Digitalisering in de zorg gaat niet alleen over wat technisch mogelijk is. Het gaat over de keuzes die we maken, de waarden die we willen beschermen en uiteindelijk over de ruimte die technologie kan creëren voor datgene waar zorg om draait: het contact tussen patiënt en zorgprofessional. Digitalisering is daarbij geen doel op zich en ook niet simpelweg een instrument om efficiënter te werken. Goed georganiseerd kan het de motor zijn waarmee we mensgerichte zorg opnieuw vormgeven.
Op de drempel van een nieuwe fase in zijn loopbaan kijkt orthopeed Joris Bekkers vooruit naar de toekomst van de zorg. Hij is nu nog orthopeed in het Diakonessenhuis en was tot 2025 bestuurder en voorzitter van het Medisch Specialistisch Bedrijf Domstad. Vanaf 1 januari 2027 treedt hij toe tot de Raad van Bestuur van Máxima MC. Daarnaast volgde hij de leergang Public Health Leadership aan de Harvard (T.H. Chan) School of Public Health.
Tijdens zijn studie aan Harvard zag Bekkers hoe landen zoals Estland met digitalisering hun zorg toegankelijk en toekomstbestendig willen houden. Daarbij kantelde zijn blik op digitalisering. Technologie bleek slechts een deel van het vraagstuk. Minstens zo belangrijk zijn governance, vertrouwen en heldere afspraken over verantwoordelijkheden, toegang tot gegevens en publieke waarden. “Bij digitalisering is niet de uitdaging wat technisch mogelijk is, maar welke zorg we ermee willen organiseren. Voor nu en in de toekomst.”
Bekkers begint dicht bij zijn eigen praktijk. Een zorgverlener besteedt tijdens een consult, soms onterecht, veel tijd aan het verzamelen en controleren van informatie. Informatie die al ergens beschikbaar is, hoeft niet steeds opnieuw te worden verzameld. “Dat is niet waar de essentie van het vak zit”, stelt Bekkers. “Die begint daarna en zit in de interactie tussen zorgverlener en patiënt, waarin kennis, ervaring en menselijk oordeel samenkomen.”
Hierdoor wordt waarde toegevoegd aan de behandelrelatie die alleen kan ontstaan door intermenselijk contact. Digitalisering kan juist daar ruimte creëren. Wanneer informatie betrouwbaar beschikbaar is en technologie administratief en voorspelbaar werk overneemt, ontstaat namelijk ruimte voor het echte contact. Bekkers: “Hierbij functioneert digitalisering als de motor voor mensgerichte zorg.”
Estland als spiegel
In Estland zag Bekkers hoe fundamenteel anders je digitalisering kunt organiseren. Het land heeft met X-Road een infrastructuur gecreëerd waarmee verschillende organisaties veilig gegevens kunnen uitwisselen. Niet één groot systeem waarin iedereen hetzelfde moet doen, maar een gezamenlijke digitale infrastructuur waarop afzonderlijke organisaties kunnen aansluiten.
“Estland liet me zien dat digitalisering niet in de eerste plaats over systemen gaat”, vertelt Bekkers. “Het gaat over afspraken, vertrouwen en een infrastructuur die samenwerking mogelijk maakt.” Zo kan de zorgverlener samen met de patiënt sneller een oordeel vormen over de betekenis van de informatie voor diens persoonlijke- en werk gerelateerde omgeving en gezondheid.
Niet zomaar overnemen
De verleiding is groot om het Estse model over te nemen, maar Nederland kent een andere geschiedenis, andere instituties en een sterk gefragmenteerd zorglandschap. Verschillende systemen, financieringsstromen, wetgeving en verantwoordelijkheden maken onze context misschien wel complexer dan andere landen.
“Die versnippering is niet alleen een gegeven, maar ook het gevolg van keuzes”, stelt Bekkers. “We investeren in waardevolle portals, apps, dashboards en AI, maar zolang die voortbouwen op een gefragmenteerde basis, voegen we vooral nieuwe digitale lagen toe. Daarmee versterken we de versnippering, in plaats van de toekomstige uitdagingen van de zorg op te lossen.”
Hier ligt volgens Bekkers mogelijk een rol voor de overheid. Niet om één nationaal zorgsysteem te bouwen, maar om de publieke digitale basis steviger te organiseren. Dat vraagt duidelijke beslissingen: over standaarden, gegevensbeschikbaarheid, digitale identiteit en zeggenschap. “Estland laat zien hoe krachtig zo’n uitgangspunt kan zijn: centraal waar het moet, decentraal waar het kan.”
"Digitalisering is nooit neutraal"
Met DigiD kennen we al een publieke digitale identiteit. Bekkers vraagt zich af: “Kunnen we gezondheidsgegevens niet veel nadrukkelijker beschouwen als gegevens van de burger, veilig ontsloten vanuit een betrouwbare publieke infrastructuur? Geen centraal medisch dossier, maar een gemeenschappelijke basis die patiënten controle geeft en zorgprofessionals toegang biedt tot relevante informatie.”
Dit is niet alleen een technische, maar vooral een maatschappelijke, politieke en bestuurlijke keuze over de vraag welke digitale basis we als samenleving als publieke verantwoordelijkheid beschouwen. Relevant is in dit opzicht de ontwikkeling van Cumuluz, dat als uitvoeringspartner van VWS werkt aan de landelijke data-integratie en dataconformiteitslaag binnen het Landelijk Dekkend Netwerk.
Centraal staat de verbindende laag met publieke borging tussen bestaande systemen zodat gezondheidsgegevens beschikbaar, bereikbaar en bruikbaar worden voor de zorg. “De les uit Estland is daarom niet dat Nederland X-Road moet kopiëren”, benadrukt Bekkers. “De les is dat succesvolle digitalisering vraagt om de moed om eerst de fundamenten te organiseren, voordat we het volgende digitale huis bouwen.”
Digitalisering niet neutraal
Juist bij dergelijke fundamentele keuzes wordt het ethische vraagstuk belangrijker. Bekkers verwijst naar een artikel van schrijver en filosoof Maxim Februari, 18 augustus jl. in NRC over de verwarring rondom het begrip ‘ethische AI’. “Het label ethisch is gemakkelijk gebruikt. Veel moeilijker is het om zichtbaar te maken welke waarden daadwerkelijk zijn afgewogen.”
Dat geldt ook voor de inrichting van de digitale basis. Digitalisering kent immers altijd dilemma’s: efficiëntie kan botsen met autonomie, betere voorspellingen met onduidelijke verantwoordelijkheid en maximale bescherming of privacy van gegevens kan op haar beurt informatie-uitwisseling belemmeren die voor goede zorg noodzakelijk is. Er bestaat dus niet altijd één waarde die vanzelf voorrang heeft. “Digitalisering is nooit neutraal”, aldus Bekkers. “Het vraagt dat we samen afwegen wat goed is voor de patiënt, de professional en de samenleving.”
Daar ligt misschien de belangrijkste opgave. Ethiek niet als keurmerk achteraf, maar zichtbaar in de keuzes die we vooraf en tijdens het gebruik van AI en digitale tools maken. Bekkers: “Dat betekent ook dat de stem van de zorgprofessional en het team vanaf het begin nodig is. Dat is de plek waar digitalisering en zorg samenkomt en de verandering plaatsvindt.”
De essentie verandert voor een zorgprofessional volgens Bekkers niet. Deze luistert, duidt, verbindt en helpt richting te geven om samen met de patiënt maximale kwaliteit van zorg na te streven. Technologie kan ondersteunen, maar het professionele oordeel en de relatie tussen patiënt en zorgprofessional blijven hierin onmisbaar.
Anders belangrijk
De zorgprofessional van de toekomst wordt daarom niet minder belangrijk, maar mogelijk anders belangrijk. Digitale systemen kunnen voorspelbare zorgvragen afvangen, monitoring op afstand ondersteunen, informatie structureren en administratieve lasten verminderen. Daardoor verschuift het werk: van informatie verzamelen naar duiden, van registreren naar aandacht en van proces naar professioneel handelen en meer menselijk contact. Mogelijk dat hier zelfs, op termijn, een regierol van de professional wordt verwacht.
“Hierdoor ontstaan nieuwe eisen voor zorgprofessionals”, denkt Bekkers. “Zij moeten begrijpen wat digitale systemen wel en niet kunnen, AI-uitkomsten kritisch kunnen beoordelen, onzekerheid herkennen en kunnen uitleggen hoe een advies tot stand is gekomen. Digitale vaardigheden wordt zo een onderdeel van professioneel handelen.”
Digitalisering als motor
Kortom, meent Bekkers: “We moeten digitalisering niet langer alleen beoordelen op uitkomsten als aantallen nieuwe toepassingen of verbeterde efficiëntie van het zorgproces. De focus van digitalisering moet zeker ook liggen op verbetering van de kwaliteit van het zorgproces en mensgerichte zorg.”
In een samenleving waarin dienstverlening steeds meer digitaal, processen gestandaardiseerd en prestaties steeds meetbaarder worden, kan technologie paradoxaal genoeg helpen om de zorg juist persoonlijker te maken. Niet door het professionele oordeel te automatiseren of het gesprek te vervangen, maar door betere informatie te bieden en overbodig voorwerk weg te nemen.
Hoe beter we de digitale basis organiseren, hoe minder technologie tussen patiënt en zorgprofessional hoeft te staan. Minder zoeken, registreren en ruis; meer tijd voor observatie, duiding, aandacht en samen beslissen. “Mensgerichte zorg 2.0 is geboren indien we digitalisering in de dagelijkse praktijk omarmen, er een veilige plek is voor professionals om te leren en als management en bestuur dit mogelijk maakt door simpelweg te durven het goede voorbeeld te geven.”
Bekkers sluit af door te benadrukken dat anders denken een must is. “Net zoals mijn eigen blik op digitalisering is veranderd. Hiervoor moeten we - zorgprofessional teams, besturen en management - samen optrekken om juist met digitalisering mensgericht zorg mogelijk te maken.”