Van Netwerkintake naar landelijke netwerkzorg
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
De druk op de ggz neemt al jaren toe: meer psychische klachten, personeelstekorten, oplopende wachtlijsten en stijgende zorgkosten. Duurzame oplossingen liggen niet alleen in méér behandeling, maar vooral in betere samenwerking, meer eigen regie voor cliënten en een bredere blik op herstel. Vanuit die gedachte werken UMC Utrecht, Reinier van Arkel, GGzE en Minddistrict samen aan een digitaal ondersteunde vorm van netwerkzorg. Het consortium ontwikkelt een toolkit én implementatieaanpak die het concept Netwerkintake en digitale ondersteuning samenbrengt in een hybride, landelijk op te schalen werkwijze.
"Netwerkzorg is een bredere beweging die in de hele zorg speelt, maar ook in de ggz", begint Floortje Scheepers, hoogleraar Innovatie en afdelingshoofd Psychiatrie bij UMC Utrecht. "Het gaat over domeinoverstijgende samenwerking. Hoe kun je het sociale domein, de eerstelijnszorg, maar ook informele hulpverleners zoals naasten en vrijwilligers zo laten samenwerken dat er geïntegreerde zorg ontstaat."
De Netwerkintake vormt daarbij het vertrekpunt: de start van het behandeltraject, stelt Scheepers. "Je inventariseert met een cliënt integraal wat de problemen zijn om tot persoonlijke doelen te komen. Die koppelen we aan acties en monitoring. Die acties kunnen ook e-health modules in Minddistrict zijn voor zelfmanagement, of psycho-educatie voor de cliënt of diens naasten. Zo ben je minder geneigd om meteen de professional in de lead te zetten en medisch te interveniëren, maar kijk je eerst wat hybride of helemaal digitaal kan, of misschien thuishoort in een heel ander domein."
Daarmee verschuift de rol van de zorgprofessional. Niet langer is de behandelaar automatisch degene die alle oplossingen aandraagt. De cliënt houdt de regie, terwijl naasten, ervaringsdeskundigen en professionals ieder vanuit hun eigen rol bijdragen aan het herstelproces.
De Netwerkintake van UMCU wordt binnen verschillende organisaties al toegepast en onderzocht. "We zien duidelijke verbeteringen", zegt Scheepers. "Patiënten en naasten ervaren dat er veel meer naar hun verhaal wordt geluisterd. Ze krijgen meer begrip voor wat er speelt, ervaren meer regie en waarderen dat er ook naar oplossingen buiten medische interventies wordt gekeken. Ook professionals zijn meer tevreden." Eerdere analyses wijzen bovendien op de mogelijkheid van lagere zorgkosten wanneer herstel duurzamer wordt ondersteund.
Vanuit dit inzicht en de al langer bestaande samenwerking tussen UMCU en e-health platformaanbieder Minddistrict ontstond de ambitie om een bewezen werkwijze op grotere schaal toe te passen, vertelt Barry Meesters, Director Growth & Partnerships bij Minddistrict. "E-health is bij uitstek geschikt om mensen meer zelfregie te geven. We waren er al vrij snel uit dat we deze vraag samen wilden beantwoorden, ook omdat we als Minddistrict veel ervaring meebrengen uit de ggz."
Volgens Hine van Os, AIOS, assistant professor en projectcoördinator, is het met digitale ondersteuning activeren van het netwerk rondom de cliënt een essentieel onderdeel van het project dat eind 2025 uit de ambitie voortkwam. Inmiddels was de samenwerking verbreed met ggz-aanbieders Reinier van Arkel en GGzE.
Doel van het project is onder meer het ontwikkelen van een toolkit met e-health modules die netwerkzorg en meer zelfregie voor de cliënt ondersteunen, vertelt Van Os. “Maar net zo belangrijk is het ontwikkelen van breed toepasbare implementatiestrategieën die digitale onderdelen integreren in reguliere ggz – hybride zorg - waarbij we rekening houden met verschillen tussen ggz-aanbieders.”
Digitalisering is daarbij een middel tot een doel, benadrukt Meesters. "Via ons aparte implementatieprogramma WWiser kijken we dan ook naar wat wél en wat níét digitaal ondersteund moet worden. Hoe kom je tot adoptie? Hoe ga je om met weerstand? Die implementatiekennis verweven we in dit project."
Een Netwerkintake moet je bijvoorbeeld juist niet via een digitale checklist afhandelen, vervolgt Meesters. "Het gaat om in samenspraak tot de persoonlijke hersteldoelen komen aan het begin van een behandeling." Pas daarna volgt digitale ondersteuning, bijvoorbeeld voor hersteldoelen, zelfhulpprogramma's, monitoring en samenwerking. Daarmee ondersteunt technologie de zorgtransformatie, in plaats van die te bepalen.
Vanaf het begin zijn cliënten, naasten, behandelaren, ervaringsdeskundigen, managers en andere stakeholders betrokken bij de ontwikkeling van de toolkit en implementatiestrategieën voor Netwerkintake als onderdeel van een hybride behandelproces. "De ontwikkeling hiervan vindt plaats in voortdurende co-creatie", benadrukt Van Os. "Alleen zo kun je e-health modules en implementatiestrategieën ontwikkelen die écht aansluiten bij behoeften en context van eindgebruikers en dus meerwaarde bieden."
Die aanpak bleek na de eerste zes maanden nog meer cruciaal dan vooraf werd gedacht. "We hebben inmiddels een reeks interviews gehouden met patiënten, professionals, artsen, ervaringsdeskundigen en managers", vertelt Van Os. "Daaruit bleek dat implementatiesucces niet alleen afhangt van veel bekende factoren gerelateerd aan de cliënt, professional en organisatie, maar ook waar iemand zich bevindt in zijn of haar persoonlijke hersteltraject, of de precieze behandelcontext binnen een ggz-aanbieder. Dat maakt co-creatie tot een ruggengraat van het project, vormgegeven via zogenaamd participatief actieonderzoek."
Omdat de ggz zo divers is, kiest het consortium voor een iteratieve aanpak die structueel toetst of de toolkit en implementatiestrategie de juiste richting in gaan. "We toetsen voortdurend of wat we ontwikkelen ook aanslaat bij eindgebruikers", zegt Van Os. "Welke factoren leveren voor organisaties, cliënten en professionals waarde op? Zijn we dus de goede kant op aan het bouwen? Het is een complex samenspel van technologische componenten en processen op de werkvloer. Dat kun je niet eerst neerzetten om vervolgens twee jaar lang te meten zonder er iets aan te veranderen."
Die iteratieve werkwijze is niet alleen bedoeld om de toolkit de hele tijd te verbeteren, maar ook om uiteindelijk overtuigend aan te tonen wat de combinatie van netwerkintake en digitale ondersteuning oplevert.
"We willen graag kijken naar de effecten van die combinatie richting cliënten, naasten en de professionals eromheen", vult Scheepers aan. "Leidt dit tot het behalen van de persoonlijke hersteldoelen? Door digitaal te monitoren, kun je die effecten onderbouwen richting zorgverzekeraars, organisaties en cliënten. Allemaal belangrijke thema's in de ggz." Die wetenschappelijke onderbouwing moet volgens het consortium de basis leggen voor brede acceptatie en duurzame opschaling.
Het uiteindelijke doel van het project reikt voorbij de deelnemende organisaties. Vanaf het begin wordt gewerkt aan een gezamenlijke taal, gedeelde implementatiekennis en een aanpak die ook door andere ggz-instellingen kan worden gebruikt. Het einddoel: landelijke opschaling.
"Tot nu toe blijkt dat er ten aanzien van de implementatie-uitdaging veel meer overeenkomsten dan verschillen zijn tussen ggz-aanbieders", zegt Van Os. "Door het bestuderen van de verschillen tussen regio’s, organisaties en teams die er wel zijn, kunnen we straks lessen trekken die ook elders toepasbaar zijn." Zo wil het consortium voorkomen dat succesvolle innovaties na afloop van een project verdwijnen.
Ook Meesters ziet een bredere beweging. "Als we eerder signalen kunnen herkennen en mensen laagdrempelig kunnen ondersteunen in zelfregie, kunnen we op langere termijn veel zwaardere zorg voorkomen. Deze samenwerking kan een eerste stap zijn om secundaire preventie op schaal mogelijk te maken."
Minddistrict kan hier met zijn schaalgrootte en groeiende aanwezigheid als platform bij veel ggz-aanbieders een belangrijke rol in spelen, verwacht Meesters. "We zetten in op een verschuiving van aanpak van ziekte naar een betere gezondheid. Door steeds meer data te verzamelen in ons platform, verwachten we meer gepersonaliseerde zorg te kunnen leveren en zelfs door te kunnen groeien naar een soort early warning-systemen die vroegtijdig ingrijpen mogelijk maken."
Uiteindelijk draaien het project en de uitkomsten volgens Scheepers om duurzamer herstel. "We hopen dat herstel beter aansluit bij wat mensen echt nodig hebben. Dat mensen meer eigen regie ervaren, minder terugvallen en er minder heropnames zijn. Als we zorg meer kunnen afstemmen met het netwerk rondom mensen, dan maken we de ggz uiteindelijk passender."
De komende jaren worden de toolkit en implementatieaanpak verder ontwikkeld, getest en aangescherpt. Tegelijkertijd wil het consortium de opgedane kennis actief delen. Daarom wordt gewerkt aan een lerend netwerk waarin organisaties ervaringen kunnen uitwisselen over digitaal ondersteunde netwerkpsychiatrie.
"We staan heel erg open voor andere organisaties die deel willen nemen aan zo'n lerend netwerk", besluit Van Os. "We willen graag het gesprek aangaan om kennis en ervaring te delen."
In 2025 kende RVO een STOZ-subsidie (Stimuleringsregeling Technologie in Ondersteuning en Zorg) toe aan een consortium van UMC Utrecht, Reinier van Arkel, GGzE en Minddistrict voor het opschalen van digitaal ondersteunde persoonsgerichte netwerkpsychiatrie. Het aanbieden van digitale tools vanuit een e-healthplatform moet helpen met bekrachtiging van cliënten in hun herstelproces van psychische ontregeling, en het activeren van het netwerk van naasten en professionals om hen heen (netwerkpsychiatrie). De Netwerkintake en het hieruit volgende inzicht in iemands verhaal, krachtbronnen en belemmeringen en persoonlijke hersteldoelen, wordt hierbij als uitgangspunt gebruikt.