Uitkomstinformatie in de ggz: van klacht naar kracht
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
Cliënten in de ggz kijken niet op van het gebruik van een vragenlijst in de behandeling. ROM bestaat al een jaar of tien in deze sector. “Gebruik je dit goed, dan vertaalt dat zich in betere behandeluitkomsten”, aldus Margot Metz, senior onderzoeker bij GGz Breburg. Cliënten en behandelaars hebben baat bij de ROM-tool die de zorg helpt te verbeteren en houvast biedt.
Wie een depressie, een angst-, persoonlijkheidsstoornis of andere psychische klachten heeft, wil allereerst deskundige psychische hulp. Als de eerste psychische nood is gelenigd en er een behandeltraject volgt, komt de vraag: werkt het? In de specialistische ggz is daarop een antwoord te geven dankzij de inzet van ROM, Routine Outcome Monitoring: het meten van de uitkomsten in de behandeling. Dit houdt in dat de cliënt met enige regelmaat een vragenlijst invult. De vragenlijst past bij het ziektebeeld en bij de behandeldoelen.
De data van al die ingevulde vragenlijsten bieden uitkomstinformatie, die op meerdere manieren is te gebruiken. Dankzij uitkomstinformatie zijn zorgverlener en cliënt beter in staat om een passende behandelkeuze te maken. De cliënt kijkt door het invullen van vragenlijsten in een spiegel, kan zich door de tijd heen een beeld vormen van zijn voortgang en kan beter meepraten over zijn behandeling. Daarnaast kan een team ervan leren door te kijken naar opvallende trends in de informatie.
Margot Metz weet als geen ander wat belangrijke voorwaarden zijn voor het goed invoeren van ROM in een ggz-instelling. Zij stond aan de wieg van Routine Outcome Monitoring bij GGz Breburg, een grote aanbieder van specialistische ggz in Midden- en West-Brabant. “De toenmalige bestuurder vond het belangrijk om uitkomstinformatie op de agenda te zetten, onder het motto: meten is zinvol. Inmiddels hebben bijna alle ggz-instellingen een ROM-applicatie. Regelmatig komt dat neer op het beschikbaar stellen van een vragenlijst in een ICT-applicatie. Maar dan is ROM niet ingevoerd vanuit een breed gedragen behandelinhoudelijke visie.”
Als je ROM goed wil invoeren, maak je per centrum afspraken over de te gebruiken vragenlijsten en de frequentie van meten, aldus Metz. Bij een kortlopende behandeling kan het zinvol zijn om met korte tussenperiodes een vragenlijst aan te bieden, bijvoorbeeld elke maand of elk kwartaal. Bij een langer traject kan één- of tweemaal per jaar meten voldoende zijn. Als je een zinvolle ROM afspreekt, kan het percentage ingevulde vragenlijsten oplopen tot 85 procent.
Metz: “De meeste van onze cliënten zijn positief over ROM, mits de uitslag natuurlijk gebruikt wordt in de behandeling. Het rapport geeft hen letterlijk iets in handen waar ze iets mee kúnnen. ROM gaat niet alleen over de klacht die mensen ervaren, maar ook over de kracht die mensen kunnen hervinden. Daarnaast zijn afspraken nodig over wat je met de uitkomstinformatie doet. Hoe zet je die in om de cliënt een passende behandeling te bieden én als team de behandelingen en werkprocessen verder te verbeteren?”
Er zijn meerdere ROM-applicaties op de markt. GGz Breburg koos in 2008 voor Philips VitalHealth QuestManager. Dit is een applicatie voor het uitvoeren van diagnosemetingen, kwaliteitsmetingen en uitkomstmetingen. De zorgverlener kan de data gebruiken bij consultvoorbereiding, gedeelde besluitvorming of voor het verrichten van kwaliteitsgericht en wetenschappelijk onderzoek. De applicatie wordt niet alleen gebruikt in de ggz, maar ook in de somatische gezondheidszorg.
Bij GGz Breburg beschikt de behandelaar via QuestManager over een groot aantal gevalideerde vragenlijsten, die hij kan klaarzetten voor een cliënt op een vastgesteld moment. Een voorbeeld van zo’n vragenlijst is de I.ROC. Dit is een instrument om de uitkomsten van het herstel van de cliënt te meten. Op twaalf onderdelen wordt gevraagd naar het symptomatisch, maatschappelijk en persoonlijk herstel van de cliënt. Dat loopt uiteen van de geestelijke gezondheid, lichamelijke gezondheid, zingeving en levensdoelen, zelfmanagement tot hoopvol zijn over de toekomst.
Zowel de afname als de weergave via een spinnenweb zijn sterk visueel opgezet, wat uitnodigend werkt bij het invullen en het gebruik van de uitkomsten voor het opstellen en evalueren van hersteldoelen. “Cliënten zijn regelmatig trots op hun eigen spinnenweb”, weet Metz.
Het QuestManager-dashboard biedt de zorgverleners van GGz Breburg in één oogopslag een schat aan informatie. Na een instructie gaat het werken met de applicatie hen goed af. Behalve de ondersteuning van Philips VitalHealth bij het updaten en inrichten van QuestManager is expertise ‘in huis’ een belangrijke voorwaarde voor het gebruik van QuestManager.
Metz hecht eraan om de vragen en wensen van collega-zorgverleners direct op te pakken. “Als een verpleegkundige belt met een vraag over het klaarzetten van een vragenlijst, is het belangrijk om gelijk te kunnen helpen. Het zijn vaak kleine acties, maar de relevantie is groot. Door de gesprekken die zo ontstaan, haal ik weer informatie op die kan helpen om een meetmethode verder te verfijnen.”
Een volgende stap is dat de cliënt de eigen ROM op eigen initiatief kan inzien en ook zélf kan bepalen wanneer hij een vragenlijst wil invullen. Dit laatste vraagt om aanpassing van de applicatie en koppeling met het cliëntportaal.
“Daar zijn we nu mee bezig”, vertelt Metz, “samen met Philips VitalHealth en Karify, de leverancier van ons cliëntportaal. Het achterliggende idee is dat we de cliënt meer regie willen bieden in zijn eigen ROM en daarmee ook op zijn behandelproces. De ene cliënt kan eerder toe zijn aan de volgende vragenlijst dan de ander. Dat maatwerk past bij onze visie op samen beslissen. Vanouds denken veel cliënten in de ggz: ‘de behandelaar weet het vast het beste’.”
Inmiddels vindt iedereen volgens Metz dat je een cliënt gelijkwaardig moet bejegenen. Maar echt samen beslissen vraagt dat je als zorgverlener meerdere opties bespreekt en openhoudt, en samen met de cliënt en diens naaste de dialoog aangaat om de meest passende behandelkeuze te maken. Vaak zien we nog dat de cliënt binnen vaste behandellijnen belandt. De informatie uit de vragenlijsten helpt de cliënt om een gelijkwaardiger partner in de behandeling te worden.
Deze aanpak van GGz Breburg sluit naadloos aan op wat in de nieuwe WGBO (Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst) doorklinkt: de plicht tot overleg met als doel samen beslissen. Gezamenlijke besluitvorming in de ggz is mogelijk, bleek uit promotieonderzoek van Metz. Als je maar goed kijkt naar welke rol bij de cliënt past en wat hij hierbij nodig heeft. Het gaat om maatwerk en begint ermee dat samen beslissen onderwerp van gesprek is op het moment dat behandelaar en cliënt aan tafel zitten.
Uitkomstgericht werken in de ggz is misschien niet nieuw, de manier waarop ROM wordt ingezet, is wel degelijk veranderd. GGz Breburg liep voorop met de inhoudelijke invoering van ROM, samen met een tiental andere instellingen in SynQuest-verband.
Metz blikt terug: “Het streven was om uitkomsten te gebruiken ter verbetering van de behandeling, met vragenlijsten die relevant waren voor een specifieke groep cliënten op specifieke momenten. ROM werd steeds meer gemeengoed. Maar toen de zogenoemde benchmark opkwam, moest de uitkomstinformatie ook gaan dienen als hulpmiddel bij de zorginkoop. Zorgverzekeraars wilden zo meer grip krijgen op kwaliteit en kosten van de zorg. Maar als je verplicht generiek moet gaan meten, levert dat geen zinvolle informatie voor de cliënt en behandelaar in de behandeling op. Daardoor kreeg ROM een slechte naam in het veld, omdat het enkel werd gezien als administratieve last. Men wilde zich er niet meer aan verbinden.”
Haar devies: zet ROM dicht bij de praktijk in, gebruik het als inhoudelijk kwaliteitsinstrument en zet het op maat in als informatiebron voor cliënten en behandelaars. Belangrijk is dat cliënten, behandelaars en teams samen de uitkomsten interpreteren, dicht bij de behandelpraktijk, zodat cijfers niet een eigen leven gaan leiden.