In deel I van dit artikel1 lag de focus op het onderzoek van de AIC4NL, uitgevoerd namens VWS, over de Stand van Zaken van AI-geletterdheid in de zorg in Nederland. Daarbij kwamen ook de basisbegrippen en enkele projecten aan bod. In dit tweede deel worden enkele conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. Net zoals in deel I, bespreken we ook hier een aantal lopende projecten.
In Nederland is de basis voor AI-geletterdheid in de zorg de afgelopen jaren niet alleen gegroeid, maar sterker en breder geworden. Voor vrijwel elke rol is er inmiddels een passende (basis)training (maar niet altijd voor alle voorgenoemde niveau’s): van verpleegkundigen, artsen en behandelaren tot bestuurders, juristen en beleidsmakers. Zo verschuift AI van niche-onderwerp naar onderdeel van regulier professionaliseren.
Het onlangs gelanceerde Platform AI-geletterd in de Zorg bundelt een aantal leermaterialen. Dat daarnaast veel scholing via mbo-, hbo- en universitaire programma’s wordt aangeboden, is een belangrijke kwaliteitsimpuls: AI-geletterdheid krijgt zo een erkende plek in curricula en nascholing, met bijbehorende certificering en toetsing.
Tegelijkertijd tonen diverse samenwerkingsverbanden – zoals de STZ-ziekenhuizen, koepels, de Patiëntenfederatie Nederland en initiatieven als AWIZ en UtrechtZorg – dat AI-geletterdheid behalve een individuele ook een collectieve opgave is: organisaties leren samen, delen materiaal en ervaringen en bouwen aan een gedeelde taal over AI in de zorg.
Daarbovenop komt een levendige markt van tientallen commerciële aanbieders van trainingen en leermiddelen, die snel inspelen op nieuwe toepassingen zoals generatieve AI. Zo heeft het Kennisplatform AI in de GGz tal van geaccrediteerde leermaterialen beschikbaar. Maar lang niet al het aanbod in de markt is onafhankelijk gecertificeerd of geaccrediteerd.
Versnipperde basis
Er ligt dus een stevige basis: wie zich als zorgprofessional of zorgorganisatie in AI-geletterdheid wil ontwikkelen, heeft ruime en snelgroeiende keuzemogelijkheden. Toch is het beeld niet helemaal rooskleurig. Het grote aanbod aan trainingen en leermiddelen is versnipperd, moeilijk te overzien en lang niet altijd afgestemd op de dagelijkse praktijk van zorgprofessionals. Veel ‘promptcursussen’ leren slechts het handig werken met een op een taalmodel gebaseerde tool (zoals ‘Prompting in ChatGPT’), vaak los van enige zorgspecifieke kaders of ver buiten de zorgpraktijk.
Veel trajecten zijn eenmalig of projectmatig opgezet, waardoor AI-geletterdheid nog te vaak een losse cursus blijft, geen structureel onderdeel van inwerkprogramma’s, bij- en nascholing en kwaliteitsbeleid. Bovendien kunnen instellingen van elkaar leren, ervaringen en cursussen overnemen of delen. Dat gebeurt nu nog niet of te weinig op landelijke schaal.
De kwaliteit van het aanbod is bovendien niet altijd transparant: een deel is goed ingebed en geaccrediteerd, maar er circuleren ook programma’s zonder onafhankelijke toetsing, zonder duidelijke leerdoelen of zonder koppeling aan de AI Act en andere relevante regelgeving. Verder is er nauwelijks samenhang in definities en niveaus: wat ‘basisniveau AI-geletterdheid’ inhoudt, verschilt per aanbieder en per regio. Daardoor kunnen zorgorganisaties moeilijk beoordelen wat minimaal nodig is voor bijvoorbeeld verpleegkundigen, artsen of bestuurders.
Tot slot wordt AI-geletterdheid nog onvoldoende verbonden met andere randvoorwaarden, zoals digitale vaardigheden, datageletterdheid en AI-gereedheid en AI-governance. Zo blijven investeringen in kennis en vaardigheden soms los staan van hoe AI-systemen feitelijk worden geselecteerd, ingevoerd, beheerd en gemonitord.
Opvullen van lacunes
Diverse lacunes moeten dus nog opgevuld worden. We schetsen er een paar.
Landelijke kaders: koepelorganisatie umncl werkt aan de formulering van kerncompetenties, c.q. leerdoelen op het gebied van AI-geletterdheid die voor alle medewerkers in zorginstellingen relevant worden geacht. Dit wordt uitgewerkt voor specifieke doelgroepen, onder meer verpleegkundigen en HR-medewerkers.
Vooralsnog ontbreekt echter een geharmoniseerd landelijk kader. Er is geen vastgestelde referentieset met AI-leerdoelen per doelgroep, functieniveau en kennisniveau, inclusief richtlijnen voor toetsing en borging in HR- en opleidingsstructuren. AI-geletterdheid is daardoor moeilijk meetbaar en stuurbaar. Er bestaan wel zelfscans voor AI-gereedheid en AI-geletterdheid, maar vaak niet zorgspecifiek en beperkt; er is nog geen breed geaccepteerd raamwerk of volwassenheidsmodel met kerncompetenties per rol en per zorgsector om eenduidig te bepalen wanneer een persoon of organisatie ‘voldoende AI-geletterd’ is.
Samenwerking: samenwerken en delen van lesmaterialen gebeurt nog te kleinschalig. Lerende netwerken, learning communities en ‘AI-zandbakken’ om veilig en laagdrempelig te experimenteren of oefenen, bestaan wel maar zijn niet overal structureel ingericht. Afstemming tussen mbo, hbo, universiteiten/umc’s en praktijkinstellingen is nog niet standaard en voor verbetering vatbaar.
Digitaal register geaccrediteerde en gecertificeerde cursussen: er is geen centraal digitaal register voor AI-geletterdheid, waarin per zorgsector erkende leermaterialen, leerdoelen en tools overzichtelijk zijn gebundeld. Het huidige aanbod is onoverzichtelijk en in kwaliteit wisselend: een deel is gecertificeerd of geaccrediteerd, maar er is ook sprake van wildgroei aan cursussen zonder onafhankelijke toetsing.
Onderdeel van scholing en nascholing: AI-geletterdheid is weinig verankerd in loopbaanpaden, functiebeschrijvingen en verplichte nascholing, waardoor het vaak ‘nice to have’ blijft. Zo zijn praktisch geschoolden en digistarters nu het meest kwetsbaar: zij hebben vaak minder tijd, minder vertrouwen in digitale middelen en krijgen weinig echt passend, laagdrempelig onderwijs aangeboden. De vorm waarin dat gebeurt (zoals e-learning, blended learning, AI-coaches, peer-learning, klassikale sessies of werkplekleren) doet ertoe en is afhankelijk van onder andere rol en vakgebied van de zorgprofessional. Sommige leveranciers leveren coaches/instructeurs bij de toepassing, en dat bevordert AI-geletterdheid enorm.
Toezicht: het is onduidelijk bij welke nationale partijen de verantwoordelijkheid voor handhaving van de AI Act ligt. Die onzekerheid helpt niet om heldere kaders te scheppen voor wat zorgprofessionals minimaal moeten weten, mogen en kunnen. De komst van de Europese Digital Omnibus verandert daar weinig aan: ook als sommige verplichtingen worden aangepast of uitgesteld, blijft het hard nodig en is het aan te bevelen om AI-geletterdheid expliciet, kwantificeerbaar en structureel te organiseren.
Doorlopend leerproces
AI-geletterdheid is geen eenmalige af te vinken cursus, maar een doorlopend leerproces in een vakgebied dat razendsnel verandert. Terwijl zorgorganisaties verder digitaliseren, hybride zorg vormgeven en steeds meer met data werken, wordt AI-geletterdheid een kerncompetentie die direct samenhangt met patiënt/cliëntveiligheid, kwaliteit van zorg en goed bestuur.
De komende jaren verschuift de vraag daarom van ‘moeten we iets met AI?’ naar ‘hoe zorgen we dat iedereen veilig en slim met AI kan werken?’. Een landelijk platform voor AI-geletterdheid in de zorg kan fungeren als ankerpunt: een plek waar definities, leerdoelen, leermiddelen en goede voorbeelden samenkomen. Als individuele professionals, organisaties en overheid deze beweging samen oppakken, kan AI-geletterdheid uitgroeien van kwetsbare randvoorwaarde tot een vanzelfsprekend onderdeel van professioneel zorgvakmanschap.
Het STZ Leerhuisnetwerk
In 2025 zijn de Leerhuizen van STZ (Samenwerkende Topklinische Ziekenhuizen) gestart met duurzame versterking van de AI‑vaardigheid van zorgprofessionals. Centraal staan de STZ Leerhuizen: als motor van leren, kennisdeling en innovatie verbinden zij strategie en praktijk.
Het doel is om samen met partners als AIC4NL en Digivaardig in de Zorg kennis te bundelen en sneller tot praktische leermodules te komen. Vanuit het perspectief van L&O bouwen de Leerhuizen aan een STZ‑breed opleidingsplan en een schaalbare toolbox met leermodules. Deze modules ondersteunen medewerkers in het verantwoord, veilig, effectief en ethisch verantwoord werken met AI en sluiten aan op verschillende rollen, doelgroepen en ervaringsniveaus.
De focus ligt op leren in de praktijk: blended, modulair en flexibel inzetbaar binnen de ziekenhuiscontext. De kracht van het project zit in de unieke samenwerking tussen Leerhuisteams uit de STZ‑ziekenhuizen. Bestaande kennis, leermaterialen en ervaringen bundelen voorkomt dubbel werk en creëert een gezamenlijke standaard met ruimte voor lokale accenten. Dit vergroot de efficiëntie en versnelt de ontwikkeling en implementatie van nieuwe leerinterventies.
Het project werkt toe naar opschaling: eerst binnen STZ-verband en waar mogelijk daarbuiten. Via gezamenlijke ontwikkeling en borging ontstaan toekomstbestendige leermodules die bijdragen aan kwaliteit, veiligheid en innovatiekracht in de zorg. Met dit initiatief onderstreept STZ de strategische waarde van de Leerhuizen als verbindende schakel tussen technologische ontwikkeling en menselijk vakmanschap.
Learning community
Zuyd Hogeschool werkt in Limburg aan AI-geletterdheid in de zorg via een combinatie van onderwijsintegratie, praktijkgerichte learning communities en ondersteunende kennisinfrastructuur. Het duidelijkste zorggerichte voorbeeld is het CARAI2 (Care for AI Readiness Acquiring Insights)-project, waarin zorg- en welzijnsmedewerkers en studenten leren welke vaardigheden nodig zijn om AI effectief toe te passen in hun dagelijkse werk.
Daarnaast is er integratie in zorgonderwijs: in de Master Gezondheidsinnovatie3 wordt AI structureel in het curriculum opgenomen, met aandacht voor verantwoord en ethisch gebruik, gastcolleges van experts, en samenwerking met andere zorgopleidingen zoals Advanced Nursing Practice en Verpleegkunde.
Opmerkelijk is de Handreikingen en bibliotheekondersteuning: Zuyd biedt via LibGuides concrete richtlijnen voor verantwoord gebruik van generatieve AI, inclusief aandacht voor anonimisering, bronkritiek, bias, prompting en verantwoord onderzoek in opleidingen als Verpleegkunde en de hiervoor genoemde Master Gezondheidsinnovatie.
AI in de GGz (AiGGz)
AI in de GGz4 is een kennisplatform dat een breed palet aan geaccrediteerde scholing over AI biedt, speciaal voor professionals in de geestelijke gezondheidszorg. Het aanbod loopt van korte webinars en podcasts tot symposia, practica en verdiepende cursussen over onder meer basiskennis van AI, juridische en ethische vragen en concrete toepassingen zoals spraak‑naar‑tekst.
AiGGz is een goed voorbeeld van hoe een sectorgericht platform kwalitatief hoogwaardig én toetsbaar leermateriaal kan bieden om AI-geletterdheid in een specifieke zorgsector structureel te versterken.