Tijdens The Female Night Watch in het Mauritshuis kwamen kunst, medische wetenschap en technologie samen. De centrale boodschap: zonder representatief onderzoek en goede data blijft de gezondheid van vrouwen een blinde vlek. Een museumdirecteur die vertelt over kunstgeschiedenis. Een zaal vol vrouwelijke leiders en een kunstwerk dat bewust verwijst naar Rembrandts beroemde Nachtwacht. Op het eerste gezicht lijken kunst, technologie en vrouwengezondheid weinig met elkaar te maken te hebben. Toch delen ze een belangrijke overeenkomst: wat niet zichtbaar is, krijgt minder aandacht.
Tijdens The Female Night Watch, een initiatief van Stichting Topvrouwen Nederland, stond daarom niet alleen de positie van vrouwen in het bedrijfsleven centraal, maar ook de vraag waarom de gezondheid van de helft van de bevolking nog altijd onvoldoende wordt onderzocht. Martine Gosselink, algemeen directeur van het Mauritshuis, vertelde hoe nieuwe inzichten onze blik op kunst en geschiedenis kunnen veranderen. Een gedachte die ook opgaat voor de medische wetenschap: jarenlang is vooral vanuit het mannelijke lichaam gedacht en onderzocht.
Initiatiefnemer Carmen Breeveld wil met The Female Night Watch, het zusje van Rembrandts Nachtwacht, vrouwelijke topvrouwen zichtbaar maken. Het werk toont 22 vrouwen die een belangrijke rol spelen in politiek, bedrijfsleven, wetenschap en maatschappij. Tijdens het afsluitende diner werd de veiling van het kunstwerk geopend. De veiling is nog gaande en de uiteindelijke opbrengst komt ten goede aan onderzoek naar vrouwengezondheid.
De medische wetenschap kijkt nog te vaak door een mannelijke bril
Naast zichtbaarheid kwam ook onze kennis over de gezondheid van het vrouwenlichaam ter sprake. Angela Maas was jarenlang cardioloog en hoogleraar cardiologie en benadrukte dat de gezondheidszorg nog altijd grotendeels is gebaseerd op het mannelijke lichaam als norm. Dat werkt door in wetenschappelijk onderzoek, medische richtlijnen en de opleiding van artsen. Vrouwen kunnen andere symptomen hebben, anders reageren op behandelingen en andere risicofactoren kennen. Toch zijn die verschillen nog niet vanzelfsprekend onderdeel van de dagelijkse zorg.
Het gevolg is dat klachten niet altijd tijdig worden herkend en vrouwen soms jarenlang met onbegrepen klachten rondlopen. Ook de werking van het immuunsysteem en de invloed van geslachtshormonen op de gezondheid vragen om meer onderzoek.
Maas wees daarnaast op de invloed van sociale omstandigheden. Armoede, de zorg voor een gezin en huiselijk of seksueel geweld kunnen langdurige gevolgen hebben voor de gezondheid. Zorgprofessionals moeten daarom verder kijken dan de directe klacht en leren om ook achterliggende problemen bespreekbaar te maken.
Haar oproep was duidelijk: vrouwen moeten hun klachten serieus nemen en aan de bel blijven trekken als zij zich niet gehoord voelen. Tegelijkertijd moeten zorgverleners beter luisteren en alert zijn op hun eigen vooroordelen. Meer onderzoek is noodzakelijk, maar nieuwe kennis moet ook daadwerkelijk haar weg vinden naar de spreekkamer.
Zonder goede data geen slimme zorg
Dat de achterstand in vrouwengezondheid ook een innovatievraagstuk is, kwam nadrukkelijk naar voren tijdens het panelgesprek onder leiding van moderator Melly Wilkins. Aan het gesprek namen Nicolette Duin (TNO), Katherina Martin Abello (Philips), Sandy Grishaver-Kalisingh (NWO), Hanneke Takkenberg (Erasmus MC) en Judith Huirne (Amsterdam UMC) deel.
Een belangrijk punt was de beperkte financiering van onderzoek naar vrouwengezondheid. Tijdens het gesprek werd genoemd dat ongeveer één procent van het onderzoeksbudget hieraan wordt besteed. Die achterstand werkt door in de zorgpraktijk, bijvoorbeeld wanneer verschillen in symptomen of risicofactoren onvoldoende worden meegenomen in diagnostiek en behandeling.
De opkomst van kunstmatige intelligentie maakt dit extra relevant. AI-systemen leren van de gegevens waarmee ze worden getraind. Als vrouwen daarin onvoldoende vertegenwoordigd zijn, bestaat het risico dat digitale toepassingen minder goed aansluiten bij hun gezondheid en behoeften. Een algoritme kan immers alleen leren van de data die het krijgt.
Technologie lost bestaande ongelijkheid niet vanzelf op. Zonder representatieve gegevens kunnen oude blinde vlekken worden doorgegeven aan een nieuwe generatie zorginnovaties.
Technologie biedt kansen, mits de data kloppen
Tegelijkertijd biedt technologie mogelijkheden om zorg persoonlijker te maken. Binnen Philips wordt onder meer gewerkt aan connected care en monitoring buiten het ziekenhuis. Een wearable zoals de ePatch kan gedurende maximaal veertien dagen hartritmegegevens verzamelen terwijl iemand haar dagelijkse activiteiten voortzet. Daarmee ontstaat aanvullende informatie over de gezondheid van een patiënt buiten de klinische omgeving.
Tijdens het panel kwam ook het idee van een ‘digitale vrouw’ aan bod: een digitaal model op basis van biometrische gegevens van grote groepen vrouwen. Zo'n model zou in de toekomst kunnen bijdragen aan persoonlijkere zorg en monitoring.
Daarvoor is wel een belangrijke voorwaarde: de gegevens moeten afkomstig zijn van een diverse en representatieve groep vrouwen. Ook vertrouwen, transparantie en duidelijke afspraken over het gebruik van gezondheidsdata zijn essentieel. Anders dreigt technologie die technisch geavanceerd is, maar in de praktijk niet voor iedereen even goed werkt.
Vrouwengezondheid is geen vrouwenzaak alleen
Een andere boodschap uit het panel was dat vrouwengezondheid niet uitsluitend door vrouwen op de agenda moet worden gezet. Ook mannelijke bestuurders, onderzoekers en beleidsmakers moeten verantwoordelijkheid nemen. Juist bij beslissingen over onderzoeksbudgetten, innovatie en de inrichting van de zorg moet aandacht zijn voor verschillen tussen mannen en vrouwen. Dat vraagt om samenwerking tussen disciplines en sectoren, maar ook om de bereidheid om bestaande aannames ter discussie te stellen. Breeveld koppelde die gezamenlijke verantwoordelijkheid aan haar ambitie om iedereen ambassadeur te maken voor vrouwengezondheid.

Eerst zichtbaar, dan beter begrijpen
De overeenkomst tussen de kunst in het Mauritshuis en de discussie over vrouwengezondheid is uiteindelijk eenvoudig: onze blik verandert wanneer nieuwe informatie beschikbaar komt. In de zorg wordt technologie steeds slimmer, maar de eerste vraag blijft wie er in onderzoek en data wordt meegenomen.
The Female Night Watch maakt vrouwen zichtbaar op het doek. De volgende stap is volgens de deelnemers om ervoor te zorgen dat zij ook veel meer zichtbaar zijn in wetenschappelijk onderzoek, medische richtlijnen en digitale innovaties.
Dat vraagt om investeringen, samenwerking en de bereidheid om bestaande werkwijzen te veranderen. Want de belangrijkste innovatie begint misschien niet bij de nieuwste wearable of het slimste algoritme, maar wel bij beter kijken naar wie we tot nu toe over het hoofd hebben gezien.
Voeg ICT&health toe aan Google
Toon meer content van ICT&health in Google Zoeken.