De arts die vandaag in de collegezaal zit, stapt straks een spreekkamer binnen waarin AI meedenkt, het EPD richting geeft en data steeds vaker de kwaliteit van zorg bepalen. Maar het onderwijs beweegt trager dan de technologie. Precies daar ligt volgens Tom Broens, Chief Education Information Officer van Amsterdam UMC, de echte opdracht: niet nog een vak digitalisering toevoegen, maar het zorgonderwijs zo inrichten dat professionals leren meebewegen met een werkelijkheid die voortdurend verandert.
Broens heeft een titel die in Nederland nog nauwelijks voorkomt. Als Chief Education Information Officer kijkt hij naar de informatiehuishouding van Amsterdam UMC vanuit onderwijs en opleiding. Daarnaast leidt hij het Teaching & Learning Center. Die combinatie is niet toevallig. Wie zorg, onderzoek en onderwijs serieus met elkaar verbindt, kan digitalisering niet langer alleen bij ICT of de zorgpraktijk neerleggen.
Zijn achtergrond helpt daarbij. Broens is ICT-er van huis uit, promoveerde in Enschede, werkte aan telezorg en kwam vervolgens bij Amsterdam UMC terecht in de medische informatiekunde. "Vanuit mijn studie was ik theoretisch bezig, maar mijn interesse lag vooral bij de impact van technologie op mensen", zegt hij. "De zorg is dan een logisch domein." Later kwam daar het onderwijs bij: nog zo'n domein waar technologie direct ingrijpt op mensen, gedrag en kwaliteit.
Niet erbij, maar erin
De vraag is niet of artsen, onderzoekers en verpleegkundigen digitale vaardigheden nodig hebben. Die discussie is al voorbij. De vraag is nu hoe en waar je die vaardigheden in het onderwijs kwijt kunt. En vooral: wat daarvoor moet wijken. "Onze curricula zitten al overvol", meent Broens. "Er is medische inhoud, maar ook duurzaamheid, diversiteit, internationalisering. En dan komt digitalisering er ook nog bij. Daar moet ruimte voor worden gemaakt. Dus moet je keuzes maken."
Dat klinkt bestuurlijk eenvoudig, maar onderwijs verandert traag. Zeker in de geneeskundeopleiding, met raamplannen, accreditaties en jarenlange doorlooptijden. Broens gebruikt daarvoor een bekend voorbeeld: "We zijn een mammoettanker waar we kleine duwtjes tegenaan geven."
Om die reden pleit hij niet voor losse modules of tijdelijke projecten. Digitale vaardigheden moeten niet naast het curriculum staan, maar erin verweven worden. Van bachelor en master tot vervolgopleiding, doctoral school en bij- en nascholing. "We moeten veel meer kijken naar een leven lang leren traject rond data, digi en AI."
AI dwingt tot herziening
Generatieve AI is het meest zichtbaar, maar volgens Broens niet omdat iedereen prompt engineer moet worden. De kern is professioneler en praktischer: zorgprofessionals moeten begrijpen wat AI wel en niet kan. "Het is een niet-deterministische techniek. Je krijgt niet altijd hetzelfde antwoord. En je weet dat het niet altijd correct is, of zelfs gehallucineerd kan zijn."
Daar komen bias, duurzaamheid en ethiek nog bij. Niet als abstracte randvoorwaarden, maar als basiskennis om verantwoord te kunnen handelen. "Je moet dat spel een beetje kennen, zodat je bewust kunt kiezen wanneer je AI wel en niet inzet." Soms is het antwoord verrassend nuchter. "Als je iets kunt googelen, google het dan in plaats van het met een AI-model te doen."
"We moeten veel meer kijken naar een leven lang leren traject rond data, digi en AI"
Ook toetsing moet mee. AI verbieden bij toetsen klinkt overzichtelijk, maar is volgens Broens onvoldoende. Een thuisopdracht waarin een student alleen tekst moet produceren, is in deze tijd kwetsbaar. "Dan moet je opnieuw nadenken over wat je eigenlijk wilt toetsen", stelt hij. Niet de tekst zelf moet centraal staan, maar kritisch denken, informatie wegen, professioneel redeneren en omgaan met grote informatiestromen.
Oefenen met werkelijkheid
De digitalisering van het onderwijs gaat behalve over inhoud, ook over vorm. Het klassieke hoorcollege verdwijnt niet, want soms is het nog steeds effectief. Maar het is niet langer automatisch de standaard. Broens hierover: "De werkvorm moet passen bij het leerdoel. Blended learning, actief leren, simulatieonderwijs, virtual reality, kennisclips en AI-bots kunnen allemaal een rol spelen - mits ze iets toevoegen."
Vooral simulatie ziet hij als kans. Studenten kunnen veilig leren werken met een EPD, beslissingsondersteuning en data voordat zij in de kliniek staan. Met synthetische data kun je realistische patronen uit de zorg nabootsen zonder privacy-risico's. Daarmee wordt datagedreven werken concreet: niet alleen leren over data, maar leren met data.
Broens komt zo uit op een tweede laag: learning analytics. Niet als controlemiddel op individuele studenten, maar als manier om geaggregeerd naar cohorten, leerbehoeften en curriculumkwaliteit te kijken. "Er zit een groot verschil tussen individuele studenten monitoren en geanonimiseerd of geaggregeerd naar groepen kijken." De potentie is groot, maar de basis is nog niet vanzelfsprekend. Onderwijssystemen staan vaak in silo's; standaarden en een stevig datafundament ontbreken nog te vaak.
Na innovatie de borging
Wie verwacht dat Broens vooral pleit voor meer innovatie, komt bedrogen uit. Ideeën zijn er genoeg. "In ons huis gaat innovatie best wel. Er zijn veel mensen met hart voor de zaak." Het probleem zit volgens hem in wat daarna komt: doorzettingskracht, governance en opschaling.
Want: hoe wordt een goed idee duurzaam? Wie is eigenaar? Hoe wordt het gefinancierd? Hoe past het binnen kaders voor kwaliteit, privacy en beheer? Als Broens moet kiezen tussen sneller innoveren of eerst governance op orde brengen, kiest hij voor het laatste. Niet omdat governance spannend is, maar omdat innovatie anders blijft hangen in pilots. "Hoe krijgen we innovatie duurzaam en schaalbaar in de praktijk? Dat is nu een groter probleem dan de ruwe innovatie zelf."
Cultuur lastigste opgave
Toch is governance niet de grootste hobbel. Als Broens moet kiezen tussen techniek, geld, privacy, cultuur of leiderschap, kiest hij cultuur. Studenten gaan geneeskunde studeren omdat ze dokter willen worden, niet omdat ze warmlopen voor ICT. Ze willen patiënten zien, behandelen, snijden, voorschrijven, helpen.
Maar dat beeld botst met de huidige praktijk. Digitale systemen, data en AI zijn geen bijzaak meer. Ze vormen steeds vaker de context waarin zorg wordt geleverd. "Dit is wel de realiteit waarin je straks gaat werken", benadrukt Broens. "Met generatieve AI wordt dat misschien alleen maar meer."
Daarom is zijn oproep aan studenten en zorgprofessionals opvallend eenvoudig: maak technologie kleiner, praktischer en minder bedreigend. "Zie ICT niet als doel op zich, maar als middel om efficiënter, plezieriger en beter te werken." En vooral: wacht niet tot alles is uitgedacht.
"Ga ermee spelen", zegt Broens tot slot. "Kijk wat het wel en niet kan. Zoek uit waar de beperkingen zitten en waar juist de pluspunten liggen." Juist dat maakt het gesprek beter - met studenten, collega's en de zorgpraktijk. Kortom: de digitale dokter ontstaat niet vanzelf. Maar hij begint wel bij nieuwsgierigheid.