ePatch en Cardiologs: hulp of nog meer datadruk in de zorg?
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
“We zijn eigenlijk van de walkman naar Spotify gegaan, maar dan voor het hartritme”, zegt cardioloog van het Martini Ziekenhuis, Robert Tieleman. In het Martini Ziekenhuis werken ze inmiddels ruim een jaar met de ePatch van Philips die hartritmes registreert. Klein, licht en draadloos, maar met grote gevolgen voor hoe cardiologen werken en patiënten hun dagelijks leven ervaren. Minder ziekenhuisbezoeken, meer bewegingsvrijheid en een berg extra data. Toch leidt dat tot een volgende vraag: wordt de zorg hier echt beter van, of vooral drukker met al die extra data?
Zonder aarzelen beantwoordt Tieleman de vraag dat de inzet van de ePatch op alle fronten een geweldige uitkomst is. In de eerste plaats is de slimme pleister van Philips veel comfortabeler voor de patiënt: “De traditionele holtermonitor, een kastje om de nek, verbonden met elektroden op de borst, was jarenlang de norm. Je moest het 24 uur bij je dragen. Het werkte, maar comfortabel was anders. Mensen slapen er slecht mee, kunnen niet douchen, en voelen zich ook continu patiënt”, vertelt Tieleman. “Dat beïnvloedt ook hoe ze zich gedragen en dus ook wat je meet.” De nieuwe pleister doorbreekt dat patroon. Patiënten plakken hem zelf op en kunnen vervolgens vrijwel alles doen wat ze normaal ook doen. Die vrijheid blijkt niet alleen luxe, maar ook een voorwaarde voor betere zorg. Want hoe natuurlijker het gedrag, hoe betrouwbaarder de data volgens Tieleman: “Mensen vergeten soms dat ze hem dragen. En dat is precies wat je wilt. Het levert een realistischer beeld op van het hartritme in het dagelijks leven, en niet in de kunstmatige setting van een ziekenhuisdag.”
Minstens zo belangrijk is de duur van de meting. Waar een traditionele holter meestal 24 uur registreert, blijft de pleister vijf dagen zitten. Dat verschil lijkt klein, maar is volgens Tieleman klinisch zeer relevant. “De kans dat je een ritme-
stoornis vastlegt, wordt gewoon veel groter”, legt Tieleman uit. “We hoorden vroeger vaak: ‘ik kreeg klachten net nadat het kastje eraf was’. Dat probleem heb je nu veel minder. Meer meettijd betekent meer data en daarmee een completer beeld. Dat helpt bij het stellen van een nauwkeurigere diagnose en het kiezen van een behandeling die beter aansluit bij de patiënt.” In theorie leidt dat tot betere uitkomsten en in de praktijk merkt Tieleman vooral dat hij patiënten gerichter kan geruststellen of dat hij juist sneller kan ingrijpen.
De positieve impact van de ePatch zit niet alleen in wat er wordt gemeten, maar ook in hoe het proces is ingericht. De pleister wordt per post verstuurd, de patiënt brengt hem zelf aan en stuurt hem na afloop terug. Daarmee verdwijnen er sowieso al twee ziekenhuisbezoeken uit het traject. “Dat scheelt tijd, kosten en gedoe. Voor patiënten en voor cardiologen”, zegt Tieleman. “Vooral voor mensen die verder weg wonen of minder mobiel zijn, is dat een groot voordeel. Maar ook binnen de muren van het ziekenhuis telt het mee. Het is minder druk op poliklinieken, er is minder logistiek en er zijn minder medewerkers nodig om apparaten aan te sluiten en weer af te nemen.”
In een tijd van arbeidskrapte is dat geen detail, maar een doorslaggevend argument. Toch zit de echte versnelling aan de ‘achterkant van het proces’: de analyse van de data. De data van de pleister worden uitgelezen met behulp van AI-software van Philips, Cardiologs, die patronen herkent en afwijkingen markeert. Dat verandert het werk van de holteranalist ingrijpend. “In dezelfde tijd waarin je vroeger data van één dag analyseerde, kun je nu de data van vijf dagen bekijken”, aldus Tieleman. “Dat betekent niet dat collega’s in het ziekenhuis overbodig worden. Integendeel. AI helpt ons enorm, maar we blijven altijd controleren of het klopt. Het is ondersteuning, geen vervanging.” Die nuance is belangrijk, zeker in een vakgebied waar beslissingen directe gevolgen hebben voor behandeling en medicatie.
De efficiëntiewinst is wel degelijk zichtbaar. Het ziekenhuis kan meer patiënten monitoren met hetzelfde team. “We hebben zelfs iemand die uit ons team vertrok niet hoeven vervangen”, vertelt Tieleman. Tegelijkertijd benadrukt hij dat het geen wondermiddel is. De analyse zelf is sneller, maar het totale proces, van registratie tot rapportage, kost nog steeds tijd. “Het is niet zo dat we ineens tien keer zoveel patiënten zien”, zegt hij. “Maar het is wel duidelijk efficiënter. En misschien nog belangrijker: het werk wordt overzichtelijker. De software helpt om snel tot de kern te komen, zonder dat elke seconde aan data handmatig hoeft te worden doorgespit.”
Daarmee komen we bij een cruciale vraag: als je meer data verzamelt, ga je dan ook meer afwijkingen vinden? En leidt dat niet tot overdiagnostiek en dus tot extra druk op de zorg? Tieleman begrijpt die zorg, maar plaatst hem in perspectief. “Meer data zijn alleen een probleem als je geen duidelijke hulpvraag hebt”, legt hij uit. In sommige patiëntgroepen, zoals mensen die een beroerte hebben gehad, is die vraag heel specifiek: is er sprake van boezemfibrilleren of niet? We hebben samen met de afdeling neurologie dan ook vooraf afgesproken dat we alléén kijken naar de betreffende, specifieke data die we willen weten. Zo voorkom je dat je allerlei afwijkingen gaat rapporteren die in dit geval geen klinische betekenis hebben. De rest van de data blijft beschikbaar, maar wordt alleen bekeken als daar aanleiding voor is, bijvoorbeeld bij klachten.”
'Cardiologs is de echte versnelling'
Het is een vorm van discipline die volgens Tieleman essentieel is in een tijdperk van overvloedige data. Niet alles wat je kunt meten, is relevant. En niet alles wat afwijkt, is een probleem. “Je moet voorkomen dat je de patiënt onnodig ongerust maakt met bevindingen die er eigenlijk niet toe doen, ook al zou je de resultaten met de ePatch en Cardiologs wel kunnen inzien.”
De voordelen van de pleister in het Martini Ziekenhuis reiken verder dan de afdeling cardiologie alleen. Ook in de neurologie verandert de werkwijze. Patiënten die worden opgenomen met een beroerte krijgen direct een pleister opgeplakt, die vijf dagen blijft zitten. “Dat betekent dat bij de betreffende patiënten die eerder naar huis gaan, toch ook gewoon de metingen doorlopen. De ePatch maakt daarmee continue monitoring mogelijk, zonder dat patiënten vastzitten aan een ziekenhuisbed of aan bewakingsapparatuur. Bijvangst is dat we minder piepjes, minder onterechte alarmen en meer rust op de afdeling hebben”, zegt Tieleman. Voor verpleegkundigen en patiënten is dat een merkbaar verschil. Ook hier geldt: minder technologie in zicht, maar meer informatie op de achtergrond. De data worden later geanalyseerd, gericht op de vraag die op dat moment relevant is. En alleen als daar iets uitkomt wat verder moet onderzocht, komt er een vervolgonderzoek.
De vergelijking met de walkman en Spotify is dan ook treffend. Waar vroeger een apparaat nodig was om data op te nemen en af te spelen, past nu alles op een kleine chip in één pleister. Die technologische sprong maakt nieuwe vormen van zorg mogelijk, maar stelt ook nieuwe eisen. Volgens Tieleman ligt de toekomst niet zozeer in nóg meer meten, maar in beter filteren. “We krijgen steeds meer apparaten die van alles registreren: hartslag, beweging, temperatuur. Maar als je al die data ongefilterd aan een arts geeft, is het niet werkbaar. En daarin ligt een rol voor AI. Niet als eindbeslisser, maar als voorselectie. Een systeem dat relevante signalen eruit haalt en de rest weg filtert. Het gaat er dus niet om dat we alles willen weten. Het gaat erom dat we het juiste weten, op het juiste moment”, stelt Tieleman.