Virtual Reality in de revalidatie; een kwestie van DOEN!
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
Dat Virtual Reality grote invloed gaat hebben op onze samenleving weten we al een tijdje. De manier waarop we een huis kopen, hoe we met collega’s communiceren of naar een voetbalwedstrijd kijken gaat drastisch veranderen. Ook in de zorg is de potentie van Virtual Reality groot; het wordt in steeds meer gebieden toegepast.
Zo wordt Virtual Reality binnen de revalidatie ingezet als afleiding bij pijn, om gedrag te veranderen, als valpreventie of om patiënten met een dwarslaesie te trainen. Ondanks dat er nog veel meer aan zit te komen profiteren de meeste patiënten nog altijd niet van de mogelijkheden. Tijd om de kansen en uitdagingen op een rijtje te zetten.
Virtual Reality geeft gebruikers door middel van een bril met beelden de illusie ergens anders te zijn, door beelden in drie dimensies te projecteren. Al in 1960 kwam de eerste Virtual Reality headset op de markt. Pas in het laatste decennium heeft Virtual Reality een vlucht genomen door technologische ontwikkelingen zoals spelcomputers en smartphones.
In opkomst zijn ook 360 graden video’s die het mogelijk maken een helikoptervlucht te ervaren, tussen de olifanten te staan of virtuele handelingen te verrichten, zoals het opereren van mensen. Tegenwoordig is Virtual Reality voor vrijwel iedereen beschikbaar. Wie heeft er nou geen ‘brilkartonnetje’ waar je je smartphone in kunt stoppen?
De revalidatiezorg kent specifieke behoeften. Door de opnameduur zijn mensen vaak lang uit hun normale leefomgeving. Voor kinderen betekent dit geen of sterk verminderd contact met klasgenoten of vriendjes en geen klassikaal onderwijs.
Sommige handelingen en therapieën zijn pijnlijk; denk bijvoorbeeld aan fysiotherapeutische handelingen zoals het doorbewegen van gewrichten of het verzorgen van amputatiewonden. Patiënten met niet-aangeboren hersenletsel komen voor uitdagingen te staan in de maatschappij en moeten soms opnieuw wennen aan drukke omgevingen.
Virtual Reality kan in veel van deze gevallen van meerwaarde zijn. Zo wordt het gebruikt om kinderen virtueel in een schoolklas aanwezig te laten zijn, als afleiding bij pijnlijke behandelingen of om mensen voor te bereiden op terugkeer in de maatschappij door bepaalde situaties te beleven, zoals het oversteken van een drukke weg.
Adelante Zorggroep onderzoekt de meerwaarde van Virtual Reality voor revalidatie. Zij experimenteerden eerder met Virtual Reality als afleiding bij pijn, angst en stress bij de verzorging van amputatiewonden.
Patiënte Kim vertelt: “Het schoonmaken van de wond was vreselijk pijnlijk en ik was er zo gespannen voor dat ik zelfs misselijk werd. Op een gegeven moment werd mij door een arts gevraagd of ik wilde deelnemen aan een innovatieve proef met een Virtual Reality bril. Toen ik weer de vervelende schoonmaakbehandeling moest ondergaan, kreeg ik de bril opgezet. Ik kreeg te gekke 3D beelden te zien, alsof ik er midden in zat, zeker met die muziek erbij. Het hielp echt, ik heb totaal geen pijn ervaren. Ik was verbaasd dat de behandeling al klaar was en ik niks had gemerkt. Kun je zien wat emoties voor je pijnbeleving betekenen…”
Technisch gezien is veel meer mogelijk. Neem de Limburgse startup HumanXR, die zich primair richt op fysieke en mentale activatie met behulp van Virtual Reality. Dit concept gaat verder dan het aanbieden van 360 graden beelden en voegt ook interactie, en in de toekomst kunstmatige intelligentie, toe.
Door middel van een interactieve grafische Virtual Reality wereld worden gebruikers geactiveerd en in staat gesteld zelf regie te nemen.
In samenwerking met een aantal Limburgse ouderenzorginstellingen wordt dit concept verder ontwikkeld. Uit de sessies in deze instellingen blijkt dat patiënten de virtuele wereld als ‘echt’ ervaren. Een rolstoelgebruiker gaf aan dat hij het gevoel had weer te kunnen lopen. Een andere cliënt stopte met bewegen tijdens een virtuele boswandeling omdat de hoogteverschillen haar afschrikten. En een andere cliënt kreeg de kans om nog een keer in zijn leven de Alpen te ervaren, alsof hij er zelf aanwezig was.
Door de interactieve component biedt het concept kansen voor revalidatiedoeleinden. Niels Wetzels (HumanXR) geeft een voorbeeld van wat er in de toekomst mogelijk is:
“Wanneer een patiënt uit angst voor pijn zijn arm niet hoger kan tillen dan schouderhoogte, kunnen we dit de patiënt laten herhalen met een Virtual Reality bril, waarin hij bij het uitvoeren van deze handeling de arm maar tot buikhoogte ziet komen. De patiënt zal geneigd zijn de arm toch hoger op te tillen, totdat de arm in de virtuele omgeving op schouderhoogte is gekomen. In werkelijkheid heeft de patiënt de arm tot ooghoogte weten op te tillen. Mensen kunnen soms meer dan ze denken en technologie kan hen hierbij helpen.”
Nog een voorbeeld is het concept ontwikkeld door het Duitse Cynteract. Een vriend van de pas 19-jarige oprichter Gernot Sümmerman kreeg een ongeluk en kwam in een revalidatietraject terecht. Gernot zag kansen om dit traject te verbeteren door de inzet van technologie en ontwikkelde een handschoen.
De handschoen, gekoppeld aan een Virtual Reality bril, kan handbewegingen traceren en controleren. Door virtuele spellen te spelen met de handschoen kunnen gebruikers coördinatie en kracht van de aangedane hand trainen. De handschoen geeft feedback aan de hand.
De patiënt die aanleiding was voor de ontwikkeling van dit concept werd vanaf de start betrokken bij de ontwikkeling. Specialisten werden in een later stadium betrokken bij het testen van het prototype in de praktijk. In deze testfase bleek de visie op revalidatie in Nederland niet overeen te komen met de visie in Duitsland. Aanpassingen bleken nodig en op dit moment wordt het concept verder ontwikkeld in samenwerking met revalidatiecentra in Nederland en Duitsland.
Ondanks dat er vanuit technisch oogpunt vele mogelijkheden voor de inzet van Virtual Reality bestaan, is het nog geen onderdeel van dagelijkse revalidatiezorg. Dit ligt zeker niet aan technologische onmogelijkheden.
Het lijkt er eerder op dat fabrikanten en de zorgpraktijk elkaar nog niet altijd weten te vinden of elkaars behoeften niet goed kunnen bepalen. Het lijkt dus een kwestie van doen. De techniek is er, we moeten er alleen gebruik van maken.
Patiënten mogen kritisch zijn richting de zorgverlening en zich hardop afvragen waarom ze thuis met een spelcomputer wel gebruik kunnen maken van Virtual Reality en in hun revalidatietraject nog niet. Als ook zorgverleners kritisch aangeven waar therapeutische behoeften liggen, kan de revalidatiezorg nog meer profiteren van de inzet van Virtual Reality.