Technology Partnerships
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
Steeds meer ziekenhuizen kiezen voor lease- en huurconstructies met technologieleveranciers zoals Siemens, Philips, Toshiba en GE Healthcare. De reden is duidelijk: toegang tot state-of-the-art technologie zonder grote investeringspieken. Deze samenwerking krijgt vaak vorm via zogenoemde Managed Equipment Services (MES) of bredere Technology Partnership-contracten.
De vraag die daarbij opkomt is of deze constructies een oplossing bieden, of juist leiden tot ongewenste afhankelijkheid van leveranciers.
MES-contracten zijn gericht op het ontzorgen van ziekenhuizen. Leveranciers stellen apparatuur langdurig beschikbaar, vaak voor een periode van tien tot vijftien jaar. In ruil daarvoor betaalt het ziekenhuis een maandelijkse vergoeding, waarin gebruik, onderhoud en vervanging zijn inbegrepen.
Technology Partnerships gaan vaak een stap verder en omvatten ook samenwerking op het gebied van innovatie en research & development. Deze contracten zijn flexibeler van aard en kunnen verschillende vormen aannemen.
Voor ziekenhuizen bieden deze contracten zekerheid over toegang tot passende technologie en voorspelbare kosten. Voor leveranciers zorgen ze voor langdurige samenwerking en omzetzekerheid, wat investeringen in innovatie mogelijk maakt.
Een goed contract vraagt om intensieve samenwerking en afstemming. Het gaat niet alleen om de nieuwste technologie, maar vooral om technologie die past bij de behoeften van het ziekenhuis.
Een belangrijk aandachtspunt is de looptijd. Contracten van tien tot vijftien jaar brengen onzekerheden met zich mee. Ontwikkelingen in technologie, zorgvraag en regelgeving zijn moeilijk te voorspellen.
Daarom is flexibiliteit essentieel. Contracten moeten ruimte bieden om in te spelen op veranderingen, zonder dat dit ten koste gaat van de belangen van beide partijen. Dit vraagt om duidelijke governance, periodieke evaluaties en de mogelijkheid om afspraken bij te stellen.
Technology Partnerships leiden onvermijdelijk tot een zekere mate van afhankelijkheid. Ziekenhuizen geven leveranciers een voorkeurspositie, wat de keuzevrijheid kan beperken.
Het is daarom belangrijk om te voorkomen dat ziekenhuizen in een te strak keurslijf terechtkomen. Bijvoorbeeld door het vermijden van strikte afnameverplichtingen en door ruimte te behouden om systemen van andere leveranciers te kiezen.
Een belangrijk thema binnen deze samenwerkingen is het gebruik van data. Leveranciers hebben vaak interesse in het analyseren van gebruikersgegevens, bijvoorbeeld voor onderhoud of verdere ontwikkeling van systemen.
Dit vraagt om duidelijke afspraken over datagebruik. Zeker wanneer het gaat om medische persoonsgegevens, moeten ziekenhuizen zorgvuldig omgaan met wet- en regelgeving. Niet alle toepassingen, zoals big data-analyses, zijn zomaar toegestaan.
De beveiliging van systemen is een ander cruciaal aandachtspunt. Moderne apparatuur is vaak verbonden met zowel het ziekenhuisnetwerk als externe systemen van leveranciers.
Dit brengt risico’s met zich mee, bijvoorbeeld op het gebied van cyberveiligheid. Heldere afspraken over verantwoordelijkheden zijn noodzakelijk. Tegelijk blijft het ziekenhuis zelf eindverantwoordelijk voor de bescherming van patiëntgegevens en moet het passende technische en organisatorische maatregelen nemen.
Technology Partnerships zijn geen wondermiddel, maar ook geen risico op zichzelf. Ze bieden ziekenhuizen de mogelijkheid om toegang te houden tot moderne technologie en tegelijkertijd kosten voorspelbaar te houden.
Succesvolle toepassing vraagt echter om een zorgvuldige afweging. Ziekenhuizen moeten goed nadenken over hun strategie, de gewenste mate van samenwerking en de implicaties op lange termijn.
De kernvraag blijft: past deze vorm van samenwerking bij de organisatie en haar toekomstvisie?
MES/TP-contracten zijn geen wondermiddel maar ook geen ‘giftige pil’. Toegegeven, dergelijke contracten leiden tot een langjarige, stevige verbinding tussen leverancier en afnemer, maar dit moet ook niet worden overdreven. Dit soort contracten voorziet in de behoefte van ziekenhuizen om te kunnen blijven beschikken over passende apparatuur tegen voorspelbare kosten. Ziekenhuizen moeten vooral bij zichzelf goed nagaan of een dergelijk contract bij hun specifieke situatie past. Het is zeker niet iets waar te lichtzinnig over gedacht moet worden.
Soms staat het belang van de financiering voorop, bijvoorbeeld omdat het ziekenhuis niet over de financiële middelen beschikt om apparatuur aan te schaffen. Dan wordt vaak gekozen voor een leaseconstructie. Andere ziekenhuizen kiezen juist meer voor het gemak ontzorgd te worden en hebben de financiële middelen om te kiezen voor koop. Andere ziekenhuizen hechten niet veel waarde aan ontzorging en samenwerking en kiezen voor losse koop met losse onderhoudscontracten. Niets iets beter of slechter.
Maar als je voor een samenwerkingsconstructie kiest dan moet het ziekenhuis wel goed nadenken over haar invulling van die samenwerking. Wat verwacht het ziekenhuis daar zelf aan bij te kunnen dragen? Ziekenhuizen kunnen daarom beter niet onder het noemer van partnership een ”louter-afnemen-tegen-een-voor-overeengekomen-korting-overeenkomst” aangaan. Bedenk dat een persoon die namens een ziekenhuis een dergelijk contract sluit, zijn opvolger binnen de raad van bestuur voor voldongen feiten kan stellen. Daarom is het belangrijk om bij het aangaan, maar zeker ook bij de uitvoering van het contract rekening te houden met de strategie van het ziekenhuis op korte (< 1 jaar), middellange (<5 jaar) en lange termijn (>5 jaar).