De Nederlandse zorg staat aan de vooravond van grote veranderingen door AI en andere technologie. Volgens Léon Kempeneers, Managing Director van Philips Benelux, ligt de grootste uitdaging daarbij niet in de technologie zelf, maar in de manier waarop toepassingen worden geïmplementeerd, gevalideerd, opgeschaald en ingebed in de praktijk. De uitkomsten van de Future Health Index 2026* stemmen hem positief.
“Wat we zien in deze editie van de Future Health Index, is dat patiënten en zorgverleners enorm kunnen gaan profiteren van technologie in de zorg, als die op een juiste manier wordt ingezet en omarmd. Natuurlijk zijn er ook nog uitdagingen voor opschaling, maar de signalen die we zien, zijn echt positief voor de patiënt en voor de zorgverlener”, aldus een optimistisch gestemde Kempeneers.
MedTech versterkt zorg
Opschaling vraagt volgens Kempeneers om samenwerking tussen overheid, zorg en bedrijfsleven. Eind vorig jaar werd met zo’n vijftig partijen uit de sector het Groeiplan MedTech opgesteld. Het plan is inmiddels ook omarmd door het Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) en het Ministerie van Economische Zaken. “Dat samenspel heb ik niet eerder gezien, en dat vind ik écht uniek. Het heeft geresulteerd in een visie op MedTech 2035 en een actieplan. Het Groeiplan MedTech gaat niet alleen over welke technologie, maar meer over de ‘hoe’-vraag. Voor de gehele MedTech-sector en overheid vormt dat een heel belangrijk plan en daar werken we vanuit Philips hard aan”, legt Kempeneers uit.
Investeren in MedTech kan volgens hem bovendien het Nederlandse verdienvermogen versterken. “Wat ik merk, is dat we over onze eigen schaduwen heen moeten stappen. VWS en Economische Zaken kunnen ogenschijnlijk een tegenstrijdig belang hebben, maar dat is niet zo. Als je investeert in de Nederlandse MedTech-sector, dan heeft dat een tweeledig karakter. Enerzijds kan het de zorg ontlasten met slimme technologie, maar tegelijkertijd kan het ons verdienvermogen in Nederland versterken. De zorg komt een beetje uit het ‘kostenpost-verdomhoekje’, want de zorgverlening kost natuurlijk heel veel. Juist daarom kan investering in zorgtechnologie ons ook veel opleveren: voor zorgverleners en hun patiënten, maar het kan ook een verdienmodel zijn voor Nederland”, stelt Kempeneers.
Als voorbeeld noemt hij de draagbare sensor van Philips; de ePatch. Patiënten dragen de pleister tot maximaal 14 dagen, waarmee de bekende kastjes die 24 uur moeten worden gedragen tot het verleden behoren. “Het voordeel voor de patiënt is dat we vaker, makkelijker en sneller een hartritmestoornis kunnen opsporen. Daarnaast ondersteunen we de zorgverleners bij hun werk. De technologie genereert niet alleen maar meer data. Het gaat om relevante data. En AI helpt de verpleegkundigen en artsen bij de analyse van die data. Zo betekent ‘meer data’ dus niet ‘meer werk’ voor de zorg, maar juist minder, doordat AI het proces ondersteunt”, legt Kempeneers uit.
Zorgverleners zoeken eigen oplossingen
De praktijk blijft echter achter. Van de zorgverleners gebruikt 63 procent persoonlijke AI-tools wanneer de tools van de werkgever niet aan hun behoeften voldoen. Slechts 47 procent vindt dat de leiding van de eigen organisatie de juiste stappen zet bij de invoering van AI.
“De zorgverleners willen eigenlijk sneller dan de systemen toelaten. En als het er niet is, gaan ze zelf oplossingen zoeken, en dat begrijp ik. Echter, dan krijg je een hele wirwar van goedbedoelde, kleine puntoplossingen. Dat is niet schaalbaar. Schaalbaarheid helpt ook om de kosten te beteugelen. Bovendien is het risico dat je dan oplossingen krijgt die niet of onvoldoende zijn gevalideerd. Voordat iets in de praktijk wordt gebruikt, moet het echt grondig getest worden. Ik pleit daarom juist voor omgevingen waarin je sneller kunt innoveren en sneller kunt testen, maar wél op een veilige en verantwoorde wijze. En om dat vervolgens ook te accrediteren. Regelarm dus, en niet regelloos”, bepleit Kempeneers.
Klinische testomgevingen kunnen volgens hem helpen om toepassingen sneller te testen, valideren en opschalen. Ook patiënten en zorgverleners moeten daarbij worden meegenomen vindt Kempeneers: “Het is belangrijk dat je ook patiënten meeneemt, om zo onnodige stress te voorkomen. Een voorbeeld waar ik aan moet denken, is een ziekenhuis dat met onze CT-technologie patiënten sneller kan scannen. Mooi toch, zou je zeggen? De patiënt was veel sneller klaar met het onderzoek dan voorheen. Men had de patiënt helaas van tevoren niet uitgelegd dat die nieuwe techniek er was. Toen die patiënt binnen no time weer buiten stond, dacht hij: ‘ik ben opgegeven’. Zo belangrijk is het dan ook om niet alleen zorgverleners, maar ook patiënten goed te informeren. Als je het van tevoren aan de patiënt had uitgelegd, was er niks aan de hand geweest. Sterker nog, dan was een veel kortere scantijd als positief ervaren.”
Practice what you preach
Die betrokkenheid en voorlichting over AI begint volgens Kempeneers bij het onderwijs. “Onderwijsinstellingen moeten AI voldoende meenemen in het curriculum. Vervolgens hebben wij als technologiebedrijf ook een verantwoordelijkheid. We zeggen niet: hier heb je een echoapparaat of MRI en doe er je voordeel mee. Nee, we trainen de zorgverleners en blijven die educatie aanbieden. Maar ook de zorginstelling heeft zelf de verantwoordelijkheid om medewerkers up-to-date te houden. Niet alleen op het gebied van technologie, maar ook als het gaat om de toepassing van AI in de brede zin. Leef je in de patiënt in en leg goed uit wat er gebeurt.”
Dat daar nog werk te doen is, blijkt uit de Future Health Index: 83 procent van de ondervraagden zorgprofessionals vindt dat training vanuit hun werkgever voor AI-tools ontbreekt, beperkt is of inconsistent wordt aangeboden. Bij Philips vinden ze die training voor de eigen mensen ook belangrijk, stelt Kempeneers: “Iedereen binnen ons bedrijf krijgt AI-training. Het zijn niet alleen onze ontwikkelaars die nieuwe oplossingen bedenken. Ook in ons dagelijkse werk kijken we hoe we AI kunnen toepassen om efficiënter en beter te werken, zodat er meer tijd overblijft voor creatieve en strategische processen. Het begint aan de top. Ik kan moeilijk tegen mijn mensen zeggen dat ze AI moeten gebruiken als ik zelf geen idee heb waar het over gaat.”
Technologie blijft daarbij een middel en geen doel op zich. “Een middel om de zorg te verbeteren voor de patiënt én de zorgverlener. De arts blijft in de lead. Die kan, als hij of zij AI slim inzet, optimaal gebruikmaken van wat wordt aangereikt om de foutkans te verkleinen. Iedereen maakt fouten, dat is menselijk. Maar de zorgverlener moet wel degene blijven die het eindoordeel velt.”
Geen wachtlijsten meer
Juist bij de toenemende druk op de zorg ziet Kempeneers een belangrijke rol voor AI. Hij schetst een toekomstbeeld: “Ik denk dat we dan uiteindelijk niet meer over wachtlijsten hoeven te praten, omdat die niet meer nodig zijn door het gebruik van AI. Zonder daarbij uit het oog te verliezen dat we zorgverleners niet moeten overbelasten of burn-outs creëren omdat we juist meer ‘productie leveren’. Het moet in balans zijn. 17% geeft aan nu al meer patiënten te kunnen zien door de hulp van AI, maar dat is vanuit het oogpunt van de zorgprofessional niet het enige voordeel van tijdswinst. Zo geeft bijvoorbeeld 53% aan extra tijd juist graag te gebruiken om zorgvuldiger te werk te gaan, en zegt 46% door tijdsbesparing meer aandacht te hebben voor klinische ontwikkelingen.”
De voorwaarde is dat bewezen toepassingen hun weg naar de praktijk vinden. “Als we verantwoord hebben getest en bewezen dat iets werkt, moeten we het ook opschalen. Eerst in Nederland en vervolgens wereldwijd. Zo kunnen we blijven investeren in een sterk, toegankelijk en solidair zorgstelsel.”
Daarmee komt Kempeneers terug bij de Future Health Index. Het rapport biedt waardevolle inzichten, maar die moeten volgens hem nu worden omgezet in actie. Met het Groeiplan MedTech en het gezamenlijke MedTech 2035-actieplan is daarvoor een belangrijke stap gezet. “We hebben de handen ineengeslagen. Dat momentum moeten we vasthouden. Dat is onze stip op de horizon en een belangrijke troef in onze missie om betere zorg voor meer mensen te realiseren.”
Belangrijkste Nederlandse cijfers uit de Future Health Index
- 91% van de Nederlandse zorgprofessionals is optimistisch dat AI de patiëntuitkomsten kan verbeteren.
- 74% vindt dat de voordelen van AI inmiddels groter zijn dan de risico's.
- 63% rapporteert een verbetering van de efficiëntie van werkprocessen.
- 50% ervaart meer vertrouwen in de eigen besluitvorming.
- 48% ziet snellere diagnostische besluitvorming.
- 44% besteedt minder tijd aan routine- en administratieve taken.
- 24% bespaart volgens het onderzoek jaarlijks gemiddeld minstens 88 uur door AI.
- 17% zegt dankzij AI meer patiënten te kunnen zien; bij deze groep bedraagt de mediane toename vijf patiënten per week.
*Het jaarlijks rapport Future Health Index is in opdracht van Philips opgesteld. De cijfers zijn gebaseerd op enquêtes onder 2.011 zorgprofessionals en 20.085 patiënten in tien landen, waaronder Nederland, de Verenigde Staten, Duitsland en China. Voor Nederland deden 204 zorgverleners en 2.009 patiënten mee.