Jan’s blik op samenleven, digitalisering en vakmanschap
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
Als lid van de redactieraad kijk ik elke zes weken uit naar de nieuwe editie van ICT&health. Het is een klein ritueel: ’s avonds op de bank, even weg uit de hectiek van de dag, bladeren door verhalen over innovatie, digitalisering en de toekomst van de zorg. Maar het blad blijft nooit lang in mijn huis. Steevast gaat het daarna door naar mijn schoonvader Jan (82).
Waar ik de artikelen eruit haal die voor mijn werk relevant zijn, leest Jan álles. Net zoals hij elke dag het NRC van voor naar achter doorneemt - de kranten liggen in stapels van de afgelopen week op de keukentafel en naast zijn stoel in de woonkamer. Wanneer we elkaar zien, begint Jan vaak over de grote gezondheidszorg-
opgave, een artikel uit ICT&health, of iets wat hem is opgevallen in het nieuws. Met zijn brede interesse is Jan op de hoogte van vele actualiteiten waarover hij veelal een mening heeft.
Jan is mijn schoonvader, of zoals onze kinderen zeggen: ‘opa Jan’. Tijdens een bezoek aan Jan in Nijmegen besluit ik dat het tijd is voor iets anders: niet hem laten reageren op wat hij leest, maar zijn perspectief centraal zetten. Ik stel voor om hem te interviewen en er een artikel over te schrijven. Het hoofdthema: Jan’s blik op digitalisering in de samenleving en de zorg.
Jan is opgeleid in Delft als werktuigbouwkundige en studeerde daarnaast bedrijfskunde. Het grootste deel van zijn werkzame leven bracht hij door bij Philips, waar techniek, innovatie en mensgericht denken samenkomen. Hij woont inmiddels veertig jaar in hetzelfde huis in Nijmegen.
“Ik ben de oudste van negen kinderen,” vertelt hij. “Daarna ging ik studeren en woonde ik met 15 andere studenten. Toen ik trouwde met Theda hadden we de reuring van een gezin. Maar toen de kinderen uit huis gingen en Theda drieënhalf jaar geleden overleed, werd het stil. Te stil.”
“Ik hecht aan de ruimte van mijn huis, de garage, mijn tuin, mijn buurt”, vervolgt Jan. “Ik wil hier blijven wonen. Maar ik miste de geluiden in huis. Daarom verhuur ik nu de bovenverdieping aan Sophia, een studente uit Italië. Het gerommel in huis vind ik een heerlijk geluid.”
Het illustreert mijn wijze schoonvader. Hij gelooft in actief blijven, voor zichzelf zorgen en sociale contacten onderhouden. Hij verwijst naar de Netflix-serie ‘Live to 100: Secrets of the Blue Zones’. Deze serie probeert een antwoord te geven op ‘wat kunnen we leren van de plekken waar mensen gezond oud worden?
De mensen in Blue zone-gebieden werken in hun tuin, hebben hun sociale netwerk en werken aan een doel in hun leven. Het gaat daar om eenvoud, beweging en gemeenschapskracht. Zelf werk ik graag in de tuin, vertelt Jan. “Door mijn cva gaat dit wat trager en langzamer, toch geniet ik er enorm van.” Dan zegt hij lachend: "We moeten het ook nog hebben over digitalisering, toch?”
Digitalisering is voor Jan geen bedreiging. Hij kijkt ernaar met een bedrijfskundige blik: technologie moet dienen, niet domineren. Het moet aanvullend zijn op de sociale structuur die er al is. Als je kijkt naar de blue zone-regio’s, dan is de kunst om de essentie van deze regio’s, de sociale infrastructuur, vast te houden.
Hij haalt een voorbeeld aan van zijn vrouw Theda, enkele jaren geleden. “Mijn vrouw moest geregeld naar het ziekenhuis en had afstemming met diverse artsen. Perfect was de verbinding die zij maakte met het ziekenhuis via de iPad. Het was eenvoudig, duidelijk, menselijk. Dat is digitalisering zoals het bedoeld is: het maakt iets makkelijker, niet ingewikkelder. En dienend. Het sloot aan op ons gewone leven en zo nu en dan was er contact met de mensen van het ziekenhuis.”
Tenminste, totdat het systeem van het ziekenhuis een update kreeg en niet meer toegankelijk was voor de IPad. Jan hierover: “Ik vermoed dat geen softwareontwikkelaar zich dit heeft gerealiseerd in het ziekenhuis. Natuurlijk hebben we dit issue opgelost, toch zie je hierin dat niet altijd de menselijke maat als vertrekpunt wordt genomen.”
'Niet alles in het leven is te programmeren'
Als we volgens Jan niet oppassen, slaat digitalisering door zonder dat we voor ogen hebben welke problemen we oplossen. Over vijf jaar blijkt misschien dat veel van die technologie een bubbel was: te duur, niet oplossend, en de echte problemen blijven bestaan. De investeringen zijn dan al gedaan, maar de opbrengst is beperkt.
“Een vergelijkbare zorg heb ik over de veelheid van data die we verzamelen en opslaan. Maar welke data willen we echt gebruiken? Hoe zorgen we ervoor dat de input betrouwbaar is? Als je diagnostiek of besluitvorming baseert op slechte data, gaat het mis. In de gezondheidszorg is juist dat heel belangrijk. Kortom, om de juiste balans te vinden, vind ik dat we onszelf moeten blijven afvragen: welk probleem wil je oplossen?”
De eigen capaciteit en kwaliteit van mensen, vakmensen, werd volgens Jan bij zijn werkgever Philips volop benut. Hij leerde de effectiviteit van het werken in een klein kernteam met professionals - gedreven door nieuwsgierigheid en verantwoordelijkheid.
“Ik werkte in een tijd waarin techniek tastbaar was. Je kon een apparaat openmaken, begrijpen hoe het werkte, en het repareren. Niet omdat het simpel was, maar omdat het begrijpelijk was. Dat is een nuance die we in de digitale tijd soms vergeten. Waar technologie vroeger een verlengstuk van menselijke vaardigheid was, lijkt het nu steeds vaker een laag die tussen mensen in komt te staan. Op zich hoeft dit niet erg te zijn, wel vind ik dat kritisch moeten zijn: wordt het er beter van? En vooral: voor wie doen we dit?”
“Ik geloof wel in de kracht van vakmensen, zoals verpleegkundigen”, vervolgt Jan. “In essentie zijn zij de stam waarop een belangrijke basis van de gezondheidszorg is gebouwd. We onderschatten het vakmanschap. Mijn devies aan organisaties is: geef vakmanschap ruimte en vertrouwen en benut hun talenten.”
In een artikel van ICT&health enkele maanden geleden, las hij een interview over het Zuyderland ziekenhuis. In dat ziekenhuis heeft de verpleegkundige een belangrijke stem bij de besluitvorming. Een verpleegkundige verstaat het vak, weet wat het is om verantwoordelijk te zijn voor de kwaliteit van de zorg en begrijpt de operationele processen. “Ik vind dit een hele mooie ontwikkeling en hiermee verbind je vakmanschap met technologie.”
Jan’s overtuiging zit in de kracht van ‘zelf doen als het kan’, in het klein, in de eenvoud en met elkaar. “Daarom inspireren mij de Bluezones, ik geloof in vakmanschap als belangrijke basis en de ontwikkelingen op het gebied van technologie kunnen dit versterken. Ik maak me er wel zorgen over hoe de mensen steeds meer tijd achter schermen doorbrengen, de communicatie wordt vluchtiger waarmee de aandacht versnipperd raakt. Je leert elkaar toch beter kennen door echt samen te werken, samen dingen te doen en elkaar te ontmoeten en niet door elkaar berichten te sturen.”
Als ik vraag naar zijn belangrijkste levensles zegt Jan gevat: “Nu ik zelf 82 ben, denk en kijk ik ook anders, simpelweg omdat ik bepaalde fases van -geluk, trouwen, kinderen, verlies, verdriet, kansen en afscheid nemen - heb meegemaakt. Belangrijk is dat we oog blijven houden voor elkaar. Het loopt vaak toch weer anders dan dat je had verwacht, want" - voegt hij overpeinzend toe: “Niet alles in het leven is te programmeren.”
Tijdens het interview worden we kort onderbroken door Sophia, de studente die op de bovenverdieping van zijn huis woont. Het is inmiddels half 10 ’s avonds en Sophia wenst hem goede nachtrust. Verrast ben ik door het ritueel. Om de beurt zeggen ze goede nacht invijf talen: ‘Goede nacht, slaap lekker: a good night’s sleep, eine gute Nachtruhe, una buona notte di sonno en una buena noche de sueno’. Het is mooi om deze interactie van nabij te mogen meemaken.