De teloorgang van een essentiële informatiestandaard in de zorg
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
Digitalisering van de zorg in Nederland wordt veel te vaak losgezongen van het inhoudelijke zorgproces. Het is eerder instrumenteel dan het fundament van een duurzame wijze van denken en doen in de zorg. In dit artikel willen we deze ontkoppeling illustreren met onze ervaringen met de verpleegkundige eOverdracht, in de hoop een broodnodig leereffect te bewerkstelligen.
In Nederland ligt de focus in de zorg vaak exclusief op de (be)handeling door artsen in ziekenhuizen en huisartsenpraktijken. Wat we vaak vergeten, is dat het grootste deel van de zorg wordt verleend door verpleegkundigen. Of dat nu in het ziekenhuis, de huisartsenpraktijk of bij de patiënt thuis is. Als we de zorg echt willen transformeren, moet dit besef indalen en is het essentieel dat het digitale landschap deze beroepsgroep maximaal faciliteert om hun vak naar beste kunnen uit te voeren. Bovendien hebben patiënten terecht verwachtingen over informatievoorziening en meedenken in hun eigen behandeling, waarbij de ondersteuning bij uitstek een verpleegkundige activiteit is. Een visie van veertig jaar oud, maar een onvoltooide missie.
De noodzaak voor digitale ondersteuning is niet nieuw. In 1984 verscheen het boek ‘Using Computers in Nursing’, waarin het idee van een nursing minimal dataset werd geformuleerd: de minimale set aan gegevens die verpleegkundigen altijd (digitaal) moeten overdragen bij een overgang van zorg.
Dertig jaar later, in september 2015, werd in Nederland versie 1.0 van de informatiestandaard eOverdracht officieel gepubliceerd door Nictiz en de V&VN. Dit markeerde het moment voor de eerste landelijke verpleegkundige overdrachtsstandaard.
Echter, ruim tien jaar later – ondanks de enorme inzet van individuen en partijen en de besteding van een forse hoeveelheid publieke middelen – is de verpleegkundige eOverdracht (nu versie 4.X) nog steeds niet in haar volle omvang geïmplementeerd en in gebruik. Met de komst van de verplichte European Patient Summary (EU PS) en het standpunt van EPD-leveranciers in de medisch specialistische zorg (dat zij alleen gaan investeren in de EU PS), is de trieste vraag gerechtvaardigd of dit überhaupt nog zal gebeuren.
Dit falen staat niet op zichzelf. In 2021 constateerde de OECD in haar rapport ‘Toward an integrated health information system in the Netherlands’ dat de fragmentatie in Nederland een design feature is. Hoewel dit de landelijke samenwerking en datastandaardisatie niet per definitie in de weg staat, maakt het gecoördineerde, nationale beleidsmaatregelen, wetgeving, prikkels en governance-mechanismen om gezamenlijke doelen te bereiken onmisbaar en onomkoombaar.
Onze analyse toont aan dat in de afgelopen tien jaar precies die noodzakelijke elementen ontbraken om in dit gefragmenteerde systeem een veilige en betrouwbare elektronische verpleegkundige overdracht te realiseren. Het ontbreken van gecoördineerd beleid is de kern van het probleem, waarbij de VIPP-regelingen hopeloos gefaald hebben doordat elke sector haar eigen doelen had na te streven.
De onderliggende oorzaken voor deze teloorgang zijn veelvoudig en hebben een samenhang. We benoemen de essentiële faalfactoren aan de hand van het interoperabiliteitsmodel van Nictiz (het vijflagenmodel), wat een structuur biedt om de tekortkomingen te duiden:
Daarnaast zijn ook in wet- en regelgeving (zoals de WEGIZ en AMvB) en beheer essentiële faalfactoren aan te wijzen. Denk hierbij onder andere aan de vertragingen van inwerktreding van de AMvB, waardoor de noodzakelijke druk op partijen keer op keer werd uitgesteld.
Terugkijkend op het proces van implementatie van de verpleegkundige eOverdracht, hebben we veel maatschappelijk geld verbruikt zonder dat het aantoonbaar rendement heeft opgeleverd. De kern van de teloorgang is de fragmentation by design en het ontbreken van gezamenlijke focus.
In het artikel van de hand van Stijn Bruls ‘Timing en tandwielen van succesvolle gegevensuitwisseling’ (ICT&health april-mei 2026) wordt ook ingezoomd op de ‘historische fragmentatie’ in de zorg als belemmering voor succesvolle gegevensuitwisseling. Op basis van onderzoek naar het Met Spoed Beschikbaar-programma wordt aangegeven dat het ontbreken van dominante (landelijke) partijen die gegevensuitwisseling afdwingen, regionaal begrip kweken en tandwielen synchroniseren een uitdaging is. Wij onderschrijven het belang hiervan als een noodzakelijke voorwaarde, maar onze ervaring met de eOverdracht in de koploperregio's laat zien dat het geenszins een voldoende voorwaarde voor succes is.
Cruciaal voor succes is dat digitalisering en inhoud weer als een onverbrekelijke samenhang wordt gezien. Dit is een wake-up call met gevolgen voor en een directe oproep aan:
Als we de digitale transformatie van de zorg serieus nemen, moeten we erkennen dat het faciliteren van de verpleegkundige beroepsgroep een essentiële basis is. Een nadere analyse van de dreigende teloorgang van de verpleegkundige eOverdracht moet bijdragen aan een leereffect voor de toekomst.
Wat hadden we kunnen doen: zonder strakke coördinatie met doorzettingsmacht, ook naar leveranciers, heeft het geen zin, dus de boel op orde voor de start. Vanuit VWS en de betrokken koepels moeten we bij een volgende poging tot netwerkzorg hiervoor zorgen aan de start en voor alle lagen. Laten we ons niet meer laten verleiden tot pogingen vanuit goede intenties van een deel van het gefragmenteerde landschap.