Wanneer breekt bij iemand met COPD of hartfalen de palliatieve fase aan? Door het grillige ziekteverloop ontbreekt vaak een duidelijk kantelpunt. Het gesprek over gewenste zorg en begeleiding in de genoemde fase komt dan ook soms pas op gang als patiënten al ernstig achteruitgaan. Onderzoekers van de HAN ontwikkelden in dat kader samen met zorgprofessionals en datawetenschappers een algoritme dat wijkverpleegkundigen moet ondersteunen bij het tijdig herkennen van signalen.
Evi Swinkels, onderzoeker en PhD-kandidaat, zag als verpleegkundige op een hart- en longafdeling hoe patiënten steeds opnieuw werden opgenomen. Zonder eerdere gesprekken over hun wensen ontbrak voor betrokken zorgverleners een basis om op terug te vallen.
“Ik zag mensen keer op keer terugkomen in het ziekenhuis voor behandelingen, terwijl voor de verpleegkundigen om hen heen allang duidelijk was dat dit niet meer was wat de patiënt zelf wilde. Maar dat gesprek was nooit gevoerd”, vertelt Swinkels in ICT&health 5. “Dat gesprek voeren we te vaak pas als het eigenlijk al te laat is.”
Co-creatie als uitgangspunt
Co-creatie vormde vanaf de start het uitgangspunt. Nog voordat de ontwikkeling begon, brachten onderzoekers met zorgprofessionals relevante signalen in kaart. Daarbij keken zij naar lichamelijk, psychisch, sociaal en spiritueel functioneren, aangevuld met intensivering van zorg. Het gaat dus ook om angst, zingeving en veranderingen in het dagelijks leven.
Het ontwikkelde machine learning-model herkent signalen in vrije tekstrapportages uit het elektronisch cliëntendossier en koppelt deze aan de vijf domeinen. Ook gegevens zoals leeftijd en alleen wonen wegen mee. Zorgprofessionals beoordeelden de uitkomsten; hun feedback hielp om het model bij te stellen. Tijdens een vier maanden durende haalbaarheidstest bij vijf wijkteams bleef die terugkoppeling doorgaan.
Professionele kennis
De beoogde ondersteuning: verpleegkundigen helpen onderbouwen wat zij zelf al waarnemen en het gesprek met bijvoorbeeld de huisarts vergemakkelijken. Of dat daadwerkelijk gebeurt, staat nog niet vast. Vervolgonderzoek moet dit volgens Swinkels uitwijzen.
"Maar één ding is nu al duidelijk: een algoritme voor de palliatieve fase is geen kwestie van alleen technologie. Het gaat over het combineren van wat een algoritme kan berekenen met wat een verpleegkundige al weet, ziet en voelt. En over hoe je die twee werelden op een zorgvuldige manier bij elkaar brengt.”
Lees het volledige artikel in ICT&health editie 5, 2026, die op 23 oktober verschijnt.
Auteurs
Voeg ICT&health toe aan Google
Toon meer content van ICT&health in Google Zoeken.