E-health literacy en de relatie met consumptie van zorg
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
Over het belang van goede health literacy, het begrijpen en verwerken van gezondheidsinformatie en communicatie hierover, bestaat weinig discussie. Het stelt patiënten in staat om beter geïnformeerde keuzes te maken en draagt bij aan gezamenlijke besluitvorming. Daarnaast wordt aangenomen dat mensen met een hogere health literacy eerder geneigd zijn preventieve maatregelen te nemen en bewuster omgaan met zorggebruik.
Met de opkomst van digitale zorg ontstaat ook een nieuwe dimensie: e-health literacy. Dit betreft de vaardigheden die nodig zijn om digitale informatie te vinden, te begrijpen en toe te passen binnen de zorg.
Onderzoek van Schulz en collega’s richtte zich op de relatie tussen e-health literacy en zorgconsumptie, gemeten aan de hand van het aantal huisartsbezoeken. De studie werd uitgevoerd onder babyboomers in Nieuw-Zeeland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.
Uit de analyse blijkt dat er geen directe relatie is tussen e-health literacy en het aantal huisartsbezoeken. Wel zijn er indirecte verbanden. Zo leidt een hogere e-health literacy tot meer online zoeken naar gezondheidsinformatie. Dit verhoogt het gevoel van ‘empowerment’ bij patiënten, wat vervolgens samenhangt met een grotere bereidheid om een huisarts te consulteren.
Deze bevinding suggereert dat patiënten met voldoende digitale vaardigheden beter in staat zijn om te bepalen wanneer zorg nodig is en wanneer zelfzorg volstaat.
De indirecte relatie tussen e-health literacy en zorggebruik is een belangrijk inzicht. Het laat zien dat digitale vaardigheden niet automatisch leiden tot minder zorggebruik, maar eerder tot beter afgestemde zorgconsumptie.
Volgens de onderzoekers is dit een aanwijzing dat patiënten met een hogere e-health literacy effectiever gebruikmaken van beschikbare informatie en zorgvoorzieningen. Zij weten beter wanneer het zinvol is om medische hulp in te schakelen.
Vervolgonderzoek is nodig om andere factoren in kaart te brengen die deze relatie beïnvloeden.
Waar digitale communicatie in het dagelijks leven vanzelfsprekend is, blijft de toepassing in de zorg nog achter. Tools zoals WhatsApp, Facebook en andere communicatiemiddelen worden nog beperkt ingezet voor patiëntenzorg.
Ook collaborative writing applications, zoals Google Docs, bieden mogelijkheden voor de zorg. Deze tools maken het mogelijk om gelijktijdig met meerdere gebruikers aan documenten te werken, bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van behandelprotocollen of informatiemateriaal.
Uit eerder onderzoek bleek dat dergelijke tools steeds vaker worden gebruikt, onder meer voor het opleiden van zorgverleners en het delen van medische informatie.
Een recente Cochrane-review, waarin 99 studies werden geanalyseerd, laat zien dat het gebruik van deze toepassingen toeneemt. Tegelijkertijd is het moeilijk om de effecten ervan volgens de hoogste wetenschappelijke standaarden vast te stellen.
Dit komt onder andere doordat deze technologieën zich snel ontwikkelen en voortdurend veranderen, zelfs tijdens onderzoeksperiodes. Hierdoor is het lastig om consistente en reproduceerbare resultaten te verkrijgen.
Hoewel digitale tools zoals collaborative writing applications en andere e-health toepassingen steeds vaker worden ingezet, is er nog onvoldoende bewijs voor hun effect op zorguitkomsten.
Wel is duidelijk dat e-health literacy een belangrijke rol speelt in hoe patiënten omgaan met informatie en zorg. Het versterken van deze vaardigheden kan bijdragen aan beter afgestemde zorgconsumptie en meer regie voor de patiënt.