Zorgbestuurders over de digitale transformatie van de zorg
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
Als we de zorg toekomstbestendig willen houden, is digitalisering geen keuze maar een voorwaarde. Dat vinden Joyce Berger-Roelvink, bestuursvoorzitter van Medisch Spectrum Twente (MST), en Hans Gellekink, bestuurder met de ICT-portefeuille bij Saxenburgh. Toch verschilt de manier waarop ze die digitaliseringsopgave aanvliegen, passend bij de schaal en rol van hun organisaties.
Over nut en noodzaak van de digitale transformatie van de zorg zijn beiden het roerend eens. “De zorg staat onder druk en we zullen met evenveel zorgpersoneel een steeds grotere zorgvraag moeten beantwoorden”, aldus Berger-Roelvink. “Om dat aan te kunnen, is digitalisering heel belangrijk.”
“Digitalisering helpt ook om patiënten meer zelf regie te geven bij het managen van hun ziekte”, vult Gellekink aan. “En om voor je zorgpersoneel de administratiedruk te verlichten, wat bijdraagt aan een leuke werkplek - ontzettend belangrijk in een steeds krappere arbeidsmarkt.”
Cruciaal voor het laten slagen van de digitale transformatie van de zorg is volgens beiden samenwerking: binnen de eigen organisatie, regionaal en landelijk. Berger-Roelvink: “Zeker heb je ook je eigen toko te runnen, maar in je eentje red je het gewoon niet. Van samenwerking wordt je ziekenhuis sterker, de regio sterker - en uiteindelijk het hele systeem. Digitalisering is een middel. Geen doel.”
Gellekink ziet dat besef onder collega-bestuurders gelukkig ook al groeien: “Zorginstellingen realiseren zich steeds beter dat samenwerken in de keten en in de regio belangrijker wordt. Organisatiegrenzen zijn langzaam al aan het vervagen.”
Hoe je medewerkers meekrijgt in de digitalisering en de beweging naar databeschikbaarheid? Bij Saxenburgh ziet Gellekink dat de beweging soms zelfs van onderaf komt. “We nemen niet alleen onze mensen mee: vaak nemen zij óns mee. Het gebruik van AI in het dagelijks leven sijpelt het werk binnen. Het onderwerp bruist - collega’s, ondernemingsraad, cliënten- en patiëntenraad: iedereen heeft het erover.” Toch brengt digitalisering ook spanning met zich mee, ziet Berger-Roelvink. “Je hebt altijd koplopers die enthousiast zijn, maar ook een grote groep die afwacht én een deel dat liever vasthoudt aan bestaande werkwijzen. Dat vraagt veel inzet op bewustwording: laten zien dat het niet meer kan zoals het was en dat moderniseren nodig is om de zorg toegankelijk te houden.” Digitalisering is daarmee vooral een kwestie van cultuur en verandermanagement, aldus Gellekink. “Het is hard werken en veel praten. Het zit ’m in uitleggen waarom het nodig is, goede voorbeelden tonen, experimenteren en mensen de ruimte geven om in kleine stappen te wennen.”
De manier waarop organisaties digitaliseren, verschilt. Berger-Roelvink hierover: “Bij MST hebben we bijvoorbeeld een AI-lab waarin we al onze kennis en kunde over toepassingen van AI (kunstmatige intelligentie, red.) bundelen. Deels gericht op AI in zorgprocessen zelf, als beslisondersteuner. Maar vooral op AI die de bedrijfsvoering raakt, zoals tools die helpen voorspellen hoeveel mensen mogelijk niet op hun afspraak verschijnen. Of automatische verslaglegging, dat we nu al in de spreekkamer toepassen.”
Bij organisaties als Saxenburgh is er voor zo’n AI-lab onvoldoende capaciteit, vertelt Gellekink. “Als kleiner ziekenhuis heb je gewoon soms een andere rol in het systeem. Onze focus ligt nu op de transitie naar de nieuwste versie van ons elektronisch patiëntendossier. En we stoppen veel tijd en energie in de invoering van hybride zorgpaden – dat zijn zorgtrajecten waarin digitale en fysieke zorg worden gecombineerd tot één samenhangend proces. We vinden daarbij het wiel niet zelf opnieuw uit, maar maken gebruik van slimme oplossingen die zich op andere plekken al hebben bewezen. Hierdoor kunnen we sneller uitrollen. En innoveren, experimenten en verbeteren gebeurt natuurlijk in elke organisatie, ook bij Saxenburgh. Alleen dan niet als voorloper maar als verbeteraar.”
'Digitalisering is een middel, geen doel'
Die pioniersrol past volgens Berger-Roelvink bij grotere spelers als MST. “Doordat wij groter zijn, kunnen we meer specialistische kennis in huis halen. Ik zie voor ons AI-lab ook echt een regionale functie voor me. En binnen het programma Zorg bij jou van de Santeon-ziekenhuizen nemen we ook het voortouw bij de ontwikkeling van die hybride zorgpaden. We zien het nadrukkelijk als onze rol om onze collega-ziekenhuizen in de ontwikkelingen mee te nemen en te ondersteunen, als daar behoefte aan is.”
Tegelijk benadrukt Berger-Roelvink dat pionieren en leidingnemen niet betekent dat je alles zelf moet willen uitvinden. “Niet alleen kleinere organisaties, maar iedereen zou aan proudly copied from moeten doen. Het is gewoon doodzonde om allemaal los van elkaar het wiel uit te vinden. En daarbij: kleinere organisaties kunnen ook ‘pionieren’.”
Een van de belangrijkste uitdagingen rondom digitalisering is zowel bij Saxenburgh als MST de financiering. Berger-Roelvink: “De kosten voor digitalisering worden ieder jaar hoger. En iedere afdeling die een proces wil verbeteren, wil dat tegenwoordig via digitalisering doen.”
Dat maakt digitalisering tot een strategisch en soms lastig vraagstuk, vult Gellekink aan. “Je moet keuzes maken en zorgen dat de investeringen zich ergens toch terugbetalen.”
Veel winst is volgens Gellekink te behalen met standaardisatie. “Zonder duidelijke, uniforme afspraken over gegevensuitwisseling blijft de zorg onnodig complex. Voor alle zorgorganisaties geldt – en zeker voor de kleinere en minder kapitaalkrachtige – dat ze zich geen missers kunnen veroorloven. Dan valt of staat het met standaardisatie en landelijke duidelijkheid over wat je moet aanschaffen, implementeren en doen.”
Als iemand een ongeluk heeft gehad en op de spoedeisende hulp belandt, wil je direct de noodzakelijke gegevens kunnen zien, geeft Gellekink als voorbeeld. “Dat kán ook, mits we data goed uitwisselen. Dat begint bij duidelijke afspraken en standaardisatie.”
Een duidelijke regierol is volgens beide bestuurders weggelegd voor het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Niet omdat er niets gebeurt - integendeel, zegt Berger-Roelvink: “De afgelopen jaren is de aandacht, energie en versnelling op het thema digitalisering, gegevensuitwisseling en databeschikbaarheid echt toegenomen. Mede door de inzet van VWS op het landelijk dekkend netwerk, in samenwerking met stichting CumuluZ. Het besef dat je dit over sectoren heen samen moet doen, ís er.”
Maar die versnelling moet nu doorzetten, vult Gellekink tot slot aan: “In de zorg kan het gewoon niet snel genoeg gaan. Het gas moet erop.”
Wil je meer weten over digitalisering, databeschikbaarheid en gegevensuitwisseling en wat je zelf kan doen als zorgaanbieder? Kijk dan op Datavoorgezondheid.nl
En wil je meer weten over het AI lab van MST? Kijk dan hier.