CumuluZ en KIK-V kunnen elkaar versterken bij het sectoroverstijgend beschikbaar maken en hergebruiken van zorggegevens. Dat blijkt uit onderzoek dat Zorginstituut Nederland liet uitvoeren naar de samenhang tussen beide initiatieven. Tijdens een recente beproeving lukte het om met één uitvraag gegevens uit ziekenhuizen, de VVT en huisartsenzorg te bevragen. Daarmee komt een gezamenlijke aanpak van gegevensuitwisseling in verschillende zorgsectoren een stap dichterbij.
De aanleiding voor het onderzoek ligt in het IZA Uitvoeringsakkoord gegevensuitwisseling, dat begin 2024 werd ondertekend door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en verschillende zorgpartijen. Daarin is CumuluZ aangewezen als drijvende kracht achter sectoroverstijgende databeschikbaarheid. In de langdurige zorg werkt ondertussen KIK-V al aan de digitalisering van gegevensuitwisseling. Zorginstituut Nederland onderzocht daarom hoe beide initiatieven elkaar kunnen aanvullen.
Bij het onderzoek waren deskundigen van CumuluZ en KIK-V betrokken. Zij brachten in kaart welke kennis, afspraken en oplossingen beide initiatieven al hebben ontwikkeld en hoe die in de praktijk kunnen worden gecombineerd. Voor CumuluZ kwam dat op een relevant moment: de organisatie werkte tegelijkertijd aan de eigen doelarchitectuur. Door de samenwerking vroeg te verkennen, konden beide partijen hun kennis en perspectieven inbrengen.
Verschillende rollen, één doel
Een belangrijke conclusie is dat CumuluZ en KIK-V niet dezelfde rol hoeven te vervullen. CumuluZ richt zich op het beschikbaar maken van gegevens uit het primaire zorgproces voor zowel primair als secundair gebruik. KIK-V richt zich vooral op het hergebruik van gegevens voor onder meer kwaliteit en verantwoording.
De initiatieven kunnen elkaar daarin aanvullen. CumuluZ wil voortbouwen op bestaande oplossingen en infrastructuren, in plaats van voorzieningen opnieuw te ontwikkelen. KIK-V is daarvan een voorbeeld. De werkwijze wordt al bij tientallen zorgorganisaties toegepast. De opgedane ervaring, gemaakte afspraken, implementatiekennis en ontwikkelde ontologie kunnen worden benut bij de verdere ontwikkeling van CumuluZ.
Praktijkproef met reanimatiebeleid
Om te onderzoeken hoe de samenwerking in de praktijk kan werken, kozen de onderzoekers Proactieve Zorgplanning (PZP) als voorbeeld. Daarbij bespreken patiënten, naasten en zorgverleners tijdig toekomstige behandelwensen en -grenzen, zoals een reanimatiewens. De centrale vraag was of één gestandaardiseerde informatievraag over vastgelegd reanimatiebeleid kon worden beantwoord met gegevens uit drie zorgdomeinen: ziekenhuiszorg, de VVT en huisartsenzorg.
Voor de beproeving gebruikten de onderzoekers gesimuleerde datasets, in combinatie met onder meer open EHR, Semantic Web Technology en de KIK-V-ontologie. De uitkomst was positief: gegevens uit de verschillende bronnen konden op een uniforme manier worden bevraagd. De proef is nog niet uitgevoerd met echte bronsystemen. Ook de architectuur van CumuluZ zelf, die nog in ontwikkeling is, is niet rechtstreeks getest. Wel is onderzocht of de gebruikte aanpak aansluit bij de beoogde architectuur van CumuluZ. Dat bleek het geval.
Van proef naar praktijk
De volgende stap is om de aanpak met echte bronsystemen te testen en daarbij softwareleveranciers uit verschillende zorgsectoren te betrekken. Daarnaast adviseren de onderzoekers om een gezamenlijk toekomstbeeld te ontwikkelen voor de verhouding tussen CumuluZ en KIK-V. Zo kunnen partijen voorkomen dat zorgorganisaties verschillende voorzieningen naast elkaar moeten implementeren en beheren voor vergelijkbare doelen.
Ook de kwaliteit van gegevens aan de bron vraagt aandacht. Hergebruik is afhankelijk van een goede en eenduidige registratie in het zorgproces. Secundaire informatievragen kunnen helpen om die kwaliteit te verbeteren. Een systeem kan bijvoorbeeld controleren of vastgelegde informatie over reanimatiebeleid voldoet aan de geldende standaard. Daarmee kan dezelfde registratie bruikbaar zijn voor de directe zorg én voor latere rapportages.
Structureel organiseren van samenwerking
Naast de technische uitwerking moet duidelijk worden hoe de samenwerking structureel wordt georganiseerd. Een van de mogelijkheden die wordt verkend, is een secundaire datacommunity waarin betrokken partijen gezamenlijk aan verdere ontwikkeling en toepassing werken. Daarbij moeten landelijke en regionale ontwikkelingen op elkaar aansluiten. Regionale samenwerkingen willen op korte termijn resultaten boeken, terwijl landelijke voorzieningen en afspraken meer tijd vergen.
Voor zorgprofessionals verandert er op korte termijn nog weinig. Het onderzoek biedt vooral een eerste aanwijzing dat gegevens uit verschillende zorgsectoren met een gezamenlijke aanpak kunnen worden bevraagd. Of en hoe dit in de dagelijkse praktijk toepasbaar wordt, moet blijken uit vervolgproeven met echte gegevens en systemen.
De praktijkproef met Proactieve Zorgplanning (PZP) sluit aan bij bredere ontwikkelingen rond databeschikbaarheid voor proactieve zorgplanning. Ook binnen andere samenwerkingen wordt gewerkt aan het eenduidig vastleggen en beschikbaar maken van informatie over behandelwensen en -grenzen. We schreven daarover in ons magazine dat 23 oktober verscheen.
Referenties
Onderzoek ‘Samenhang CumuluZ en KIK-V’
Voeg ICT&health toe aan Google
Toon meer content van ICT&health in Google Zoeken.