Obstructieve slaapapneu (OSA) treft wereldwijd bijna 1 miljard volwassenen en legt een aanzienlijke druk op zowel de gezondheidszorg als de arbeidsproductiviteit. De routinematige follow-up richt zich echter nog altijd voornamelijk op de apnea–hypopnea index (AHI) en technische uitlezingen van positive airway pressure (PAP)-therapie. Daarmee blijft de daadwerkelijke patiëntbeleving vaak onderbelicht.
Voor niet-PAP-therapieën, zoals mandibulaire repositieapparaten, hypoglossale zenuwstimulatie en positietherapie, ontbreekt gestructureerde monitoring in veel gevallen vrijwel volledig. Dat maakt therapie-aanpassingen afhankelijk van subjectieve symptomen en trial-and-error. Een patiëntgericht en gestructureerd framework kan helpen digitale tools te ontwikkelen die bruikbare, inzichtelijke en betekenisvolle digitale biomarkers opleveren voor patiënten, zorgprofessionals en zorgsystemen.
De uitdaging: werkt de behandeling écht?
OSA is een chronische aandoening waarbij terugkerende ademstops de slaap ernstig verstoren. Dit leidt tot niet-herstellende slaap, slaperigheid overdag, vermoeidheid, concentratieproblemen en verhoogde gezondheidsrisico’s op lange termijn. Nu de prevalentie blijft stijgen richting één miljard volwassenen wereldwijd, groeit de urgentie van effectieve digitale monitoring.
De AHI geldt al jaren als gouden standaard, maar één getal kan nooit volledig verklaren hoe patiënten functioneren of zich voelen. PAP-apparatuur genereert weliswaar datapunten, maar beantwoordt niet altijd de kernvraag voor zowel patiënt als zorgverlener: verbetert de behandeling mijn dagelijks leven?
Onderzoek naar ‘betekenisvolle gezondheid’
Om deze kloof te verkleinen voerde het Digital Biomarker Lab van TNO een mixed-methods onderzoek uit, gepubliceerd in JMIR Publications. Daarbij werd gebruikgemaakt van het Digital Measures That Matter-framework, een internationaal erkende methode voor het ontwikkelen van betekenisvolle digitale gezondheidsmetingen.
De centrale vraag is dan ook ‘Wat betekent ‘betekenisvolle gezondheid’ voor mensen met OSA?’ In een online enquête onder 223 mensen met een OSA-diagnose en interviews met patiënten, patiëntvertegenwoordigers en zorgprofessionals (n=11), kwam een duidelijke rode draad naar voren: de patiëntbeleving weegt zwaarder dan één klinische metric.
Uit het onderzoek kwamen de volgende prioriteiten naar voren:
- Betere slaapkwaliteit (46,5%)
- Meer energie overdag (35,6%)
- Verbeterde dagelijkse functionaliteit (25,5%)
- Meer lichamelijke activiteit, zoals wandelen, fietsen en sporten (24,7% te herstellen; 16,5% als gezondheidsdoel)
Voor digitale monitoring gaven deelnemers aan behoefte te hebben aan:
- Metrics die verder gaan dan AHI (36,6%)
- Hogere nauwkeurigheid (20,4%)
- Begrijpelijke, betekenisvolle inzichten (18,3%)
- Actiegerichte feedback (9,2%)
Deelnemers zien daarbij grote meerwaarde in wearables zoals smartwatches, sensoren voor onder het matras en smartrings, vanwege gebruiksgemak en dagelijkse toepasbaarheid. Dat onderstreept de noodzaak om digitale slaapapneumonitoring te richten op uitkomsten die patiënten daadwerkelijk merken in hun dagelijks functioneren.
Van data naar toepasbare inzichten
Digitale monitoring heeft alleen waarde als patiënten de informatie begrijpen en kunnen toepassen. Volgens de deelnemers is behoefte aan:
- Een duidelijk overzicht van hun gezondheidstoestand
- Verschillende informatieniveaus, passend bij gezondheidsvaardigheden
- Heldere aanbevelingen: moet ik follow-up zoeken, en zo ja, welke zorg is gepast?
Gebruiksvriendelijke digitale dashboards en toegankelijk taalgebruik zijn daarmee cruciaal voor succesvolle implementatie van digitale biomarkers in de OSA-zorg.
Een gedeelde visie
Het onderzoek wordt breed onderschreven door stakeholders binnen het OSA-veld. “Eindelijk worden we gehoord”. Sandra Houtepen, patiëntenvertegenwoordiger van ApneuVereniging, noemt het onderzoek een keerpunt: “Alleen de patiënt kan voelen of de therapie succesvol is! Vermoeidheid en concentratieproblemen worden vaak genegeerd als de AHI laag is. Dit onderzoek zorgt ervoor dat wij eindelijk worden gehoord.”
Ook vanuit medisch oogpunt klinkt steun. Prof. Sebastiaan Overeem (Kempenhaeghe) benadrukt dat digitale hulpmiddelen besluitvorming moeten ondersteunen: “Het gaat niet om meer data verzamelen, maar om de juiste dingen meten en die vertalen naar informatie die patiënten en clinici helpt beslissingen te nemen.”
Voor bedrijven zoals SomnoMed bieden de bevindingen richting voor productontwikkeling. Wubbien Kliphuis, Marketing Director Europe, stelt: “47% van de deelnemers geeft prioriteit aan hoe zij zich voelen. Wij bouwen digitale zorgpaden die patiënten actieve deelnemers maken en real-time feedback geven.”
Dr. Nina Haring, hoofdonderzoeker bij TNO, wijst op het belang van een methodische aanpak: “Starten bij wat patiënten belangrijk vinden verkleint ontwikkelrisico’s en voorkomt dat digitale tools slechts digitale versies van bestaande klinische maten worden.”
Vervolgstappen in de praktijk
TNO voert momenteel een onderzoek naar digitale monitoring bij slaapapneu uit binnen het Zaans Medisch Centrum (lopend tot juni 2026). Daar wordt de haalbaarheid onderzocht van thuismonitoring met twee apparaten en een app, evenals welke digitale biomarkers het meest waardevol zijn bij de start van de behandeling.
Met een aanpak waarin patiëntenparticipatie vanaf het begin centraal staat, en in combinatie met discovery, validatie en data-infrastructuur, ondersteunt het TNO Digital Biomarker Lab partners bij het ontwikkelen van digitale biomarkers die robuust, interpreteerbaar en toepasbaar zijn in zowel klinisch onderzoek als zorgpraktijk.