‘We moeten de zorg van onderaf veranderen’
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
Na 10 jaar in de politiek in de Tweede Kamer (voor de PvdA) valt het Lea Bouwmeester enorm op dat er zoveel energie in de zorg zit. De wil om patiënten centraal te zetten. “Ik kom mensen tegen die willen, met visie en drive. Maar het is ook weerbarstig om te komen waar je wilt zijn. We moeten van het wat naar het hoe. En ik merk dat het zorgsysteem extreem ingewikkeld is. Ik merk tot mijn schrik dat ik één van de weinigen ben die het nog snapt. Dus ik ben blij dat ik als een soort ‘verbindingsofficier’ mensen met goede projecten op weg kan helpen. Samen met andere ‘dangerous people with guts’.”
Na jaren in de politiek in de Tweede Kamer heb je nu een nieuwe rol in de zorg. Je gaf in eerdere interviews aan dat je het heel belangrijk vindt dat we de menselijke kant meer benadrukken en minder kijken naar de volgende technische snufjes. Vind je dat nog steeds?
Lea Bouwmeester: “Wat e-health teweegbrengt, is dat het zorg dichter bij mensen brengt. E-health is een middel, een nieuwe manier van werken. Het roept geen warmte op, maar levert wel warmte. Het lukt door de juiste zorg bij de juiste persoon op het juiste moment te brengen. Het is een middel om zorg dichterbij te brengen. De manier waarop de zorg nu is georganiseerd, is eigenlijk heel gek. Want je bent ziek tussen negen en vijf. Je wordt in allerlei hokjes en verschillende instituten geplaatst, in plaats van dat zorg is georganiseerd rondom jouw vraag.”
“Op het moment dat techniek een deel van het werk kan doen, krijg je meer tijd voor het goede gesprek. Niet: hoe manage jij jouw ziekte, maar hoe leef je met je ziekte? Niet: houd je alle data bij en heb je je bloedwaardes doorgegeven, maar wie ben jij en hoe leef jij met je beperking? Op die manier breng je warme zorg en meer aandacht. Dat moet meer over het voetlicht komen. Want als mensen dat merken, dan verwacht ik dat ze ook sneller e-health gaan toepassen.”
“Je moet uitgaan van de mens achter het scherm. Het gesprek dat achter die meetwaarden zit. Want je kunt de hele dag wel met waarden bezig zijn en alles op orde hebben. Maar wat voor leven heb je dan? Het gaat over hoe het gaat met jou. Als mens.”
“Om dat te bereiken moeten we Back to the Future. Back betekent dan terug naar de echte zorg. Het gaat over authentieke vragen, zoals: wie ben jij en wat heb je nodig om mee te kunnen doen, ondanks die beperking die je nu eenmaal hebt. Terug naar de echte zorgvraag dus. En naar de Future, omdat we nieuwe middelen voorhanden hebben om de zorg te geven die bij jou past. ICT, waaronder big data, speelt een hele belangrijke rol bij digitale ondersteuning van de zorg.”
Simon Sinek zei in zijn interview (ICT&health december 2016) ook dat de menselijke kant vaak wordt vergeten. Het gaat toch vaak over geld en logistiek. Hoe krijgen we die menskant voor elkaar?
“Er is een enorme wil om mensgericht te werken. Maar soms is de zorg gewoon heel plat: je wordt betaald voor de operatie en niet voor het goede gesprek. Een arts wordt betaald om zes keer per week jouw bloeddruk te meten, maar als je dat online via thuiszorg door wilt geven aan je dokter, dan is daar nog niet altijd een betaalmodel voor. Een model dat overigens minder handelingen vraagt van de arts en dus goedkoper wordt.
Er is dus een reëel betaalmodel nodig. De arts hoeft geen gratis zorg te leveren, maar moet ook accepteren dat sommige zaken goedkoper worden en hij daar dus minder aan verdient. Dat is normaal bij innovatie en essentieel om de zorg betaalbaar te houden. Het is belangrijk dat arts, financieel directeur en verzekeraar daar reële beelden over hebben, zodat veranderingen helder en geleidelijk verlopen. Dus is het zaak om de zorg van geval tot geval te bekijken: hoe kan het anders? Kan het beter? Systemen moeten met elkaar praten. En daarbij uitgaan van mensen en kwaliteit.”
“Bijvoorbeeld zoals het LUMC dat regelt bij nierfalen, waarbij patiënten een seintje krijgen op basis van een stoplichtsysteem. Bij rood naar het ziekenhuis. Dan hoeven patiënten niet elke keer naar het ziekenhuis. Dan worden patiënten en artsen door het systeem beloond.”
Je stipt hier een cruciaal punt aan: het moet in het systeem passen en systemen moeten met elkaar gaan praten.
“Dat klopt. We zeggen allemaal dat zorg om mensen gaat. Maar zodra we de gegevens in de computer stoppen, stopt dat. Om dat te veranderen hebben we creatieve mensen nodig die de weg kennen en volhouden. Die zijn er volop. Wat dat betreft is het nu een mooie, maar ook lastige tijd. Partijen moeten meer met elkaar praten. Samenwerken en uitgaan van de vraag van de patiënt. Vervolgens meer keuze bieden: van een systeem waarin de patiënt alleen A, B of C kan kiezen, naar een systeem waarin hij kan aangeven welke letter van het alfabet bij hem past. Dan ga je uit van de echte zorgvraag. Want we vinden dat zorg menselijk moet zijn, maar uiteindelijk beslist het systeem wat mogelijk is en wat niet. Dat is eigenlijk heel gek.”
“Maar er kan inmiddels van alles. Zelfs toezichthouders zoals NZa en IGZ denken aan de voorkant mee hoe toezicht kan bijdragen aan nieuwe zorgvormen. Ik raad mensen aan hen advies te vragen, want ze kunnen meedenken. Zo kan er inmiddels veel meer dan mensen denken.”
Een ander cruciaal punt is digivaardigheid. Hoe zie jij dat?
“Het programma Digivaardig in de zorg van ECP loopt nu twee jaar. Wat we zien is dat e-health toekomst heeft, maar dat digitale vaardigheden niet overal op orde zijn. Dat is logisch, want dat hoorde nooit bij de zorg.
Wil e-health slagen, dan moet iedereen voldoende digitale vaardigheden hebben. Patiënten, zorgverleners, bestuurders, ICT’ers en opleidingen. Deze groepen moeten samen optrekken om te voorkomen dat er een kloof ontstaat.”
“De coalitie vanuit die groepen geeft het programma vorm. Met partijen zoals ouderenbonden, Pharos, V&VN en Nictiz proberen we een beweging te creëren. Delen is echt het nieuwe hebben.”
WE NEED DANGEROUS PEOPLE WITH GUTS
Maar er is weerstand. Iedere organisatie is anders. Moeten we niet erkennen dat dit tijd kost?
“Ja, er is tijd nodig. Zoals Carolina Hummels zegt: we hebben mensen met lef nodig. Niet van bovenaf opleggen, maar van onderaf beginnen. Learning by doing. Waar zit de energie? Vandaaruit verder bouwen.” Ook moeten we af van aannames zoals ‘ouderen kunnen dit niet’. Mijn opa van 93 skypet. Je moet het gewoon goed organiseren. Een goed voorbeeld is de videobutler van Meander. Die zorgt dat de verbinding werkt voordat arts en patiënt met elkaar spreken. Dat laat zien dat je de hele keten moet organiseren.”
Het is ook wel extreem lastig bij te houden welke apps er zijn.
‘We weten echt wel wat er allemaal is en wat er mogelijk is. Zo blijkt bijvoorbeeld uit onderzoek van TNO dat een gezondheidsapp alleen werkt als er een platform achter zit. Neem Weight Watchers. Daarvan zit de kracht vooral in de ondersteuning door de gebruikers. Een app waarbij je alles zelf moet doen, steeds jezelf motiveren, dat werkt niet. Mijn punt is: als je onderzoekt wat er is, is het mogelijk tot een optimale opzet te komen. Het zou een mooi thema voor een promovendus kunnen zijn. Technologisch is alles mogelijk. We moeten alleen alles aan elkaar knopen. En zo geeft de nieuwe wereld ons weer een keuze om de vraag weer leidend te maken. Dat bedoel ik dus met BACK: wie ben jij en wat heb je nodig? Iedereen is anders. De een wil helemaal los gaan met de nieuwste technologie en de ander niet. Dat kan in de 4e industriële revolutie.’
Er is vaak onvoldoende innovatiegeld. Wat vind je daarvan?
‘Voor een deel is het geld. Maar voor een groot deel zijn het ook allerlei andere bezwaren en belemmeringen waarom het niet werkt. Zo heb ik bijvoorbeeld contact met jonge ondernemers die een app hebben bedacht waarbij patiënten zelf een wijkverpleegkundige kunnen kiezen op een platform. Dit is een hartstikke leuk idee. Dan kom je vervolgens in de wet- en regelgeving terecht. Dat heeft echt niet met geld te maken. Is het kwalitatief goed? Voldoet het aan de regels van de WTZi? Dat zijn terechte vragen. Zo’n platform moet aan bepaalde instellingsvereisten voldoen. En dat lukt dus nooit. Het gaat om criteria die met elkaar botsen: speelruimte, vrijheid, kwaliteit en betaalbaarheid. Dat moeten we opnieuw inrichten, met patiënten, instellingen. Daarvoor heb je dus die Dangerous people met guts nodig.
ER MOET MEER TIJD EN RUIMTE KOMEN OM ACHTEROVER TE HANGEN EN NA TE DENKEN
Geld speelt natuurlijk een rol, maar is niet het kernprobleem. Wet- en regelgeving speelt hier een belangrijker rol. ‘Overigens speelt op de achtergrond van dit probleem ook nog eens het probleem van tweedeling. Want mensen met geld kunnen eerder zo’n platform opzetten en/of betalen dan mensen zonder middelen. Dus je moet ook kleine stapjes zetten. Iedereen meenemen en met elkaar die brug over.’
‘Ik wil van het wat naar het hoe. En ik merk dat het zorgstelsel extreem ingewikkeld is. Voor heel veel mensen die slimme ideeën hebben, is het een opgave hier de weg in te vinden. Ik ben dan blij dat ik dat kan bieden. Veel de weg wijzen en geduld hebben. Zoals ik heb gewerkt aan de alcoholwet. Dat duurde ook zes jaar voordat ik zover was. Dat geef ik nu ook door aan mensen in de zorg. Maak kleine stappen en vier je successen. Dan hou je de motivatie hoog en dan kom je er ook. Ik hield mezelf altijd een trappetje naar de zon voor. En ik besef me dat veel mensen het complexe systeem van de zorg niet begrijpen, dat is niet goed.’
‘Maar er zijn mooie voorbeelden van netwerkzorg, zorgnetwerken in de regio. Zoals Bernhove, die uit noodzaak hun organisatie hebben voorbereid op de toekomst. Het was een overlevingsstrategie, maar zij hebben het gedaan. Die les kunnen andere zorginstellingen ook leren. Hoe ziet mijn organisatie er over 10 jaar uit? Hoe kun je iets heel ingewikkelds in stapjes omvormen?’
Maar zit er wel voldoende kennis en lef in raden van toezicht of bestuur?
‘Die behoren vanuit de toekomst te redeneren en terug te redenen of het goed is. Daarom zijn die functies ook hartstikke leuk en goed om te doen. En er zijn zoveel knappe koppen die je willen helpen als je de vraag stelt. Want daar ligt de uitdaging: hoe je die echte vragen uit de zorg op tafel krijgt. Om die vragen te verzamelen, bijvoorbeeld voor de e-health week, zouden we een anonieme enquête moeten houden. Aan mensen vragen waarom ze e-health wel of niet doen. Kijk naar beeldbellen: 30 procent wil het niet, omdat ze regie kwijtraken. Dat is een reële angst, dat kun je bespreken. Een ziekenhuisbestuurder kan denken dat hij geld moet inleveren, terwijl hij voor 1000 mensen verantwoordelijk is. Dat is ook een reële angst. Hoe je dat om kunt bouwen, daar kun je het samen over hebben.’
‘Als die vraag op tafel ligt, ontmoet je alleen goodwill. Er kan heel veel, meer dan ooit en veel meer dan 10 jaar geleden. Alleen weten heel veel mensen de weg niet of zitten vast in een stramien. Je moet het samen doen, want één ding staat als een paal boven water: als je het niet samen doet, kom je nergens. De eisen in de zorg zijn hoog en er gebeurt van alles. Dat slokt op tijd op. Er moet meer tijd en ruimte komen om achterover te hangen en na te denken.’