Het Meander Medisch Centrum heeft sinds het najaar van 2025 twee da Vinci 5-systemen voor robotgeassisteerde operaties in gebruik. Chirurgen en hoogleraren Esther Consten en Ivo Broeders zien de operatiekamer mede dankzij deze systemen veranderen van een technische werkplek naar een kennisomgeving. De da Vinci 5-systemen vormen zo het beginpunt voor het Meander van de toekomst; een ziekenhuis dat voortdurend meet, vergelijkt en leert.
Toen Meander Medisch Centrum in Amersfoort als eerste ziekenhuis in Nederland twee da Vinci 5-operatierobots in gebruik nam, ging het om meer dan een nieuw systeem. Voor Consten en Broeders markeren de systemen van Intuitive een omslag in hoe zij naar de operatiekamer (OK) kijken. Met de da Vinci 5 is de OK niet langer alleen een plek waar een ingreep plaatsvindt, maar is ze een schakel in een lerend netwerk dat de zorg meer gepersonaliseerd, efficiënter en veiliger maakt. “Robotgeassisteerde chirurgie ontwikkelt zich van een geavanceerd technisch hulpmiddel tot een volwaardige kennispartner aan de operatietafel”, vat Consten het samen.
Bewijs uit 14.000 patiënten
De belangrijkste onderbouwing voor die uitspraak komt niet uit de techniek zelf, maar uit data. Consten en haar team bouwen al jaren aan een real-world dataset over robotgeassisteerde endeldarmchirurgie. Wat begon met een Nederlandse set van ruim 2.000 patiënten is inmiddels uitgegroeid tot een internationaal cohort van ruim 14.000 patiënten met rectumcarcinoom. De meerwaarde van de klinische uitkomsten van deze unieke, wereldwijde dataset van de onderzoeksgroep is enorm.
De dataset heeft betrekking op verschillende operatietechnieken, waarbij de robotgeassisteerde ingrepen inmiddels de grootste groep vormen. Dat maakt gedetailleerde vergelijkingen mogelijk, en dat is voor Consten ook de kern van het onderzoek. “We weten wat er technisch kan, maar willen vooral weten voor welke patiënt welke technologie welke meerwaarde biedt”, zegt ze.
“De operatierobot biedt nog niet op alle punten voordeel, maar op heel veel wel”, aldus Consten. De data laten zien dat de kans op conversie, d.w.z dat de chirurg alsnog moet overgaan op een open operatie, bij de inzet van een robotsysteem kleiner is dan bij laparoscopie, en dat een darmaansluiting vaker mogelijk is. Het scherpst is dat zichtbaar bij een lastige patiëntengroep, namelijk mannen met een lage tumor dicht bij de sluitspieren en bekkenbodem, die daarnaast obees zijn. Ook op kwaliteit van leven en seksueel functioneren vallen de eerste resultaten in het voordeel van de robot uit.
Ook Broeders geeft aan dat de superioriteit van robotchirurgie voor een reeks orgaansystemen inmiddels is aangetoond. “Naast de endeldarm ook bij alvleesklier, slokdarm en middenrif. Dat heeft lang geduurd. Bij elke overgang naar een nieuwe techniek duurt het lang voordat het bewijs er is, maar dat is er nu echt. Met de da Vinci 5 kan dat onderzoek een nieuwe fase in.”
Betere visualisatie
Een tweede innovatie waar Meander mee bezig is, draait om beter zien wat je opereert. De da Vinci 5 maakt gebruik van de fluorescentietechnologie van Intuitive; Firefly. Daarmee brengen chirurgen de doorbloeding van weefsel in beeld, bijvoorbeeld op het moment dat twee darmdelen aan elkaar worden gezet, en visualiseren ze urine- of galwegen met de kleurstof ICG.
“Een betere herkenning van tumorweefsel moet ons natuurlijk helpen om niet meer weefsel weg te halen dan noodzakelijk, zonder verdacht weefsel achter te laten. De inzet is dus dat ingrepen echt patient-tailored worden. Als we tijdens de operatie preciezer weten welke klieren of structuren zijn aangedaan, kunnen we gerichter en beperkter ingrijpen. Dat opent mogelijk de deur naar ingrepen die in dagbehandeling kunnen”, vertelt Consten.
Optimale personeelsbezetting OK’s
Een derde afslag op weg naar het ziekenhuis van de toekomst raakt aan de organisatorische efficiëntie, iets wat ieder ziekenhuis wel herkent. Vanuit dit uitgangspunt overweegt Meander een onderzoek op te zetten om te beoordelen of één omloopverpleegkundige twee operatiekamers tegelijkertijd kan bedienen. Meander wil daarbij gebruikmaken van het feit dat de da Vinci 5 chirurgen meer autonomie geeft, wat weer de mogelijkheid biedt om nieuwe manieren te verkennen om chirurgische teams te organiseren en te ondersteunen.
Het onderzoek zou inzicht kunnen bieden in hoe rollen, werkstromen en middelen anders kunnen worden ingericht in de robotoperatiekamer, dus nog los van de personeelsbezetting. Effectieve coördinatie blijft hierbij essentieel, net als heldere communicatie, een juiste voorbereiding van instrumenten en praktische ondersteuning tijdens cruciale fasen zoals het koppelen en ontkoppelen van de robotarmen.
Deze mogelijke organisatorische herijking sluit ook aan bij de bredere focus op procesoptimalisatie en operationele best practices die worden ondersteund door het Genesis-programma van Intuitive. Daarbij werkt het Genesis-team samen met ziekenhuisbestuurders, chirurgen en OK-personeel om processen te standaardiseren, communicatielijnen te versterken en de efficiëntie van programma's voor robotchirurgie te verbeteren.
Opleidingscentrum voor de OK
Efficiënter werken vraagt om mensen die de nieuwe manier van werken beheersen. Consten en Broeders willen daarom van Meander een opleidingscentrum maken voor OK-assistenten op het gebied van robotgeassisteerde chirurgie. De pilotstudie naar de inzet van één omloop over twee kamers hoort daar direct bij; wie zo gaat werken, moet ook in die werkvorm worden opgeleid.
Ook de Force Feedback-technologie in de da Vinci 5, die begin september officieel is geïntroduceerd, kan gevolgen hebben voor de chirurgische opleiding. Dankzij deze technologie kunnen chirurgen de duw- en trekkrachten voelen die op de punt van het instrument worden uitgeoefend; dit biedt extra informatie boven op de visuele feedback die tijdens de ingreep beschikbaar is.
Broeders: “Force Feedback kan chirurgen helpen zich bewuster te worden van de krachten die ze uitoefenen bij contact met weefsel. Tijdens de training kan dit hen helpen om beter te begrijpen hoe de instrumenten op het weefsel inwerken, en hun techniek daarop aan te passen.” De gegevens over de uitgeoefende kracht die het systeem genereert, kunnen tijdens de training ook worden gebruikt om objectieve informatie te verschaffen over de interactie tussen instrument en weefsel.
Naar een systeem dat meedenkt
Een cruciale factor in het ziekenhuis van de toekomst is kunstmatige intelligentie (AI). Met meer dan 10.000 keer de rekenkracht van zijn voorganger biedt de da Vinci 5 een platform voor steeds geavanceerdere digitale mogelijkheden. Broeders schetst de vooruitgang die de zorg met chirurgische data en AI kan boeken. “Het begint met surgical benchmarking: geanonimiseerde operatievideo’s worden centraal geanalyseerd en op steeds meer parameters vergeleken met die van collega's. Denk aan operatietijd, instrumentgebruik en bewegingspatronen. Dit helpt inzichtelijk te maken waar je goed presteert en waar er wellicht verbeterpunten zijn.”
Een deel van die nieuwe mogelijkheden krijgt al vorm via functionaliteiten zoals Case Insights. Hierbij wordt AI ingezet om chirurgische video's te analyseren in combinatie met data van het da Vinci-systeem en kinematische gegevens, om zo objectieve maatstaven voor chirurgische prestaties te bieden. Kijkend naar de verdere toekomst ziet Broeders mogelijkheden voor AI om informatie te verschaffen tijdens de ingreep zelf. “Een volgende stap zou advies in real-time tijdens de operatie zijn, bijvoorbeeld een waarschuwing dat je een kwetsbare structuur nadert.”
"AI heeft veel grotere datasets nodig dan een chirurg"
Dat vraagt naast rekenkracht ook toegang tot enorme hoeveelheden chirurgische data. “Maar ook input van chirurgen”, benadrukt Broeders. “Een nauwe samenwerking tussen technologieontwikkelaars en zorgprofessionals is belangrijk om te kunnen blijven vaststellen welke informatie het meest relevant is en waar AI zinvolle ondersteuning kan bieden.”
Als ultieme uitkomst noemt Broeders de volledig zelfstandig operatie door het robotsysteem. “Dat is de heilige graal natuurlijk, maar ook uitzonderlijk complex en risicogevoelig. Onderzoek aan Johns Hopkins liet zien dat een robot een ingreep kan uitvoeren. Voor veelvoorkomende operaties, zoals een galblaas- of blindedarmverwijdering, zijn genoeg voorbeelden beschikbaar. Maar voor zeldzamere slokdarm- of endeldarmingrepen nog lang niet. Een chirurg heeft zo'n ingreep misschien honderd keer gezien en kan die daardoor goed uitvoeren. Maar een autonome computer heeft veel grotere datasets nodig om nuttige patronen te herkennen. Daarom blijft klinische input zo belangrijk voor het schetsen van de juiste context.”
Opereren op afstand
Consten en Broeders zien één ontwikkeling nu al werkelijkheid worden: op afstand opereren. Het Telepresence-platform maakt het mogelijk dat een ervaren chirurg patiënten op een andere locatie helpt, of minder ervaren collega’s ter plekke begeleidt via een gegarandeerde, snelle en stabiele verbinding. “Nu worden wij Europa doorgevlogen om mensen ter plekke te helpen”, zegt Broeders. “Dat zal steeds meer remote gaan. En dat is gunstig voor ons en voor het milieu.”
Wat tien jaar geleden nog sciencefiction leek, is nu werkelijkheid. Voor Meander is het ziekenhuis van de toekomst dan ook geen ver toekomstbeeld, maar iets wat stap voor stap in de eigen OK's wordt gebouwd. Op basis van innovatieve systemen, data, technieken die de chirurg laten zien wat het oog niet ziet, en met mensen die worden opgeleid voor de manier van werken die eraan komt.