelijkheid echt waar te maken.”
Waar robotisering fysieke processen automatiseert, richt AI zich op het denkwerk. “AI vervangt de apotheker en de dokter niet, maar versterkt hem. Het is alsof je een extra collega hebt die miljoenen datapunten kan analyseren in een fractie van een seconde.”
AI helpt onder meer bij:
Met data en AI kunnen therapieën steeds beter worden afgestemd op de individuele patiënt. Voor veel patiënten voelt het misschien alsof er meer technologie tussen hen en de zorg komt, maar volgens Hugenholtz is het precies andersom. “Technologie haalt ruis weg. Daardoor ontstaat juist meer ruimte voor menselijk contact.”
Hoe ziet de toekomst eruit? Hugenholtz schetst een helder beeld. “Over tien jaar is de ziekenhuisapotheek grotendeels gerobotiseerd en vormt zij een integraal onderdeel van het zorgnetwerk. Medicatiebereiding, distributie en controle verlopen automatisch. AI ondersteunt bij klinische beslissingen. Medicatiegegevens zijn volledig gestandaardiseerd en overal beschikbaar. De apotheker is vooral een klinisch expert die meedenkt met artsen, risico’s signaleert en patiënten begeleidt.”
Zijn persoonlijke motivatie blijft daarbij leidend. “Ik ben apotheker geworden omdat ik wilde begrijpen hoe dingen werken. Ik ben digitaliseringsvoorvechter geworden omdat ik heb gezien wat er mis kan gaan als processen niet kloppen. En ik blijf me inzetten omdat ik weet hoeveel verschil het maakt voor patiënten.”
Hij besluit met een glimlach: “Digitalisering en robotisering zijn geen bedreiging voor het vak. Ze zijn een bevrijding. Ze geven ons de ruimte om te doen waar we als apothekers het beste in zijn: zorgen dat elke patiënt de veiligste en best passende medicatie krijgt. Dáár zit de echte waarde.”
Het Diakonessenhuis in Utrecht, Zeist en Doorn is een opleidingsziekenhuis met een uitgesproken ambitie. Het ziekenhuis werkt nauw samen in het regionale netwerk van zorg en welzijn. Technologie wordt ingezet om zorg veiliger, persoonlijker en toekomstbestendiger te maken. Het ziekenhuis investeert in robotisering, digitalisering en AI. De ziekenhuisapotheek speelt hierin een belangrijke rol.