De inzet van digitale hulpmiddelen in de ouderenzorg groeit snel. Bedsensoren, heupairbags, dwaalsensoren en andere zogenoemde digitaal hybride toepassingen – met een fysieke én digitale component – moeten bijdragen aan verlichting van de werkdruk. In de praktijk blijkt echter dat deze middelen vaak niet goed met elkaar communiceren. Daardoor stijgt de administratieve en organisatorische druk op zorgverleners juist. Dat stellen Sophie van Baalen, Isabelle Tilleman en Carine van Oosteren (werkzaam bij TNO) in editie 5, 2025 van ICT&health.
Zij beschrijven hoe zorgverleners alarmen ontvangen via verschillende systemen en apparaten die niet onderling gekoppeld zijn. Het gevolg: medewerkers lopen met meerdere devices rond, verliezen het overzicht en moeten voortdurend meldingen prioriteren. De technologie die bedoeld is om werk uit handen te nemen, creëert zo nieuwe complexiteit.
In opdracht van het ministerie van VWS onderzocht TNO de communicatieproblemen tussen digitaal hybride zorgtoepassingen in de intramurale langdurige zorg. Daarbij werden interviews gehouden met zorgaanbieders, leveranciers en andere betrokken partijen, en bestaande rapportages geanalyseerd.
De conclusie: het interoperabiliteitsvraagstuk is niet louter technisch. Beleidsmatige, organisatorische en financiële randvoorwaarden zijn minstens zo bepalend. De zorgmarkt is gefragmenteerd, met veel stakeholders en uiteenlopende belangen. Er ontbreekt regulering die interoperabiliteit afdwingt, écht open platforms zijn schaars en er is geen gelijk speelveld voor innovatieve toepassingen. Daarnaast spelen onduidelijkheden rond de reikwijdte van de Medical Device Regulation (MDR), beperkte kennis en vraagarticulatie bij zorginstellingen, financiële beperkingen en gebruiksvriendelijkheidsproblemen een rol.
Integraal cliëntbeeld als toekomstbeeld
Het artikel schetst een toekomstbeeld waarin data uit verschillende bronnen samenkomen in een integraal cliëntbeeld – een soort Digital Twin. Sensorinformatie, observaties en aantekeningen van zorgverleners worden daarin gecombineerd. Het systeem geeft automatisch aan welk alarm prioriteit heeft en om welk type melding het gaat. Dat moet leiden tot beter overzicht en meer persoonsgerichte zorg.
Dit toekomstbeeld vergt een structureel andere aanpak van interoperabiliteit: op basis van databeschikbaarheid. De auteurs kijken daarvoor niet alleen naar de Nederlandse situatie, maar ook naar internationale voorbeelden.
Wereldwijde vergrijzing
De dubbele vergrijzing – een groeiend aandeel 65-plussers én een toename van het aantal 80-plussers – zet zorgsystemen wereldwijd onder druk. De behoefte aan zorg groeit sneller dan het aanbod van personeel. Technologie wordt daarom gezien als een belangrijke hefboom.
Japan geldt als voorloper en voorbeeld. Daar stimuleert de overheid al sinds de jaren negentig actief de inzet van robotica, sensoren en AI in de ouderenzorg. Met de visie Society 5.0 wordt digitale technologie diep geïntegreerd in het dagelijks leven. Telemedicatie, wearables en monitoring moeten ouderen langer zelfstandig laten wonen.
Ook Duitsland en Zweden investeren meer in digitale zorg, al verschilt het tempo. Duitsland werkt via het programma Gemeinsam Digital aan digitalisering richting 2030. Zweden experimenteert onder meer met dementiedorpen en slimme woonconcepten zoals SilviaBo, waar sensoren bewegingspatronen en vitale functies monitoren.
Deze internationale voorbeelden benadrukken dat grootschalige digitalisering in de ouderenzorg een langdurige, geïntegreerde aanpak vereist.
Interoperabiliteit op beleidsagenda
In Nederland staat interoperabiliteit inmiddels nadrukkelijk op de beleidsagenda. In het Integraal Zorgakkoord (IZA), het IZA Uitvoeringsakkoord gegevensuitwisseling en de Nationale Visie en Strategie voor het gezondheidsinformatiestelsel (NVS) spelen digitalisering en gegevensuitwisseling een centrale rol. Het Twiin-afsprakenstelsel is de plek voor het vastleggen en beheren van geharmoniseerde vertrouwensafspraken in de zorg.
Toch blijft de praktijk weerbarstig. Het groeiende aanbod van digitale hulpmiddelen leidt nog niet tot de beoogde efficiëntieslag.
Lessen uit andere sectoren
Een belangrijke manier om tot deze slag te komen, is het inrichten van een afsprakenstelsel. Zo’n stelsel bevat gezamenlijke spelregels over techniek, architectuur, standaarden, governance en financiering.
Andere sectoren hebben hier al ervaring mee. In de bouw- en technieksector (DSGO) en de logistiek (BDI) zijn afsprakenstelsels opgezet om data-uitwisseling tussen veel kleine partijen te stroomlijnen. In het onderwijs fungeert EDU-V als keurmerk voor veilige en gestandaardiseerde gegevensuitwisseling. In de energiesector wordt gewerkt met een gestandaardiseerde semantische basis – een gezamenlijke ‘taal’ – om slimme apparaten te koppelen.
De rode draad: interoperabiliteit vraagt om sectorbrede samenwerking, duidelijke afspraken en duurzaam beheer. Cruciaal daarbij is zogenoemde credible commitment: alle partijen moeten vertrouwen hebben in het stelsel en zich langdurig willen verbinden.
Gezamenlijke randvoorwaarden
De auteurs concluderen dat digitaal hybride technologie in de verpleeghuiszorg potentieel waardevol is, maar dat de huidige praktijk zorgverleners vooral belast met het reageren op gefragmenteerde meldingen. Om dit te doorbreken moeten marktregulering, afnemersondersteuning, gebruiksvriendelijkheid en financiering gezamenlijk worden aangepakt binnen een gedragen afsprakenstelsel.
Het volledige artikel is te lezen in editie 5, 2025 van ICT&health en via het online magazine.