NOC*NSF en de Universiteit Twente werken samen op het gebied van wetenschappelijke sensortechnologie. Carmen van den Hoven (performance technology expert en coördinator Sport Science Center NOC*NSF) en Jasper Reenalda (universitair hoofddocent movement analysis in sports & rehabilitation bij de Universiteit Twente) leggen uit hoe ze die technologie toepasbaar maken voor prestatie-analyse, belastingmonitoring en blessurepreventie binnen de TeamNL programma’s voor topsporters. De uitkomsten zijn ook voor de zorg interessant.
De basis voor de huidige samenwerking tussen de Universiteit Twente en NOC*NSF werd al gelegd toen Van den Hoven aan de universiteit technische geneeskunde studeerde - met Reenalda als begeleider. “Na mijn opleiding werkten we samen aan bewegingsmetingen”, vertelt ze. “Voor een stageopdracht – waarvoor we een technisch onderlegd iemand zochten met kennis van de bewegingspraktijk – kwamen we uit bij biomedische technologie van de Universiteit Twente. Dit leidde tot de gerichte samenwerking die we nu hebben.”
Die samenwerking is voor beide partijen interessant. “We gebruiken sensortechnologie om veranderingen in bewegingspatronen beter te kunnen begrijpen, om prestaties te verbeteren en blessures te voorkomen”, zegt Reenalda. “Daarvoor hadden we al meerdere samenwerkingsverbanden, maar ook sport is zeer interessant hiervoor. De sensortechnologie stelt ons in staat kleine verschillen in bewegingspatronen te meten.”
Van den Hoven vult aan: “Wij kunnen goed verwoorden welke problemen onze topsporters en hun trainers en begeleiders in de dagelijkse praktijk tegenkomen. Op basis daarvan kan de universiteit ons goed helpen die problemen op te lossen.”
Sensortechnologie
De Universiteit Twente heeft hiervoor de juiste expertise in de vorm van biomechanica, bewegingsanalyse en medische technologie. En het beschikt over de juiste monitoringsystemen. Het ontwikkelt zelf ICT-gedreven 3D-analyse- en bewegingsmodellen.
“Met de Xsens-sensoren stonden we aan de wieg van de sensortechnologie”, vertelt Reenalda. “Deze sensoren bieden een eenvoudige 3D reconstructie van beweging. Het Fifa-voetbalspel is er bijvoorbeeld mee ontwikkeld. De grote kennis die we hebben van sensortechnologie geeft ons een voorsprong. We zijn niet afhankelijk van fabrikanten en zorgen dat de sensor minder een black box wordt. De samenwerking met partijen geeft ons een sterke verbinding met de praktijk in sport en zorg. Ook ons TechMed Centrum biedt die verbinding tussen technologie en praktijk. Die is alleen veel breder gericht, bijvoorbeeld interaction technology en metingen van stress.”
Gezonde trainingsdagen
Voor NOC*NSF ligt de focus in de samenwerking op het creëren van zoveel mogelijk gezonde trainingsuren voor de atleet. “Daarbij zijn ook prestatie-verbeterende innovaties belangrijk voor ons”, zegt Van den Hoven, “evenals blessurepreventie en -revalidatie. De Universiteit Twente heeft hier een visie die goed bij ons past. Een atleet uitrusten met pakweg twintig sensoren en drie kwartier bezig zijn met metingen is veel te belastend. De sensormetingen moeten zo snel en praktisch mogelijk zijn.”
Reenalda voegt toe: “Presteren, meer medailles halen, doe je alleen als je de sporters niet geblesseerd en in optimale conditie naar dat doel kunt brengen. Dus als we biomechanische en fysiologische beweegpatronen goed kunnen meten en weten wat ze betekenen, kunnen we de positieve veranderingen erin benutten en verbeteren en de negatieve voorkomen. Niet alleen in ons bewegingslaboratorium maar ook in de trainingsomgeving van de sporters.”
"We gebruiken de data uit de zorg in de sport en andersom. De twee versterken elkaar"
De basis voor wat de Universiteit Twente op dit gebied kan, ligt in de Enschede marathon van 2013. Hier heeft de universiteit met sensoren de beweegpatronen van renners in kaart gebracht, evenals hoe die veranderen als ze moe worden. Dat is een aanwijzing voor het optreden van blessures.
“Die hardlopers moesten we nog voorzien van een kerstboom aan sensoren”, schetst Reenalda. “Nu kunnen we door de ontwikkeling in sensortechnologie met veel minder sensoren volstaan. En die sensorreductie is belangrijk zoals Carmen aangeeft: we willen met zo min mogelijk sensoren zoveel mogelijk data verzamelen. De hartslagmeters en smartwatches die sporters zelf al gebruiken zijn hierbij ook bruikbaar.”
Grote bereidheid
De bereidheid onder atleten om mee te werken aan zulk onderzoek is groot. “De vragen komen van de coaches, die de wensen en problemen van de atleten verwoorden”, zegt Van den Hoven, “soms verwoord door de coach of begeleider. Het is voor al deze partijen duidelijk waarom we de onderzoeken doen. We creëren ook visualisaties om de feedback zo concreet mogelijk voor ze te maken. Dat is belangrijk, want de atleet en coach meekrijgen was natuurlijk wel een kwestie van vertrouwen winnen door te laten zien dat wat je meet echt waardevol is. Ze hadden vaak al ervaring met onderzoekers die metingen vooral voor hun eigen onderzoek deden. Dat wilden ze niet weer. We moesten dus duidelijk maken dat het in dit geval echt gaat om metingen die prestaties verbeteren en blessures helpen voorkomen of sneller herstel ervan mogelijk maken.”
Het feit dat zorgvuldig aandacht besteed wordt aan de veiligheid van de data, speelt zeker een rol in de bereidheid van de atleten, vervolgt Van den Hoven. “We hebben een eigen Atleet Management Systeem als platform waarin we van iedere atleet de data verzamelen over de trainingsbelasting en de medische gegevens. Dit is een veilige bubbel waarvoor we een eigen ICT-team tot onze beschikking hebben.”
Dat de bereidheid groot is, ervaart ook Reenalda: en niet alleen bij de topatleten van NOC*NSF. “We hadden ook voor die marathon al weinig moeite proefpersonen te vinden. Ook al moest de sporter daarvoor twee uur eerder beschikbaar zijn om alles voor te bereiden. Maar ze doen dit graag, want veel sporters zijn op zoek naar de marge waarin ze verbetering kunnen realiseren. Dat het bij de topatleten niet ten koste mag gaan van hun trainingsschema is voor ons juist een interessante uitdaging, gelet op ons doel zoveel mogelijk data te verzamelen met zo weinig mogelijk sensoren.”
Effect moeilijk aantoonbaar
De vraag of de technologie niet alleen interessant is voor de topsport maar ook aantoonbaar effectief is, laat zich moeilijk beantwoorden, stelt Reenalda. “Het is altijd lastig dit geïsoleerd aan de technologie toe te schrijven. Het gaat ons erom de relevante verschillen te objectiveren die in de topsport spelen.”
Die objectivering is op zich al heel waardevol, reageert Van den Hoven: “Het leidt ertoe dat de stafleden met elkaar in gesprek gaan over de meetgegevens. De objectivering zwengelt dus het multidisciplinaire gesprek aan dat de topsporter centraal stelt. Alleen dat al brengt verbetering. Als we gegevens kunnen meten, kunnen we per atleet persoonlijker afstemmen wat voor hem of haar belangrijk is en dus gerichter verbetering inzetten.”
Hiermee wordt ook een wisselwerking gecreëerd tussen sport en zorg, legt Reenalda uit: “We doen bijvoorbeeld met revalidatiecentrum Roessingh veel onderzoek naar hoe het beweegpatroon van iemand verandert na een beroerte. De patiëntenpopulatie is weliswaar meer divers, maar het gaat feitelijk om dezelfde modellen. We onderzoeken patiënten in ons bewegingslaboratorium en doen ook projecten om in de thuissituatie te meten. Ook bij hen is vermoeidheid een belangrijk aspect. We onderzoeken of we met een smartwatch mensen kunnen waarschuwen voor veranderingen in hun bewegingspatroon die kunnen duiden op verhoogd valrisico. We gebruiken de data uit de zorg in de sport en andersom. De twee versterken elkaar.”
Opleidingen in de gezondheidszorg aan de Universiteit Twente
Het TechMed Centrum van de UT omvat vier interdisciplinaire bachelor- en masteropleidingen die focussen op het verbeteren van de zorg door middel van technologie:
- Biomedische Technologie
- Gezondheidswetenschappen
- Psychologie
- Technische Geneeskunde
Voor meer informatie over bacheloropleidingen aan de Universiteit Twente: link