Smartphones in de zorg veilig ontsluiten op het netwerk
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
Smartphones spelen een steeds grotere rol in onze samenleving en dus ook op de werkvloer in de zorg. Medewerkers nemen hun eigen toestel mee en patiënten en bezoekers maken graag gebruik van het aanwezige WiFi-netwerk. Daarnaast bieden zorginstellingen ook steeds vaker een eigen app aan, als onderdeel van de geboden zorgverlening, met name vanwege de gebruiksvriendelijkheid.
Ondertussen is het voor ziekenhuizen cruciaal dat (patiënt)gegevens en processen niet kwetsbaar zijn voor virussen en hacks, afkomstig van diezelfde smartphones. Hoe kunnen smartphones dan toch veilig worden ontsloten op het netwerk?
Richard Snepvangers werkt als technisch consultant bij Zetacom en is regelmatig in gesprek met zorgorganisaties over de uitdagingen op het gebied van netwerken en security.
Richard Snepvangers, technisch consultant bij Zetacom, geeft een aantal tips voor het veilig ontsluiten van het netwerk in de zorg:
Zorg dat u inzage heeft in het soort apparatuur dat op uw netwerk is aangesloten. Dit is mogelijk door het gebruik van een applicatie, onafhankelijk van het merk netwerkapparatuur dat u gebruikt. Deze applicatie maakt gebruik van ‘fingerprinting’. Hiermee wordt direct inzichtelijk wat voor type apparatuur het betreft en of deze te vertrouwen is.
Wanneer niet-vertrouwde apparatuur wordt aangesloten, wordt netwerktoegang niet toegestaan en direct een alarm verstuurd. Richard geeft aan: “Als je geen inzage hebt, dan weet je ook niet waartegen je je moet beveiligen. Ook de toegang tot bedrade netwerken wil je beveiligen en door de opkomst van IoT weet je minder goed wat er precies is aangesloten. Door inzicht te verkrijgen kun je risico’s afweren of bepaalde apparaten tot een bepaald gedeelte toestaan op het netwerk.”
Op 25 mei 2018 treedt de General Data Protection Regulation (GDPR), de nieuwe Europese wet voor databescherming, in werking. Deze wetgeving draait met name om versterking en uitbreiding van privacyrechten. Eén van de eerste stappen is de beveiliging van persoonsgegevens. Je moet namelijk kunnen aantonen dat je de privacy waarborgt, want misschien is je koelkast wel op zoek naar e-mailadressen.
Het aantal mobiele apparaten zal in de toekomst fors toenemen. Vroeger had iedereen een vast bureautoestel, maar het beleid in zorginstellingen is nu vaak ‘mobiel tenzij’. Naast smartphones zijn dat ook tablets en draadloze handsets.
Een andere ontwikkeling is Internet of Things (IoT): alles is met alles verbonden. Vrijwel alle apparaten die tegenwoordig worden ontwikkeld, hebben een netwerkverbinding. Denk bijvoorbeeld aan de koelkast, het koffiezetapparaat of camera’s. De verwachting is dat er in 2020 zo’n negen miljard IoT-apparaten op het netwerk aangesloten zullen zijn. Dit brengt nieuwe risico’s met zich mee.
Snepvangers: “Als je in het ziekenhuis komt, dan wordt het gastenwifi door iedereen gebruikt. Een verpleegkundige met haar privé smartphone, een bezoeker met zijn laptop of een patiënt met zijn tablet. Iedere gebruiker op het netwerk kan een risico vormen. Aanvallen kunnen van binnenuit komen. Het is dus belangrijk om de beveiliging te verplaatsen richting de gebruikers. Die zitten immers al op het netwerk, met of zonder toegang tot kritische systemen en dossiers. Een firewall naar internet is niet afdoende.”
Door de combinatie van IoT en de toename van het aantal mobiele apparaten op het netwerk wordt het risico groter dat organisaties van binnenuit worden aangevallen.
Snepvangers geeft aan: “Bij de ontwikkeling van deze nieuwe apparaten staat security niet voorop. Veel apparaten worden gemaakt in een opensource community. Dit komt de gebruiksvriendelijkheid ten goede, maar er is nauwelijks aandacht voor security. Nieuwe apps en devices ontsluiten gevoelige patiëntgegevens, maar bieden tegelijk hackers en virussen toegang tot diezelfde bronnen. Met alle gevolgen van dien.”